Literatuur voor de allerhoogste bieder

De traditionele uitgeefconcerns in Nederland lijken met hun hoge winstmarges en logge organisatie de slag om de schrijver te verliezen. Die vertrekt naar kleine, innovatieve uitgeverijen, die hun boeken op cd uitbrengen en verfilmen. Voor `ontrouwe' auteurs worden tegenwoordig zelfs transfersommen betaald.

Er gaat deze maand een schokgolf door het boekenvak in Nederland. Begin april verlieten de auteurs van uitgeverij L.J. Veen – onder wie Karel Glastra van Loon en Mart Smeets – samen met het voltallige personeel hun moederbedrijf Veen, Bosch & Keuning (VBK), om onderdak te vinden bij de onafhankelijke uitgeverij Nieuw Amsterdam. Ook redacteuren van PCM-uitgeverij Het Spectrum en WPG-uitgeverij Nijgh & Van Ditmar stapten over naar Nieuw Amsterdam.

De grote boekenconcerns – PCM, WPG en VBK – krijgen van de vertrekkende uitgevers en auteurs het verwijt te hoge rendementseisen (tien procent) te stellen en te weinig in te springen op nieuwe ontwikkelingen. ,,De uitgeverijwereld wordt steeds meer bepaald door fusies en winstmarges'', vatte mediatycoon Derk Sauer begin deze maand de onvrede samen. Nieuw Amsterdam werd op 1 april opgericht met geld van Sauer, die begin dit jaar zijn uitgeverij Independent Media voor 143 miljoen euro verkocht aan de Finse uitgeefreus Sanoma. Bij de nieuwe uitgeverijen als Pimento (zomer 2004) van de Foreign Media Group (FMG) – bekend van de cd's in Het Kruidvat – en Nieuw Amsterdam hopen uitgevers en auteurs op meer vrijheid en ruimte voor innovatie.

Spectrum-directeur Robert Francissen vreest dat er een `transfermarkt' aan het ontstaan is, waarbij ,,hele redacties zich aan de hoogste bieder verkopen''. ,,Daar begrijp ik niets van,'' zegt Francissen. ,,Iedere uitgeverij wil rendabel zijn, maar van winstdruk is bij PCM geen sprake.''

Dat uitgevers zich losmaken van grote concerns om voor zichzelf te beginnen is niet nieuw – zie bijgaande schema – maar tot nu toe waren de uitgeverijen die daaruit ontstonden, zoals Podium en Cossee, altijd klein. Met sterke spelers als FMG en Derk Sauer op de achtergrond hebben Nieuw Amsterdam en Pimento grote financiële reserves, waardoor ze van meet af aan goedverkopende auteurs kunnen `shoppen' bij andere uitgeverijen.

De markt van Nederlandse algemene boeken – dat zijn alle boeken die niet voor wetenschap of onderwijs worden gebruikt – is de afgelopen jaren gegroeid. De afzet, zo blijkt uit onderzoek van Stichting Speurwerk, steeg vorig jaar met 6,4 procent. In 2003 was er ook een stijging, toen van 4,9 procent. Speurwerk, dat hoort bij de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak, geeft aan dat een recessie vaker een stijging van de afzet tot gevolg heeft. Ze noemt als mogelijke oorzaak dat boeken een alternatief vormen voor dure zaken, waarop in magere tijden wordt bezuinigd: in plaats van een reis door Zuid-Amerika koopt men een boek van Gabriel García Márquez. Ook 2005 lijkt een goed jaar te worden voor het boekenvak, getuige bijvoorbeeld het succes van de jaarlijkse Boekenweek dit jaar. De omzet van de boekhandels was tien procent hoger dan tijdens de Boekenweek vorig jaar.

De komst van nieuwe, commerciële spelers als FMG en Nieuw Amsterdam is een gezonde ontwikkeling, vindt Peter van Gorsel, directeur van de Mediaopleidingen van de Hogeschool van Amsterdam. ,,De branche is eindelijk, veel later dan in het buitenland, volwassen aan het worden.'' Volgens Van Gorsel was er in Nederland sprake van een cottage industry, waarbij de uitgevers leunden op de aanname dat lezen de belangrijkste vrijetijdsbesteding was. ,,Ondertussen werd de concurrentie van andere media, televisie, internet, noem maar op, steeds groter. Denk aan de computerspellen: een succesauteur als Tom Clancey schrijft zich suf, niet aan boeken, maar aan scenario's voor spelletjes.'' Ook cultureel gezien is er veel verschoven, aldus Van Gorsel. ,,Het boek is niet langer high culture. Intellectuelen praten eerder over een film als The Matrix dan over een boek.''

Uitgevers moeten de komende tijd veranderen, vindt Van Gorsel, van ,,producenten van drukwerk'' in ,,makers van belevingen en merken, met de auteur als drager''. Als positief voorbeeld noemt hij FMG, dat met Pimento langzaam bouwt aan een nieuw fonds, maar door overnames – onlangs nog van uitgeverij 521 – aan groei door expansie doet. Dat de grote concerns zich net als FMG en Nieuw Amsterdam moeten richten op nieuwe media, staat voor Van Gorsel vast: ,,Er is sprake van de aloude push-and-pull situatie. De markt – die een groei van bijvoorbeeld luisterboeken vertoont – duwt. De auteur – die breder geëxploiteerd wil worden – trekt.'' De persoonsgebonden imprints die FMG voor Heleen van Royen en Carry Slee heeft opgericht zijn daar een voorbeeld van.

De huidige periode is ,,gevaarlijk en beslissend'' voor de Nederlandse uitgeverijen, vindt Joost Nijsen van de onafhankelijke uitgeverij Podium. ,,De grote commerciële nieuwkomers zorgen voor een verandering van het klimaat, die veel zal vragen van het gezonde verstand van met name de schrijvers.'' De overstap naar een andere uitgever is heel ingrijpend, stelt Nijsen. ,,Word je net zo goed begeleid bij die nieuwe uitgever? En hoe staat zo'n uitgeverij er over een paar jaar voor? Wie is dan de eigenaar?''

Vorig jaar kreeg Nijsen te maken met het vertrek van een van zijn auteurs, Manon Uphoff, naar De Bezige Bij. De Bezige Bij heeft Nijsen niet alleen alle onkosten – zoals de voorschotten – terugbetaald, maar ook een afkoopsom. ,,Het gaat niet om een enorm bedrag, maar het is wel een compensatie van de gederfde inkomsten.'' Een `transfersom' dus, die uitgevers kunnen investeren in het omvormen van jonge, nog zoekende auteurs met marketing en redactie tot volwaardige Nederlandse schrijvers: talent development. Robbert Ammerlaan van De Bezige Bij, die niet kwijt wil hoeveel hij aan Podium heeft betaald, spreekt van een ,,goodwill bedrag''.

Waar Uphoff bij WPG-uitgever De Bezige Bij een eenvoudig contract voor haar boeken kreeg, sloot Heleen van Royen met FMG een contract dat veel verder gaat. Sandra Piers van FMG: ,,Het gaat om meer dan drie jaar, om meer dan alleen boeken en er is een vorm van exclusiviteit afgesproken.'' Van Royen wordt geëxploiteerd als merk. Gevolg: hogere inkomsten, maar ook minder vrijheid om na een jaartje weer van uitgever te wisselen. Voor met name succesauteurs zullen de contracten steeds meer gaan lijken op die van popsterren en acteurs, verwacht Piers. De centrale vraag die uitgevers zich de komende jaren moeten stellen is volgens Van Gorsel: ,,In welke vorm kun je het talent van een schrijver of kunstenaar het beste op de markt zetten en begeleiden?''

Dat schrijvers zich niet altijd even sterk verbonden voelen met hun uitgeverij, speelt al jaren. Sinds de uittocht in 1991 van redacteur Emile Brugman bij De Arbeiderspers, die auteurs als Boudewijn Büch en Cees Nooteboom naar zijn nieuwe uitgeverij Atlas meenam, zijn er tientallen auteurs en redacteuren van uitgeverij gewisseld. Vaak volgen schrijvers hun redacteur, wanneer die een eigen uitgeverij opricht (Joost Nijsen nam Giphart mee naar Podium) of wanneer de overstap naar een concurrent wordt gemaakt (Robbert Ammerlaan nam Donna Tartt mee naar De Bezige Bij). Een auteur als Marcel Möring, die vorige week uitgeverij Augustus verruilde voor De Bezige Bij, lijkt vooral door afkeer van grote concerns te worden gedreven. Auteurs bezwijken ook regelmatig voor de verleidingen die een andere uitgever ze biedt. In de uittocht van L.J. Veen naar Nieuw Amsterdam worden beide factoren gecombineerd: het personeel is er vertrouwd, en er lijken meer mogelijkheden te liggen dan bij een groot concern.

Want uitgeverij Nieuw Amsterdam wil zich positioneren ,,in een multimediale omgeving'', zo lieten de oprichters in een persbericht weten. Het is een bekend geluid: ook uitgeverij Pimento profileert zich als een uitgeefhuis dat niet uitgaat van het product – het boek – maar van de rechten. Zo kan FMG boekverfilmingen produceren, daar weer dvd's van uitbrengen, maar ook computerspelletjes en andere multimediaproducten verzorgen, zoals bijvoorbeeld het luisterboek.

Het luisterboek, de op cd te beluisteren evenknie van het papieren boek, is een belangrijk speerpunt van Pimento en FMG. De succesvolle kinderboekenschrijfster Carry Slee bracht er sinds haar vertrek bij PCM-uitgeverij Prometheus vorig jaar al een aantal van uit. Het luisterboek lijkt als honing te werken op de Nederlandse schrijvers, die kennelijk wel wat zien in deze `multimediale' aanpak. In de Angelsaksische wereld – geschatte omzet in de Verenigde Staten 800 miljoen dollar – en Duitsland – vorige maand een eerste specifieke luisterboekenbeurs in Keulen – zijn luisterboeken een groot succes.

,,Ik zie een markt'', beaamt Van Gorsel. ,,Luisterboeken hebben als groot voordeel dat je ze kunt beluisteren terwijl je iets anders aan het doen bent.'' Dat is tegenwoordig, nu tijd steeds kostbaarder is geworden, van groot belang. De uitgevers zullen wel hun distrubitiekanalen moeten uitbreiden, zegt Van Gorsel. ,,Gewoon bij Albert Heijn een audioboek voor tien euro, dat pakken mensen wel mee. Zo krijg je volume, dan gaat het rollen.''

Het succes van de luisterboeken in de Verenigde Staten wordt mede bepaald door de keuze van de voorlezer. Dat is vaak een bekende acteur. Zo leest Julia Roberts de bestseller The Nanny Diaries (duur: vijf uur en vijftien minuten) van Emma McLaughlin en Nicola Kraus. Slaughterhouse-Five van Kurt Vonnegut (zes uur) wordt voorgelezen door Ethan Hawke. Ook Brad Pitt, Matt Damon, Jodie Foster en John Travolta leenden hun stem voor luisterboeken. Gaat FMG dan nu luisterboeken van Heleen van Royen maken met de stem van Georgina Verbaan? Sandra Piers: ,,Wieteke van Dort heeft al twee kinderboeken van Carry Slee ingesproken. We maken ook gebruik van de stemmen van bijvoorbeeld Karin Bloemen, Beau van Erven Dorens en Tygo Gernandt.''

Voor Joost Nijsen, en veel van zijn collega's van kleine en middelgrote uitgeverijen, zijn de aardverschuivingen bij PCM, FMG, VBK en Nieuw Amsterdam een ver-van-zijn-bed-show. ,,Als kleine uitgevers kunnen wij ons concentreren op een overzichtelijk aantal auteurs en hun exploitatie.'' Bang dat kleine uitgeverijen hun auteurs kwijtraken aan concerns die de exploitatie breder kunnen aanpakken is hij niet. ,,Auteurs zijn niet zo hebberig. Ik hoop wel dat literair agenten niet nog meer onrust gaan kweken in de relatie tussen auteur en uitgever.''