Deze tijd heeft behoefte aan `dwazen' als Troelstra

De internationale dimensie van het werk van de sociaal-democratische leider Pieter Jelles Troelstra (1860-1930) is toe aan herwaardering. Dat geldt zeker ook zijn Europese activiteiten, meent Piet Hagen.

Alle nieuwkomers ten spijt wordt de Nederlandse politiek nog altijd gekenmerkt door de drie hoofdstromingen die aan het eind van de negentiende eeuw ontstonden. Van die stromingen heeft het liberalisme de oudste wortels, ook al omdat wij er de Grondwet van 1848 aan danken. Ook de christen-democratie is stevig verankerd, getuige alleen al het record aan premiers, van Kuyper tot Balkenende. Voor de achterbannen zijn het tradities om trots op te zijn.

Bij de sociaal-democraten is eerder sprake van verlegenheid met het verleden. Pieter Jelles Troelstra (1860-1930) wordt te veel geassocieerd met een ideologie die niet meer van deze tijd is. De wereld is neoliberaal, met hooguit een vleugje christelijke inspiratie à la Bush of Balkenende.

In geschiedenisboeken heeft de herinnering aan Troelstra zich verdicht tot zijn revolutiepoging in 1918. Dat hij zich in die roerige dagen heeft vergist in de machtsverhoudingen en ook in de steun van zijn eigen organisatie, staat wel vast. Hij heeft het zelf toegegeven.

Maar er is nog wel een ander verhaal te vertellen, dat meer nadruk legt op de chaos die veroorzaakt was door de imperialistische `vergissing' van de Grote Oorlog met zijn tien miljoen doden. Dat neemt niet weg dat Troelstra's tegenstanders diens vergissing-zonder-slachtoffers dankbaar hebben aangegrepen om hem voorgoed verdacht te maken.

Troelstra's achterban heeft hem echter spoedig zijn misstap vergeven, ook omdat sociale hervormingen daarna sneller mogelijk bleken. Bij zijn afscheid van de actieve politiek in 1925 werd hij massaal gehuldigd. Toen hij op 16 mei 1930 in Den Haag ten grave werd gedragen, volgde een stoet van 25.000 aanhangers zijn baar. Velen waren voor dag en dauw met speciale treinen naar Den Haag gekomen. Zijn vierdelige Gedenkschriften zijn door tienduizenden gelezen.

Lang na zijn dood werden nog standbeelden opgericht in Stiens, Leeuwarden, Utrecht en Den Haag. Bij het voor Nederlandse begrippen onwaarschijnlijk grote beeldhouwwerk in het Haagse Westbroekpark werden ook dit jaar op 1mei rode rozen gelegd.

Voor overtuigde socialisten blijft Troelstra de man die samen met elf andere apostelen in 1894 de Sociaal-democratische Arbeiderspartij heeft opgericht, de voorloper van de huidige PvdA. Voor Friezen is hij daarenboven een niet onbelangrijk dichter, wiens gedichten en liederen nog altijd gelezen en gezongen worden.

Socialisten en niet-socialisten zouden zich Troelstra kunnen herinneren als de man die met al zijn kracht gestreden heeft tegen armoede en onderdrukking. Aan het eind van de negentiende eeuw maakten arbeiders nog dagen van twaalf, veertien uur, in ruil voor een hongerloon.

Ze konden van de ene op de andere dag ontslagen worden en hadden geen sociale voorzieningen. Ziekteverzekering of pensioen bestond voor hen niet. De huisvesting was erbarmelijk. Er was geen leerplicht en tot 1918 ook geen algemeen kiesrecht. Zij aan zij met het socialistische Kamerlid Van Kol heeft Troelstra zich ook gekeerd tegen de koloniale oorlogen in Nederlands-Indië die tienduizenden slachtoffers eisten.

Hoe men ook denkt over het conflictueuze karakter van Troelstra – ook in zijn eigen partij lag hij met velen overhoop – zijn bijdrage aan de sociaal-economische, politieke en culturele emancipatie van de Nederlandse arbeiders staat buiten kijf.

Misschien is nog wel zijn grootste verdienste dat hij arbeiders een gevoel van zelfbewustzijn en hoop gaf. Hij begon zijn loopbaan als `rode' advocaat en hij is dat als politicus altijd gebleven. Meer een volkstribuun dan een staatsman. Een populist in de goede zin van het woord.

Anno 2005 bestaat er een verzorgingsstaat waarvan Troelstra niet heeft kunnen dromen. De zorg is nu eerder de bestaande voorzieningen overeind te houden dan ze uit te breiden. Of zelfs om ze af te slanken teneinde ze te redden. Maar buiten Nederland bestaat nog zoveel armoede dat een pleidooi voor sociale gerechtigheid nog steeds actueel is. Je zou willen dat er ,,meer dwazen zoals hij'' rondliepen om dat thema op de agenda te houden.

Ook in Europees verband lijkt de internationale dimensie van Troelstra's werk herwaardering waard. Met socialistische leiders in andere Europese landen onderhield hij intensief contact. Enkele malen per jaar zag hij hen op congressen en op bijeenkomsten van het Internationaal Socialistisch Bureau. Daar spraken ze over de verhouding tussen parlementarisme en revolutionaire actie, maar ook over concrete punten als sociale voorzieningen, economische medezeggenschap (een stokpaardje van Troelstra), kolonialisme en oorlogsdreiging.

Tussen 1914 en 1918 heeft Troelstra zich actief ingezet voor bespoediging van de vrede, maar per saldo zette de Eerste Wereldoorlog toch een streep door de internationale solidariteit. Het zou tot na de Tweede Wereldoorlog duren voordat die draad weer werd opgevat, zij het in een geheel nieuwe vorm.

De Europese Unie van dit moment biedt alle politieke stromingen, dus ook de socialisten, een platform om in internationaal verband te werken aan rechtvaardige sociaal-economische verhoudingen.

Die mogelijkheid dwingt alle partijen, liberalen en christendemocraten net zo goed als socialisten, hun idealen in een eigentijdse en meer internationale context te verwezenlijken.

Piet Hagen werkt sinds 2003 aan de biografie van Pieter Jelles Troelstra. De biografie zal omstreeks 2008 verschijnen.