Een streep door het beeld

Beeldend kunstenaar Jeff Wall stelt hoge eisen aan zichzelf. Op zijn overzichtsexpositie zijn meesterwerken te zien die voor altijd tot de canon van de westerse kunst zullen horen.

Met ingehouden adem kijken de kinderen naar de sprekende pop. De buikspreekster zit in het midden van het beeld met de pop op haar schoot, de kinderen zijn links en rechts om haar heen gegroepeerd. De meisjes dragen feestjurken met pofmouwen, de jongens overhemden met stropdas. Kleurige ballonnen hangen tegen het plafond. De pop lacht maar hij is kwaadaardig, met zijn scharnierende mond en vooruitstekende onderkaak. Eén hand heeft hij, al pratend, als een klauw omhoog geheven. De rechtopstaande kist naast hem, met een hangertje voor zijn kostuum en sjorbanden om hem vast te houden, lijkt op een doodskist.

De dia, gemonteerd in een lichtbak, is levensgroot, 229 x 452,5 cm. Staand voor het werk kijkt de beschouwer met de kinderen mee en wordt hij onderdeel van het beeld. De benauwenis is verschrikkelijk. Zo was dat vroeger, zo'n burgermans interieur waar alles onveranderlijk was, met gelig lamplicht. Sanseveria op een kanten kleedje in de vensterbank, pendule op de schoorsteen met twee kandelaars ernaast. De scheefstaande kaarsen zijn voor de sier en worden nooit aangestoken. Toch is er ook een vreemde schoonheid. De lichtwerking maakt de benauwenis dragelijk. De sierlijk gekrulde koorden van de ballonnen vangen glanzend het licht, er rust strijklicht op het profiel van een meisjesgezicht.

Jeff Wall (Vancouver 1946) reconstrueerde met deze foto (1990) een kinderfeestje in oktober 1947. Hij maakte talloze tekeningen voor de buikspreekpop. Het hoofd modelleerde hij naar de beroemde buste van Voltaire door de beeldhouwer Houdon. De pop draagt een militair jasje met medailles, zoals Eisenhower het droeg in de Tweede Wereldoorlog. Ook maakte Wall vele schetsen en studies voor de compositie. Als eindelijk de fotosessie is aangebroken wordt niets meer aan het toeval overgelaten; de grote platencamera waarmee Wall werkt vereist bewegingloosheid. Het resultaat is een beeld waarvan de verstilling hypnotiserend werkt. De foto heeft de allure van een monumentaal groepsportret, geschilderd door een groot meester. Alle beweging is gefixeerd in een eeuwig durend moment.

Herinnering

De Ventriloquist at a birthday party is een van de hoogtepunten op de grote overzichtstentoonstelling in Bazel van foto's van Wall uit de periode 1978 - 2004. Als reconstructie van een gebeurtenis uit het verleden – misschien heeft Wall een heel vroege herinnering vast willen leggen – is het in zekere zin een a-typisch werk. Wall omschrijft zijn beeldend concept, in een verwijzing naar de beroemde uitspraak van Baudelaire over het werk van Manet, als `de schilderkunst van het moderne leven'. Zijn onderwerp is het alledaagse leven in zijn woonplaats Vancouver, in een laat-industriële en multiculturele maatschappij. Hij fotografeert onaanzienlijke plekken, tussengebieden waar je normaal gesproken geen aandacht aan schenkt, ogenschijnlijk zonder betekenis en zonder aantrekkingskracht.

Wall zoekt aansluiting bij de grote traditie van de academische schilderkunst, die in de jaren twintig van de vorige eeuw afgebroken is door het Modernisme en door de allesoverheersende eis van de autonomie van het kunstwerk (het kunstwerk verwijst naar niets anders dan naar zichzelf). Een bezoek aan het Prado in Madrid in 1977, waar hij het werk van Goya en Velazquez zag, was bepalend voor zijn ontwikkeling. Wall wil de `grote museumkunst' nieuw leven inblazen. Nu is Wall bepaald niet dom en hij zegt dit soort dingen in het bewustzijn dat het hele idee van `grootsheid' in de kunst allang niet meer bestaat en een pathetische bijklank heeft. Het is hem er al helemaal niet om te doen om een variant op negentiende-eeuwse schilderkunst te maken.

Het is een hoge opdracht die Wall zichzelf heeft gegeven. Maakt hij die ook waar? In 25 jaar ontwikkelde het werk van Wall zich van grote, theatrale composities met een dramatische lading naar een bijna-documentaire fotografie – `near documentary', noemt Wall dit – die een serene, melancholieke stemming heeft. De aandacht is verschoven van de handeling (zoals in Mimic, waar een man, vriendin aan de hand, het spleetoog van een voorbijganger nabootst) naar de plek. Echt documentair wordt het nergens, daartoe geven de foto's te weinig informatie. Ze zijn nooit eenduidig in hun betekenis. In overeenstemming met de klassieke schilderkunst zijn er verschillende genres te onderscheiden, zoals landschap, stilleven of figuurcompositie.

Walls oeuvre bestaat nu uit ongeveer 120 werken, die alle zijn gedocumenteerd in een recent verschenen oeuvrecatalogus. Zeventig ervan zijn opgenomen in de tentoonstelling, van beroemde werken als Milk en Morning Cleaning tot onbekende en zelden geëxposeerde werken als The Ventriloquist.

Het is fantastisch om zoveel werken van Wall bij elkaar te zien. De meeste waren al afgebeeld in boeken, maar de ontmoeting met deze levensgrote formaten is onvergelijkbaar met het bekijken van een foto in een boek. Het licht is een essentieel onderdeel van het werk, evenals de confrontatie met de levensgrote figuren. De museumzalen veranderen in een toneel, met de bezoekers als acteurs in de scenografie van Wall. En alleen in het echt is alles te zien, nu pas zie je dat die vrouw haar mond half open heeft, je ziet de uitdrukking in de ogen, de kleinste details van een huid.

Het niveau van de werken wisselt. Soms slaat Wall door in zijn kunsthistorische verwijzingsdrift en wordt de iconografie schoolmeesterachtig, zoals de verwijzing naar Manets Déjeuner sur l'herbe in The Story Teller, of naar Rodin in The Thinker. Soms zijn de gebaren en houdingen van de figuren te nadrukkelijk en gewild dramatisch. De stillevens zijn het minst interessant. Ze zijn vaak niet meer dan een koket effect van patroon en textuur, zoals in Diagonal Composition met een zeepje op de rand van een vuile wasbak.

Er zijn zeker tien meesterwerken op de tentoonstelling. Deze beelden zijn zo monumentaal en indringend dat ze voor altijd tot de canon van de westerse kunst zullen behoren. Met deze werken zegt Wall iets wat nog niet eerder op die manier is gezegd, en openbaart hij iets over de tijd waarin wij leven. Inderdaad, de fotograaf als `peintre de la vie moderne'. En inderdaad, grote museumkunst. Kunst waaraan je je vergaapt.

Het idee om grote, verlichte dia's te monteren in dozen ontleende Wall aan lichtadvertenties en etalages. Het bleek een ideale manier om de figuratieve kunst van het verleden terug te halen zonder regressief te zijn, met een medium dat van nu is, en dat Wall bovendien in staat stelt om de hedendaagse spektakelcultuur te becommentariëren. Het was juist de fotografie die ooit de crisis van de schilderkunst veroorzaakte, en diezelfde fotografie gebruikt Wall nu om die traditie weer te actualiseren. Ook werd de keuze voor fotografie ingegeven door een behoefte om kritisch afstand te nemen van de golf van neo-expressionistische schilderkunst die de kunstwereld eind jaren zeventig overspoelde.

Interessant is dat de dia in zijn doos goedkoop lijkt, omdat hij verwijst naar lage kunst en omdat we in de stad overal omringd zijn door lichtbeelden. In feite is het de duurste methode om een beeld te produceren. In 1978, toen Wall ermee begon, kostte het hem 1500 dollar per foto. In de reclame vallen de kosten weg door de onbeperkte vermenigvuldiging. Wall produceert zijn beelden in een oplage van maximaal tien.

Etalages

Destroyed Room, een foto van een geënsceneerde vernietiging van een interieur en tevens het vroegst bewaarde werk van Wall, werd door hem in 1978 als etalage in een galerie geëxposeerd. Het was een omkering van de zorgvuldige arrangementen van mooie objecten in de chique etalages van Vancouver. Ook verwijst de foto naar het beroemde schilderij van Delacroix, Dood van Sardanapalus, waarop de Assyrische tiran, nadat hij hoort dat zijn legers verslagen zijn, zichzelf, zijn slaven en zijn bezittingen laat doden en vernietigen. De vermenging van hoge en lage kunst is vanaf het eerste begin hoofdbestanddeel van het artistieke programma van Wall.

Omdat zijn werken zo groot zijn moet Wall de dia's afdrukken op twee delen transparante film, zodat er een streep (horizontaal of verticaal) door de beelden loopt. Vaak gaat de streep bijna onzichtbaar op in de afbeelding, soms accentueert Wall de lijn als deel van de compositie. Soms is de lijn ook inhoudelijk een betekenisvol element in de foto. Dit is het geval in Picture for Women uit 1979. Het is een van de beste werken van Wall, en de beginselverklaring van een jonge kunstenaar die weet welke weg hij is ingeslagen. De foto is gebaseerd op Un bar aux Folies-Bergère van Manet, van een vrouw achter een bar, weerspiegeld in de spiegel achter haar. We zien de kunstenaar zelf die met de zelfontspanner een foto neemt van een jonge vrouw, het hele tafereel gefotografeerd in een spiegel. Het werk is in feite een drieluik, opgedeeld door de stangen van twee statieven in de studio, met links de vrouw, in het midden de grote camera, en rechts de fotograaf. De horizontale naad tussen de twee stukken film loopt precies door de lens van de camera.

De cameralens is in Picture for Women het brandpunt van een hele geometrische en optische structuur, waarin de erotische aantrekkingskracht van de vrouw het hoofdthema is. De horizon verdeelt en verenigt het beeld. Dit werk is grotendeels te begrijpen zonder enige kennis van perspectief en kunstgeschiedenis. Relatie tussen model en kunstenaar, lichtreflecties, details zoals de vele oorbellen in haar oor, de haartjes op haar arm, haar dubbelzinnige blik, de informatie is onuitputtelijk. Vervolgens herbergt de meer abstracte, conceptuele kant van het werk nog eens vele betekenisen. Zelden heeft een zo rijk en complex kunstwerk een zo sterke samenhang.

Daklozen en zwervers

Wall werkt met modellen en mensen die hij laat optreden als acteur. De voorstellingen zijn tot in het kleinste detail geënsceneerd, niets is aan het toeval overgelaten. Wat aanvankelijk een panoramische foto lijkt van een rustige straat in een suburb, blijkt het toneel te zijn voor een arrestatie (An Eviction). Hoe langer je kijkt, hoe meer alles gericht blijkt te zijn op die gebeurtenis. De haastig gearriveerde politieauto is schuin geparkeerd, op de hoek staan mensen te kijken, de buurman verstopt zich glurend achter een bosje. Dit soort werken, waarvan er verschillende zijn in het oeuvre van Wall, zijn het equivalent van de zestiende-eeuwse `wereldlandschappen' van schilders als Brueghel en Patinir. Landschappen waarop de wereld in vogelvluchtperspectief is afgebeeld, met in de verte de horizon. Ze zijn een metafoor voor de `heelheid' waar Wall over schrijft. Eerst zie je alleen een paradijselijke natuur, maar dan blijkt in een hoekje Icarus uit de hemel te vallen. Of Jozef en Maria rusten ergens onopvallend uit op de vlucht naar Egypte, of, ver weg in een stadje achter de laatste heuvelrug, worden de kinderen van Bethlehem afgeslacht.

Icarus, de kinderen van Bethlehem: bij Wall zijn dat zwervers, daklozen, reizigers. Willoze figuranten in het grotere schema der dingen waar ze geen enkele invloed op hebben. Een jonge Turk arriveert 's ochtends vroeg vanuit zijn dorp in de grote stad, op zoek naar werk, tas met kleren in de hand. Zijn lichtgebogen houding spreekt boekdelen, hij geeft zich over aan zijn lot. Wall had de jonge man ontmoet in de stad waar hij een paar dagen daarvoor was aangekomen. Op verzoek van Wall acteert de jonge man zichzelf, in een prachtige landschapsfoto op de grens tussen platteland en industriegebied.

Net als bij de oude schilders is in de landschapsfoto's van Wall de wereld door een onzichtbare hand geordend. In The old prison (een foto van bijna tweeëneenhalve meter lengte) fungeert de lantarenpaal als baken, als anker voor de compositie. En overal is er dat sublieme, haast mystieke licht, gecreëerd door banale, nietsontziende tl-lampen.

Wall zoekt in zijn landschappen naar `het harmonieuze midden', volgens het klassieke idee van Plato. Het harmonieuze midden is de oude standaard voor een idealistische en rationalistische esthetica, het is maat en proportie. Voor Wall is dit midden echter geen moment van openbaring of van hogere waarheid. Hij gebruikt deze standaard juist als tegendeel van de chaos van de tijd waarin we leven, als een manier om spanning en conflict reliëf te geven. Misschien is Wall een traditionalist. Maar dan wel een traditionalist die er in slaagt om het heden zichtbaar te maken. Wall toont ons de mens als ontheemd, ontworteld, altijd op weg van het een naar het ander zonder te weten waarheen. Wall is met recht een schilder van het moderne leven.

`Jeff Wall: foto's 1978-2004'. Tentoonstelling in Schaulager, Ruchfeldstrasse 19, Münchenstein/Bazel. Tot 25 sept. Di-vr 12-18 uur, do 12-19 uur, za, zo 10-17 uur. Inl: www.schaulager.org of 0041-61-3353232.

Vanaf 21 oktober zal de tentoonstelling te zien zijn in Tate Modern in Londen.