Zelfs vlaggetje mag 't stadion niet in

Door de recente spanningen tussen China en Japan gold het duel tussen het Japanse Yokohama F-Marinos en het Chinese Shandong Luneng gisteren als een risicowedstrijd. Er was de Chinese autoriteiten veel aan gelegen de wedstrijd rustig te laten verlopen.

Het is maar een héél klein rood Chinees vlaggetje, maar het mag het stadion niet in. Bij de eerste controle gooit een jonge agent de vlag van zijn land resoluut tussen de bende van afgescheurde toegangsstrookjes op de grond. ,,Alle Chinese vlaggen zijn verboden, dus dat kleintje ook'', zegt hij onverbiddelijk.

Niet alleen vlaggen, maar ook megafoons, toetertjes, spandoeken, aanstekers, tassen, fluitjes en fototoestellen zijn vanavond uit den boze. Van één journalist wordt zelfs pen en papier afgenomen.

Het gaat vanavond dan ook om een onvervalste Chinese risciowedstrijd. Het team van de Oost-Chinese provincie Shandong, Shandong Luneng, speelt een thuiswedstrijd tegen de Japanse Yokohama F-Marinos in het kader van de Asian Champions League.

Vorige maand werd er op veel plaatsen in China gedemonstreerd tegen Japanse schoolboekjes waarin het Japanse oorlogsverleden te rooskleurig zou worden voorgesteld, en sindsdien zijn de spanningen tussen China en Japan hoog opgelopen.

Dat is ook op straat in Jinan, de hoofdstad van Shandong, goed te merken. ,,Ik koop geen Japanse producten meer'', zegt een plaatselijke voetbalfan. ,,Ik ga vanavond ook niet kijken, want ik weiger om te betalen om die rot-Japanners te zien spelen'', aldus de man.

Vanavond is het de eerste keer sinds de rellen dat China en Japan elkaar op zo'n hoog sportief niveau treffen, en Japan drong er voor de wedstrijd bij China op aan om toch vooral afdoende veiligheidsmaatregelen te nemen. Vorige zomer liep het namelijk ernstig mis: bij een wedstrijd tussen het Chinese en het Japanse nationale team schreeuwden Chinese fans al meteen bij het begin van de wedstrijd door het Japanse volkslied heen, en na afloop braken er ernstige rellen uit. De Japanse ploeg en zijn supporters hadden toen moeite om het stadion veilig te verlaten.

Zoiets mag deze keer niet gebeuren. China noemde de Olympische Spelen van 2008 onlangs een belangrijk mogelijk doelwit voor terroristen, maar waarnemers wijzen ook op het gevaar dat er van het eigen Chinese publiek uit gaat. Hoe moet China een enorme gebeurtenis als de Olympische Spelen in goede banen leiden als het de veiligheid van Japanse sporters en hun supporters al niet veilig kan stellen?

China wil deze keer laten zien dat het de menigte wel degelijk onder controle kan houden. Al vroeg in de middag staat er rond het immense stadion, met plaats voor zo'n 30.000 mensen, om de vijf meter een agent of iemand van een particuliere beveiligingsorganisatie, en tegen aanvang van de wedstrijd is het stadion voor iedereen zonder kaartje onbereikbaar geworden. De wegen erheen zijn afgesloten voor het verkeer. De fans begeven zich lopend naar de ingang, waarbij ze telkens opnieuw hun toegangsbewijs moeten laten zien bij een politiepost om een volgende kruising over te mogen steken. Het lijkt alsof de hele politiemacht van de provincie vanavond rond het stadion is verzameld. Achter de toegangshekken staan rijen militaire politie in groen uniform met helmen en schilden in slagorde opgesteld, en de kassa's zijn al de hele dag niet meer te bereiken voor het publiek. ,,Uitverkocht'', heet het officieel, maar binnen blijkt het stadion nog lang niet vol te zitten.

Dat geeft de organisatie gelegenheid om de ongeveer tachtig dappere Japanse supporters die ondanks de opgelaaide anti-Japanse sentimenten in China met hun favoriete voetbalploeg zijn meegereisd, eenzaam en alleen midden in een zee van lege blauwe stoeltjes te plaatsen. Achter hen, op gepaste afstand, zit een blok militaire politie, en links en rechts, op nog grotere afstand, worden zij van de Chinese supporters afgeschermd door negen rijen politieagenten.

Tijdens de wedstrijd is de spanning af en toe te snijden, zeker als de Japanners al in de zevende minuut het een doelpunt maakt. Een overwinning van Yokohama is noodzakelijk om voor het eerst in twee jaar verder te komen dan alleen de groepswedstrijden. Agenten, die overal tussen het publiek zitten, kijken bezorgd naar de fans die opstaan en vloeken op de Japanners.

Maar China heeft vanavond in meer dan één opzicht geluk. Als het 1-1 wordt, heeft dat een positieve invloed op de sfeer, en de agenten durven nu zomaar openlijk mee te lachen om de grapjes die vanaf de tribune worden geschreeuwd. Shandong wint uiteindelijk met 2-1 en kwalificeert zich voor de laatste acht. De fans hebben daarom anders dan bij de verloren wedstrijd in Peking niets om over te klagen. Ze hebben de ,,kleine Japanners'' naar huis gestuurd om ,,het daar met hun moeder te doen'', en in de straten van Jinan heerst na de wedstrijd louter feestvreugde.