Peiling kabinet: Nee wint van ja

Het aantal tegenstanders van de Europese Grondwet is in de laatste peiling van het kabinet de voorstanders voorbijgestreefd (40 tegen 39 procent). Bij de vorige, maandelijkse meting in april was 52 procent nog voor en 30 tegen.

Het gaat hierbij om de groep kiezers die zegt zeker te gaan stemmen en die zich bovendien geïnformeerd heeft over de hoofdlijnen van de Grondwet. Het is het gedrag van deze groep kiezers dat volgens het kabinet de beste indicatie geeft van de uitslag op 1 juni. Op deze datum wordt het referendum over de Europese Grondwet in Nederland gehouden. Het onderzoek waarbij maandelijks een representatieve groep van 800 mensen telefonisch wordt geïnterviewd, is belangrijk voor de campagnestrategie van het kabinet.

Gezien het kleine verschil tussen ja en nee (1 procent) spreekt een woordvoerster van het ministerie van Buitenlandse Zaken van ,,een nek-aan-nekrace'' tot 1 juni, de dag van het referendum over de Europese Grondwet. Zij verwijst verder naar een uitspraak van minister Bot gisteren. Die vertrouwt erop dat ,,Nederlanders zich op 1 juni zullen realiseren waar hun belang ligt en ja zullen stemmen.'' Minister Zalm (Financiën) noemde de uitslag van de peiling gisteren in het tv-programma Barend en Van Dorp ,,buitengewoon vervelend''. ,,Want dan dreigen we toch in een situatie te komen dat er in Europa helemaal niks verandert.''

De voorsprong van nee-stemmers op het ja-kamp is nog groter in de categorie kiezers die zeker gaan stemmen, maar zich nog niet geinformeerd hebben over de Grondwet. Uit de peiling blijkt dat bij deze groep 40 procent tegen is en 35 procent voor. Het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat de ja-campagne coördineert, concludeert hieruit dat het informeren van de burger nog steeds helpt om het ja-kamp te versterken. Bij de meting van de voorkeuren van een bredere groep kiezers (mensen die zeggen zeker of waarschijnlijk te gaan stemmen en zich bovendien geinformeerd hebben) vallen de verhoudingen tussen voor- en tegenstanders anders uit. Dan is 41 procent voor en 36 procent tegen.