Nederlandse rodehond in Canada

In Canada woedt een epidemie van de infectieziekte rodehond die waarschijnlijk is ontstaan door contacten met Nederlandse patiënten.

De ziekte heerst onder mensen die zich om geloofsredenen niet laten vaccineren tegen de virusziekte. De Canadese patiënten zijn veelal oorspronkelijk uit Nederland afkomstige immigranten en hun kinderen die aangesloten zijn bij kerken die tot de uiterst rechterflank van de gereformeerde gezindte behoren, zoals de Oud-Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten van Noord-Amerika. Het is in het verleden vaker gebeurd – onder andere met een polio-uitbraak in 1978 – dat een infectieziekte onder Nederlandse streng-gelovigen oversloeg naar Canada.

Rodehond is een virusziekte die vooral kinderen treft. Kinderen worden hangerig en krijgen koorts. Bij de helft ontstaan karakteristieke rozerode huidvlekjes. Rodehond is vooral een bedreiging voor de ongeboren kinderen van zwangere vrouwen die besmet raken. Het virus kan miskramen en geboorteafwijkingen veroorzaken, zoals doofheid, oog- en orgaanafwijkingen en groeiachterstand. Het vaccin tegen rodehond (rubella) is onderdeel van het bof-mazelen-rubella-vaccin dat alle Nederlandse kinderen op een leeftijd van tussen ruim een jaar en negen jaar kunnen krijgen.

In de Canadese provincie Ontario is de rodehondbesmetting inmiddels bij meer dan honderd patiënten, onder wie drie zwangere vrouwen, vastgesteld. Volgens dr. Sheela Basrur, de hoogste provinciale gezondheidsautoriteit in de Ontario, is de uitbraak nog niet onder controle. Zij vreest voor het overspringen van het virus naar Amish- en Mennonieten-gemeenschappen die in de buurt wonen.

Het aantal meldingen van de ziekte in Nederland begin mei boven de 300 gestegen. De uitbraak begon in september vorig jaar in het oosten. Sindsdien is het virus over de Veluwe, de Betuwe, het zuiden van Zuid-Holland en Zeeland in de hele bible belt verspreid. Naar schatting is het werkelijke aantal zieken 20 tot 50 keer zo hoog. In de registratie worden alleen patiënten opgenomen van wie de ziekte met laboratoriumonderzoek bevestigd is.