Alibi voor een orkest

`De Kortste Eeuw' van Orkater is een toneelstuk met losse liedjes. Een musical dus? Vincent van Warmerdam: ,,Mwah... het woord musical heeft een bijklank van burgerlijkheid gekregen die wij min of meer haten.''

Liftdeuren laten ons binnen. Achter die deuren blijkt zich een lange, smalle, donkere gang te bevinden die naar de speelvloer leidt. En daar zit, tegen de achtergrond van een glittertjesgordijn, een achtmansorkest wat lome swing te spelen – tot alle bezoekers op de tribune hebben plaatsgenomen en Gijs Scholten van Aschat verschijnt. Hij draagt een hemelsblauw showpak en speelt dat hij de gastheer is. ,,Welkom in de aars van het jaar!'' zingt hij, op een toon die weinig vrolijkheid verraadt. Dit feest, dat een oudejaarsavondfeest op de bovenste verdieping van een hoog flatgebouw moet worden, zou wel eens kunnen mislukken.

De Kortste Eeuw, de nieuwe voorstelling van de muziektheatergroep Orkater, speelt zich af in het transformatorhuis op het Westergasfabriekterrein in Amsterdam. Een paar jaar lang deed dit massieve baksteengebouw dienst als onderduikadres van Toneelgroep Amsterdam, tot de huidige directeur Ivo van Hove het gezelschap terughaalde naar de Stadsschouwburg. Van de oude inrichting is niets meer te zien. ,,De akoestiek in dit gebouw is vreselijk'', verzucht muzikaal leider Vincent van Warmerdam. ,,We hebben een heel nieuw geluidsontwerp moeten maken, een nieuw plafond ingelegd, de muren bekleed, alles.'' Tussen de foyer en de zaal staat nu de op mat staal gelijkende ingang, die de vorm van een lift heeft gekregen. Straks, als de voorstelling eenmaal is begonnen, zal blijken dat die lift ook een belangrijke rol speelt als theatereffect.

Het schouwspel is veroorzaakt, zegt Van Warmerdam, door zijn broer Marc die directeur van Orkater is: ,,In het begin maakte ik muziek bij de voorstellingen die mijn broer Alex schreef. Maar sinds we een jaar of tien geleden begonnen met Wie vermoordde Mary Rogers?, heb ik de kans andersom te denken, en voorstellingen te maken vanuit de muziek. Marc zei: bij de millenniumwende, een paar jaar geleden, heb je een big band opgezet, omdat je dat altijd zo graag wilde. Zou je niet wéér eens iets met zo'n orkest kunnen maken? Nou goed, heel erg big is deze band ten slotte niet geworden, maar dat was wel het uitgangspunt: een alibi verzinnen voor een voorstelling met een orkest.''

Dat alibi vond hij in zijn jeugdherinneringen: ,,Ik wilde iets met een zondvloed. Als kind had ik een terugkerende droom over een vloedgolf. In IJmuiden, waar mijn broer en ik vandaan komen, stonden een paar flatgebouwen, en ik droomde dan dat ik met een groep mensen gevangen zat op de bovenste verdieping van zo'n flat, omringd door het water.''

Meer wist hij niet te bedenken. Maar de aangewezen schrijver bevond zich in eigen huis. ,,Gijs Scholten van Aschat heeft met The Prefab Four zijn toelatingsexamen met succes afgelegd'', zegt Van Warmerdam. De acteur Scholten van Aschat maakte in 2002 zijn schrijversdebuut met een wrang-absurde voorstelling over The Monkees, en zei toen tegen iedereen die het horen wilde dat hij graag nog eens een stuk wilde schrijven.

,,Alles wat ik in handen kreeg'', zegt Scholten van Aschat nu, ,,was een oudejaarsavondfeest met een big band, op de avond van een zondvloed. Maar wat gebeurt er dan? Het zou wel mooi zijn, dacht ik, als die mensen in een allegorisch verhaal terechtkomen, een moderne versie van de zondvloed. Ik heb veel over de Gilgamesh gelezen, waarin de goden een zondvloed op de mensheid afsturen. Maar zo'n zondvloed komt in alle religies voor, als een soort schoonwassing eigenlijk. Toen realiseerde ik me dat God een rol in de voorstelling moest spelen. Daarna heb ik allerlei theologisch-filosofische literatuur gelezen. Ik ben er niet gelovig van geworden, maar het heeft me wel aan het denken gezet. Over het feit dat de meeste mensen hun houvast zoeken in duidelijkheid, in antwoorden – ik ook, als acteur en als burgerman, met een vrouw en drie kinderen. Terwijl sommige mensen juist op zoek gaan, de duisternis in. Dat is niet ongevaarlijk, maar ze vinden wel verdieping in de vragen en misschien vinden ze zelfs de essentie. Een beetje boeddhistisch gedacht, maar daar kwam ik op uit.''

Scholten van Aschat schreef het script, en ook de teksten van de liederen die elk van de personages zingen. ,,Die gaf ik aan Vincent, die erin streepte, regels omwisselde en nieuwe zinnen schreef. Ik gaf er meestal een sfeer bij: iets in de trant van Randy Newman, zoiets als Tom Waits.''

,,Ik heb ieder liedje ad hoc benaderd'', vult Van Warmerdam aan. ,,Het is geen doorgecomponeerd muziektheater geworden, het is een toneelstuk met losse liedjes.''

Een musical dus?

Van Warmerdam: ,,Mwah... het woord musical heeft een bijklank van burgerlijkheid gekregen die wij min of meer haten. Maar die vorm heeft het wel. Ik denk alleen dat er in muzikaal opzicht meer variatie in zit. Bij de litanie die door het jonge meisje wordt gezongen, dacht ik bijvoorbeeld aan `The day before you came' van Abba. Daarin klimt alles, de zang, de akkoorden, en zakt nooit meer terug naar het begin. Dat geeft precies de pathetiek die ik wilde. Vroeger probeerde ik altijd origineel te zijn als ik muziek schreef. Daar ging veel energie aan verloren. Nu schaam ik me er niet meer voor als je kunt horen dat ik gek ben op Tom Waits. En er zit af en toe ook een fanfare-achtige ruigheid in, die mij aan Brecht en dus aan Kurt Weill doet denken.''

Het bonte gezelschap van opgesloten personages omvat een van zijn geloof gevallen leraar, die als paus verkleed naar het feest komt, een moeder met een fascistoïde zoontje, een mislukte acteur die eigenhandig de to be or not to be-monoloog heeft herschreven voor scholieren (,,tjonge, ik krijg hoofdpijn van het nadenken''), een jongen die net niet de finale van Idols heeft gehaald, het meisje dat hij terugwil en twee dienstertjes. Plus de door Van Warmerdam aangevuurde orkestleden, die op gezette tijden hun showpodiumpje verlaten en, net als de anderen, door de ruimte zwerven. Scholten van Aschat speelt zelf de rol van een verteller, wiens ware aard pas gaandeweg duidelijk wordt. Naast hem staan ook Pierre Bokma en Peter Blok. ,,Maar ik wilde niet dat het wéér een voorstelling van Pierre, Peter en mij zou worden. Ik vond dat er meer mensen omheen moesten, ook jongeren.''

De Kortste Eeuw is geregisseerd door Gijs de Lange. Scholten van Aschat verheelt niet dat de dubbelrol van auteur en acteur onder andermans regie hem moeite heeft gekost: ,,Je hebt schrijvers voor wie de tekst heilig is. Voor mij is de voorstelling heilig. Als ik daartoe iets van mijn tekst moet opofferen – het zij zo, daar moet je hard in zijn. Natuurlijk weet ik heel precies hoe ik alle teksten heb bedoeld, maar het kan ook zijn dat ik me heb vergist, en dat een ander er een betere kijk op heeft. Bij Orkater mogen we ons allemaal met alles bemoeien. Ook met de manier waarop een ander een tekst zegt. En toch weet ik niet of ik het een volgende keer wéér zo zou doen. Misschien is het beter als ik dan niet zelf meespeel, dan kan ik er beter naar kijken.''

In de nacht na de eerste voorstelling met publiek, vorige week donderdag, heeft Gijs Scholten van Aschat nog tot half vijf doorgewerkt. ,,Ik ben naïef geweest'', mompelt hij de volgende ochtend. ,,Ik heb geprobeerd er veel te veel in te stoppen. Dat is niet gelukt. Het was volgens mij niet duidelijk, en het was ook veel te lang. Vannacht heb ik een compleet andere opzet geschreven.''

Een paar dagen later, maandagmiddag, klinkt hij alweer opgewekter. ,,We hebben het stuk gecomprimeerd'', zegt hij. ,,Het is duidelijker geworden. Veel beter.'' En op dat moment zijn er nog vijf dagen te gaan voordat de liftdeuren opengaan voor de première.

`De Kortste Eeuw', door Orkater. T/m 11 juni in de Westergasfabriek/Transformatorhuis, Amsterdam. Di t/m za 21u. Res. 020-6242311,inl: www.orkater.nl