Degelijkheid met een vleugje Balkan-gekte

Anders dan de meeste ex-communistische landen hield Slovenië na de Wende géén uitverkoop. Het succes van de kleine EU-nieuwkomer stoelt op bedachtzaamheid. ,,Wij zijn niet revolutionair'', zegt Franjo Bobinac van Gorenje, de `Philips van de Balkan'.

Portemonnee kwijt, in het centrum van de Sloveense hoofdstad Ljubljana. Paniek! Maar om de hoek komt de eerlijke vinder al aanzetten. ,,U liet 'm liggen op het terras. Alstublieft.'' De Sloveen, die perfect Engels spreekt, maakt nog net geen buiging.

De verhalen over de voorkomendheid en betrouwbaarheid van de Sloveen zijn legio. Je auto afsluiten? Het is in Slovenië niet nodig. ,,Wij zijn zuinig op wat we hebben'', zegt Franjo Bobinac, president-directeur van het Sloveense bedrijf Gorenje, producent van electronica en huishoudelijke apparaten en dus de `Philips van de Balkan' genoemd. ,,Maar de Balkan is inmiddels nog maar een klein onderdeel van onze afzetmarkt. We zijn nu een multinational'', zegt Bobinac. Het bedrijf behaalt met 10 duizend werknemers een jaarlijkse omzet van 1 miljard euro en heeft 45 vestigingen, verspreid over de meeste lidstaten van de Europese Unie.

Een succesverhaal op de Balkan? Veel branchegenoten kijken met ongeloof naar de manier waarop Bobinac zijn bedrijf Gorenje heeft geloodst door de moeilijke jaren sinds de sloop van Joegoslavië.

Gorenje, in 1950 in het Joegoslavië van maarschalk Tito opgericht, groeide in de jaren zestig en zeventig uit tot een toonaangevend bedrijf. Van het zuidelijkste puntje van Macedonië tot en met noord-Servië richtte iedere Joegoslaaf zijn keuken in met wasmachines en ijskasten van Gorenje. Strakke, speelse vormgeving en kwaliteit waren de succesfactoren.

Dat Gorenje uitgroeide tot het buitenbeentje op de Joegoslavische markt werd merendeels bepaald door de reputatie van de Slovenen als harde werkers die voor dag en dauw opstaan. `Uitslovers', zo worden de Slovenen met een mengeling van jaloezie en bewondering aangeduid door de Kroaten en Serviërs. In de Joegoslavische Federatie waren de Slovenen, die slechts 8 procent uitmaakten van de totale bevolking, goed voor maar liefst 30 procent van het bruto nationaal product van de Federatie. Die scheefgegroeide verhouding droeg er mede toe bij dat in 1991 Slovenië als eerste de Federatie de rug toekeerde en de onafhankelijkheid uitriep.

Terwijl de andere deelrepublieken zich in de jaren daarna stortten in het oorlogsgeweld, zonderde Slovenië zich af van de Balkan. Het land richtte zich op aansluiting bij de Europese Unie. ,,Dat ging niet zonder slag of stoot'', zegt Bobinac (47) die al voor het uitbreken van de Joegoslavische oorlogen bij Gorenje werkte. ,,Het waren de jaren van handelboycots. Gorenje verloor van de ene op de andere dag een enorme `binnenlandse' consumentenmarkt van 22 miljoen Joegoslaven.''

Het kleine bergstaatje met 2 miljoen inwoners staat nu veertien jaar op eigen benen. In mei vorig jaar werd Slovenië, als enige van de voormalige Joegoslavische deelrepublieken, lid van de Europese Unie dat de nieuwkomer prijst als `gidsland' in de regio. Om het succes van Slovenië te verklaren wordt vaak verwezen naar het succes van Gorenje.

Op het hoofdkantoor in het stadje Velenje, ingeklemd tussen bergketens, neemt Gorenje-president Bobinac zijn land de maat.

Wat is het geheim?

,,Al in voormalig Joegoslavië waren wij haantje-de-voorste. Gorenje was het enige bedrijf dat tóen al voor 60 procent zijn omzet behaalde met export. Toen de Balkan door de oorlog plots als afzetmarkt wegviel, had Gorenje nog steeds die economische banden met West-Europa. Dat heeft ons geholpen door de moeilijke overgangsjaren, terwijl Joegoslavië uit elkaar spatte. Verder is van groot belang geweest dat we van meet af aan politieke stabiliteit hebben gecreëerd. Met een paar grote bedrijven die we als kroonjuwelen behielden, zijn we in staat geweest snel herstructureringen door te voeren en de Europese markt op te zoeken.''

Hoe belangrijk was daarbij de vaak geprezen `discipline' van de Sloveen?

,,Van oudsher combineren wij de `Habsburgse' robuustheid van onze noorderburen en het improvisatietalent van de mediterrane landen. Degelijkheid, met een vleugje Balkan-gekte.''

Anders dan de meeste ex-communistische landen hield Slovenië na de Wende géén uitverkoop. Buitenlandse investeerders vingen na 1991 grotendeels bot. Waarom werd voor die strategie gekozen?

,,De eerste regeringen na de Wende hadden eenvoudigweg geen interesse in het liberale, `Amerikaanse' opengooien van de markt. Men heeft gekozen voor een voorzichtig proces van wederopbouw, rustig aan, zonder al te veel risico te nemen. Ook dat is weer typisch Sloveens: wij zijn bedachtzaam, en bepaald geen revolutionairen. Net als binnen Gorenje hebben we in heel Slovenië allereerst gekeken naar welke kwaliteiten we zélf

in huis hadden. Die zijn: een goede managementcultuur, openheid voor innovatie en de bereidheid om hard te werken.''

Critici in hoofdstad Ljubljana zeggen dat `die goede managers' nog steeds banden hebben met de oude communistische kliek.

,,Onzin. Ik ben tevens voorzitter van de Sloveense Associatie van Managers, en daarvan heeft 90 procent geen enkele band met een politieke partij. We hebben sinds vier maanden een nieuwe regering, en de eerste vraag van journalisten luidt dan: `Welke invloed heeft dat op uw positie en die van uw bedrijf?' Geen enkele!, zeg ik dan. Het is een oude reflex. Die vermeende verstrengeling van bedrijfsleven en politiek is een obsessie voor de media.''

Was Gorenje ooit een prooi voor een buitenlandse onderneming?

,,We stonden er eind jaren tachtig niet best voor. Vergeet niet: in die moeilijke jaren was onze research & development volledig stil gevallen. We konden zelfs de ontwikkeling van een nieuw handvat voor een ijskastdeur niet bekostigen. Natuurlijk hadden we ons na 1991 kunnen uitleveren aan bijvoorbeeld Elektrolux. Maar daarvoor zijn wij te trots. In plaats daarvan is de privatisering in Slovenië stap voor stap gegaan. In 1993 is het bij Gorenje begonnen, en pas in 1998 was de privatisering compleet. Maar nog steeds heeft de Sloveens staat, via pensioenfondsen en institutionele fondsen, voor 30 procent zeggenschap in ons bedrijf. Dé sleutel tot ons succes was dat we de nieuwe aandeelhouders ervan hebben overtuigd dat investeringen op de eerste plaats kwamen. Jaren lang hebben de aandeelhouders geaccepteerd dat ze geen dividend ontvingen, zodat wij dat geld aan innovatie konden besteden.''

Joze Mencinger, Slovenië's eerste minister van Economische Zaken en thans dekaan van de Universiteit van Ljubljana, zegt: hoe meer buitenlandse investeringen in een land, hoe lager de economische groei. Geldt dat voor Slovenië?

,,Dat gaat me wat te ver. Geen uitverkoop houden ís weliswaar goed geweest, maar de nadelen van dat protectionistische beleid zijn ook evident. Het is logisch dat een vijandige overname door een buitenlander op weerstand stuit. Maar zelfs investeerders die nieuwe projecten willen opstarten zijn niet welkom. Het is een beetje doorgeslagen. Het privatiseringsproces moet – in Sloveens tempo – worden voortgezet. Veel banken en telecom- en verzekeringsbedrijven zijn nog in staatshanden. Die kunnen worden verkocht, aan zowel Slovenen als buitenlanders.''

Hoe staat u ervoor één jaar na EU-toetreding?

,,Toetreding tot de EU heeft vooral bijgedragen aan het imago van ons bedrijf. Plotseling opereren we vanuit een `Europees' land. Het is psychologie. Maar verder zijn er vooral nadelen. Extra importrechten die nu voor ons gelden, kosten ons enorm veel geld in onze handel met landen als Kroatië, Bosnië en Macedonië. 1 mei 2004 was vooral een feestelijke, symbolische dag. Maar het echte werk moet nog beginnen: onze toetreding tot de eurozone. We hebben een zeer ongunstige koers ten opzichte van de euro, hetgeen onze producten in het buitenland te duur maakt. Pas bij introductie van de euro, waarschijnlijk in 2008, betaalt het EU-lidmaatschap zich uit.''

Hoe belangrijk is het dat Slovenië zich aan de `goede', ofwel goedkope kant van Europa bevindt?

,,Een lage lonen-land zijn wij niet echt meer. Maar de mentaliteit van hard werken is hier nog wel vanzelfsprekend. De Lissabon-strategie is mooi en aardig. Maar soms bekruipt mij het gevoel dat het blijft bij práten over hoe we de `oude dame Europa' weer concurrerend kunnen maken, terwijl ondertussen jongens in Turkije, Azië en Rusland druk bezig zijn nieuwe producten uit te vinden. Men beseft in West-Europa die dreiging nauwelijks. Elektrolux bijvoorbeeld gaat de helft van zijn bedrijven naar het Oosten verhuizen. De helft!? In Europa achten we sociale stabiliteit van groot belang. De vakbonden zijn sterk. Maar de wedstrijd om wie het best concurreert moet hoger op de agenda.''

Hoe kan een klein land als Slovenië zich in de EU profileren?

,,Slovenië en Gorenje hebben dezelfde strategie: ánders zijn, je differentiëren. Van Gorenje hebben we een design minded company gemaakt. Klein genoeg blijven om snel en flexibel te zijn, daarin schuilt de kracht van Slovenië.

,,Maar eerst moet er nog veel veranderen. Ons belastingsysteem is een gruwel: in plaats van investeringen en innovaties te ondersteunen, ondermijnt het huidige stelsel juist alle pogingen daartoe. En binnen het onderwijs loopt men achter de feiten aan. Universiteiten produceren veel ambtenaren, maar er is een enorm gebrek aan techneuten. De aansluiting op de industrie, met het echte leven, is zoek. Daarom is Gorenje nu betrokken bij het opzetten van een private technische opleiding in Ljubljana.''

Veertien jaar na Slovenië's onafhankelijkheid heeft het Sloveense bedrijfsleven de Balkan herontdekt; ook uw bedrijf is weer volop actief in landen als Servië en Kroatië.

,,Wij hebben de Balkan nooit in de steek gelaten. Zelfs tijdens de belegering van Sarajevo bleef de Gorenje-fabriek daar operationeel. Vanuit Slovenië werden reserve-onderdelen naar Sarajevo getransporteerd. Vraag me niet hoe. Het was gevaarlijk, mensen in dit bedrijf vertellen daar nóg horror-verhalen over. Toen Servië werd getroffen door een handelsboycot hebben we onder de verzonnen naam Gore Trade reserve-onderdelen naar de fabriek in Belgrado gebracht.''

Ligt er, gezien de geschiedenis die jullie delen, voor Sloveense ondernemers niet een vanzelfsprekende taak om de welvaart ook naar Servië, Bosnië en Kroatië te brengen?

,,Die verantwoordelijkheid voelen wij bij Gorenje heel sterk. Het is weer tweerichtingsverkeer: we willen onze producten in Servië niet alleen slijten, we moeten ook investeren in dat land. Gorenje opent daarom op korte termijn een nieuwe fabriek in Servië. En we hebben met een bank in Belgrado een systeem opgezet zodat consumenten makkelijk op krediet onze producten kunnen kopen. Zo proberen we die consumentenmarkt daar weer te ontwikkelen.

,,Niet onze politici maar wíj, ondernemers, hebben de afgelopen jaren geijverd voor het herstel van de banden. `Wat zoek je nou op de Balkan? Ga naar West-Europa,' reageert de Sloveense politiek als wij naar Servië afreizen. Maar in West-Europa zijn we al actief. En waarom zouden we de Balkan vergeten?''

Dit is het derde deel in een serie interviews over de economie van de nieuwe Europese landen. Deel 1 (Hongarije) verscheen op 15 april, deel 2 (Slowakije) op 29 april.

Zie ook www.nrc.nl/economie.