EU gaat verder open, maar blijft ook gesloten

De Europese Grondwet belooft meer openbaarheid van bestuur. Maar de huidige gang van zaken roept vragen op over de toekomst. De `Eurowob' wordt immers minimalistisch toegepast.

Hoe open is de Europese Unie? Dat is een van de belangrijkste vragen voor de burger in verband met de Europese Grondwet. Toegang tot informatie is een essentieel onderdeel van het Europees burgerschap waarvoor de Unie staat. Openbaarheid van bestuur krijgt de status van een grondrecht in de Grondwet. Deze nieuwe status is ,,in schril contrast'' met de huidige praktijken van de instellingen van de EU, constateert Herke Kranenborg van de Leidse universiteit in het vakblad SEW van vorige maand.

Openbaarheid van bestuur binnen de EU heeft sinds 2001 een nieuwe wet in de vorm van een Europese richtlijn (de zogeheten `Eurowob'). Deze wordt echter minimalistisch toegepast, niet alleen door de Europese Commissie (het dagelijks bestuur) en de Raad van ministers, maar ook door de Europese rechter.

Typerend is de manier waarop de toenmalige Europarlementariër Maurizio Turco (Radicaal, Italië) het lid op de neus kreeg van het Gerecht van eerste aanleg. De afgevaardigde was inzage geweigerd in juridische rapporten voor de Raad van ministers over minimumnormen voor de opvang van asielzoekers. Juridisch advies is vertrouwelijk, maar Turco vond dat dit alleen opgaat voor situaties die zijn te vergelijken met de relatie tussen advocaat en cliënt. Algemene adviezen over regelgeving zouden buiten deze uitzondering moeten vallen. De Eurowob stelt immers het belang van openheid voorop.

Turco stond niet alleen. De Europese Ombudsman had zich al eens over deze kwestie tot het Europees Parlement gewend. Dit constateerde met zorg dat de ministerraad systematisch alle verzoeken om toegang tot adviezen van de juridische dienst lijkt te weigeren, terwijl dat van geval tot geval moet worden afgewogen. De rechter wilde er niet van horen en vond dat de ministerraad toegang tot de adviezen mocht weigeren. Een beroep op het ,,hoger belang'' van openbaarheid, waarin de Eurowob voorziet, bleef een dode letter, aldus Kranenborg. Dat belooft niet veel goeds voor de uitleg van de Grondwet.

Een probleem apart is de openbaarheid van documenten die afkomstig zijn van de lidstaten. Deze hebben een grote speelruimte om zich te verzetten tegen onwelgevallige openbaarmaking. Dat ervoer een organisatie op het gebied van dierenwelzijn en milieubescherming die bepaalde informatie opvroeg die de Europese Commissie had gekregen van Duitsland. Het Gerecht van eerste aanleg wees vorig jaar november deze eis af. De rechter erkende in feite een vetorecht van staten. Nederland had zich met de Scandinavische landen tevergeefs in de procedure gevoegd om tegen dit vetorecht te protesteren.

Een knelpunt blijft ook de uitzondering voor `gevoelige documenten' (zeer geheim, geheim, vertrouwelijk) waarbij de veiligheid van de EU in het geding is. Het probleem is dat de Eurowob daarvoor geen criteria geeft. Deze mistigheid is al eens een handige uitweg geweest voor minister Donner (Justitie) om Europese meningsverschillen over het drugsbeleid af te dekken voor lastige Kamervragen.

Hoewel Kranenborg concludeert dat de Eurowob dringend een opknapbeurt nodig heeft, vindt hij opmerkelijk genoeg de Grondwet ,,geen noodzakelijke voorwaarde'' om de discussie aan te zwengelen. Ook zonder de Grondwet geven de bestaande regels volgens hem voldoende aanknopingspunten voor meer openheid. Dit is een nette manier om te zeggen dat het vooral de loopgraafmentaliteit van de Europese instellingen is die de Europese openbaarheid in de weg staat. Hoe maakt de Europese Grondwet een eind aan fundamentele onwelwillendheid jegens de Euroburger?