Een Rijksmuseum lokaal geketend

Vijfennegentig centimeter: zo breed gaapt de onoverbrugbare kloof tussen het Rijksmuseum en het rijk enerzijds en het Amsterdamse stadsdeel Oud-Zuid en Comité Red de Onderdoorgang anderzijds. Eergisteren werd bekend dat het stadsdeel in zijn Ruimtelijk Afwegingskader vasthoudt aan een fietspad onder het Rijksmuseum door van 6 meter breed; het laatste bod van het museum was een van 5,05 meter breed.

Hiermee komt de toegang tot de ondergrondse centrale hal in het midden van de passage te vervallen. De Spaanse architecten Cruz y Ortiz kregen de opdracht om een nieuwe ingangspartij te verzinnen, die hoogstwaarschijnlijk elders in de onderdoorgang komt. De ondergrondse centrale hal gaat wel door. Dat is maar goed ook, want iedereen die het Louvre heeft bezocht sinds de ingreep van architect I.M. Pei heeft kunnen constateren dat een dergelijke constructie efficiënt werkt en verrassend aangenaam kan zijn.

Het Rijksmuseum wist al sinds begin 2002 dat het stadsdeel Oud-Zuid zich verzette tegen de entree in de passage omdat die een obstakel zou zijn voor het fietsverkeer. Op een bijeenkomst vorige maand leek het nog of alle partijen van zins waren er samen uit te komen, maar kennelijk waren de standpunten na jarenlang overleg al te zeer verhard. Het museum heeft dus gegokt en verloren.

Je zou dat kunnen wijten aan arrogantie van het Rijksmuseum als die centrale entree niet zo'n evident goed idee was. Ondanks alle weelderige versieringen is Cuypers' museumgebouw streng symmetrisch opgezet, een symmetrie die straks nog sterker voelbaar zal zijn omdat de binnenplaatsen weer worden opengemaakt. Iedere bezoeker die vanuit de binnenstad of vanaf het plein recht op dat poortgebouw afloopt, begrijpt dat hij rechtdoor moet naar de ingang, ook al ligt de eigenlijke ontvangstruimte onder de grond. Ook voor het stadsdeel moet het evident zijn, dat dit de meest logische oplossing is – en de minst verwarrende. Het stadsdeel ziet voorbij aan het feit dat de onderdoorgang altijd een probleem is geweest en dat altijd zal blijven. Al jaren dreigen er doorlopend botsingen tussen ongedurige fietsers en de hordes bezoekers die in verwarring over het voorplein dwarrelen op zoek naar de ingang van het museum.

Het is onbestaanbaar dat zo'n helder plan afketst op een verschil van nog geen meter breedte. Belangrijker nog, het is onbestaanbaar dat een ingrijpend besluit over een grote nationale instelling die zo'n voorname bijdrage levert aan de nationale cultuur en economie, op lokaal niveau wordt genomen – en dus op lokaal niveau gefrustreerd kan worden.

Zoiets lijkt op obstructie. Het gaat allang niet meer om argumenten, maar om emoties en kleine politiek. De lokale politiek laat zich de kans niet ontgaan om op nationaal niveau een hoofdrol te spelen. Amsterdam snijdt zich nu voor de zoveelste maal in de vingers sinds de stad besloot de stad op te knippen in zestien stadsdelen. Lokale politici hebben lokale stemmen nodig en laten hun oren hangen naar lokale belangen. Hebben we hier nou de lokale democratie voor uitgevonden?