`De bouwheren hadden dit kunnen weten'

Stadsdeel Oud-Zuid blijkt te kunnen beslissen over een plan dat door de Tweede Kamer is goedgekeurd en grotendeels door het Rijk wordt betaald.

Hoe kan dat?

De plannen voor de Zuidas – nieuwe wegen, spoorlijnen, kantoren en huizen aan de zuidkant van Amsterdam – werden begin jaren negentig zo belangrijk voor de economie van heel Nederland geacht dat beslissingen erover niet aan stadsdeel Oud-Zuid werden overgelaten, maar aan de gemeente Amsterdam.

Bij de plannen voor het Nieuwe Rijksmuseum ging het anders. De Tweede Kamer keurde ze unaniem goed, in 1999, het Rijk financiert ze grotendeels, en de ministeries van OCW en VROM realiseren ze, samen met de directie van het Rijksmuseum. Maar de beslissing over een essentieel onderdeel ervan – een nieuwe ingang in de onderdoorgang – werd wél overgelaten aan stadsdeel Oud-Zuid. En nu mag die nieuwe ingang er niet komen. Stadsdeel Oud-Zuid vindt dat er een zes meter breed fietspad in het midden van de onderdoorgang moet komen, want dat willen de bewoners van Oud-Zuid. De Spaanse architecten Antonio Cruz en Antonio Curtiz moeten nu nadenken of ze een andere oplossing voor de ingang willen bedenken.

Een woordvoerster van het ministerie van OCW zegt dat er is nooit sprake van is geweest om beslissingen over het Nieuwe Rijksmuseum bij het stadsdeel weg te halen. En ze zegt dat het ministerie daar ook geen spijt van heeft. ,,Dit is democratie. Vanaf het begin heeft iedereen geweten dat het stadsdeel de vergunningen voor de nieuwe ingang moest geven. Vanaf het begin hebben we dus geweten dat we te maken hadden met lokale belangen van lokale partijen. Dat hebben we te respecteren en te accepteren.''

Had het dan anders kunnen lopen?

De ministeries van OCW en VROM en de directie van het Rijksmuseum – samen de bouwheren – zeggen daar deze week niets meer over. Het officiële standpunt is nu dat het ,,jammer'' is van dat plan voor die nieuwe ingang, maar dat ,,ermee te leven valt''. Maar uit de felheid waarmee het Rijksmuseum de afgelopen maanden het plan heeft verdedigd kan alleen maar worden geconcludeerd dat de teleurstelling binnenshuis groot moet zijn.

Misschien hadden de bouwheren beter moeten nadenken toen ze aan de realisering van het Nieuwe Rijksmuseum begonnen, in 2001. In het uitvoerend bureau dat toen werd opgericht is niet op tijd bedacht met welke lokale belangen rekening moest worden gehouden en met welke vertegenwoordigers daarvan er gepraat moest worden.

Emile Jaensch, de voorzitter van stadsdeel Oud-Zuid, zegt: ,,De bouwheren hadden het allang kunnen weten dat het heel lastig zou worden wat zij wilden. Wij zeiden in januari 2004 al dat we niet met het plan voor de nieuwe ingang zouden instemmen. Ze hebben te lang gedacht dat er wel openingen zouden zijn voor onderhandelingen.''

Is dit de triomf van de democratie? Jaensch: ,,Ach nee. Een goede oplossing is altijd onze insteek geweest.''

WWW.NRC.NL dossier Rijksmuseum