De KunstRAI herovert zijn plaats

De mindere jaren zijn definitief voorbij op de KunstRAI in Amsterdam, waarvan gisteravond de 21ste editie opende. Vrijwel alle galeries die uitweken naar ArtRotterdam zijn terug.

Mag dat, glas in lood? Mag het als het voorstellingen van bloemen zijn? Bas Meerman vindt van wel en richtte op de KunstRAI een kapelletje in waar je los van alle verleidingen en drukte even tot bezinning kan komen. In zijn Introspektakel kun je nadenken over de vraag of er na de gebrandschilderde ramen van Marc Mulders nu een hausse dreigt. In de schemerige ruimte is het heerlijk kijken naar Meermans drie frisverlichte ramen met groene stelen en grote rode bloemen. Stil is het alleen niet. Je hoort het geklets van kunstliefhebbers en met een beetje pech zelfs het blaffen van een hond.

De gisteravond geopende 21ste KunstRAI is de laatste waar je nog mag praten over de mindere jaren. Na drie jaar Anneke Oele als manager is de beurs weer leidend in Nederland. Vrijwel alle galeries die uitweken naar ArtRotterdam zijn terug. Bijna iedereen staat op beide beurzen en Nederland heeft voortaan twee goede presentaties van moderne en eigentijdse kunst. Die in de RAI maakt indruk in de breedte, waardoor de individuele kwaliteit van kunstenaars minder opvalt. Maar die schijn bedriegt, want er zijn fantastische presentaties.

De hoge gemiddelde kwaliteit is de reden dat de jaarlijkse bijzondere presentatie deze keer tegenvalt. Vorig jaar mocht het eigenzinnige Stedelijk Museum Buro Amsterdam de grootste stand van de beurs inrichten, deze keer ging die eer naar de voorhoede van het Fries Museum. Buro Leeuwarden zou een paar jaar geleden zijn opgevallen met de reusachtige wandschildering (33 x 3 meter) van Haddasah Emmerich. Tussen zo veel goeds en beters valt het echter tegen. Emmerich schilderde het tijdelijke werk deze week op drie binnenmuren van de stand, maar veel meer dan een haastige opeenvolging van gezichten, diamantvormen in ecoline-achtige, donkere tinten is het niet. Groot, maar niet bijzonder. Elders in de ruimte van Buro Leeuwarden lukt het tekenaar Bas Epker evenmin om zich te onderscheiden van het beursaanbod.

Het is een goed teken dat de vernieuwing niet van de musea hoeft te komen. Zo bracht galerie Annie Gentils uit Antwerpen de misschien wel indrukwekkendste jonge kunstenaar naar Amsterdam. Kati Heck is 26 jaar, komt uit Duitsland en studeerde aan de Antwerpse academie. Een vier meter breed schilderij van haar begint als een strip en eindigt rechts als fotorealistische kitsch met een liggende man. Daartussen zie je donker linnen dat hier een daar wild is bekrast en met teksten beklad. Eén spreuk heeft ze nauwkeurig geschilderd: `Sind wir per Du' en daarachter, in felle halen `Axt im Walde', wat zoiets als `kunnen we tutoyeren' en `addertje onder het gras' betekent, maar veel angstaanjagender klinkt. De man lijkt dood. Zijn bovenlichaam heeft Heck exact gedetailleerd, de benen zijn slechts een schimmige omlijning. Eenzelfde drift en diepte spreekt uit de tientallen kleinere tekeningen waarmee een hele wand is behangen. Verwijzingen naar het SS-verleden van haar grootvader combineert ze met herinneringen aan stripheldjes uit haar jeugd. Ook werkt ze veel met een oom die een fotokraam heeft op kermissen, waarin mensen zich op zijn negentiende-eeuws laten portretteren. Zij maakt daar spannende Hitchcock-scènes en persoonlijke ontboezemingen.

Ook veel andere galeries hebben gehoor gegeven aan de wens van de KunstRAI om zich te concentreren op één kunstenaar. ,,Solostands werken goed, we geven korting als galeries daarvoor kiezen'', zegt manager Anneke Oele. Volgens haar is de beurs zo'n beetje af. ,,We hebben iedereen die goed is.'' Er zouden alleen nog iets meer buitenlandse galeries bij moeten. Er is zeker ook plaats voor kunsthandelaren die oudere kunst tonen, zegt Oele. ,,Dat gedoe van alleen maar hedendaagse kunst vind ik jammer. Iedereen is hedendaags geweest.'' Oeles wens is een nauwere band met de stad. Dit jaar zijn er al vijf musea gratis toegankelijk met een beurskaartje. Ze zou graag verder gaan en samen met de gemeente stad en kunstbeurs willen aanbieden als toeristische voorjaarsbestemming.

Bij Dick de Bruijn hangt grandioos en duister schilderwerk van Derk Thijs. Voor echte Corneilles, Appels en Jorns kunt u terecht bij de galerie Moderne uit Silkeborg, Denemarken. Rob Scholte toont werk uit 2005 bij galerie Witteveen. Nageschilderde ordners, postbakjes, kreukelige stoffen met een scheur erin. Indrukwekkend is een duisterbruin schilderij van vennetje in de mist – daar doet het aan denken – waarin walvisachtige beesten een kring vormen rond het bijna verveloze midden. Daar transformeert een olijk getekende schildpad in vier stadia tot Citroën Deux Chevaux. Bij de Groningse galerie Anderwereld/Katuin exposeert de autodidact Rudy Lanjouw zijn Tapiès-achtige werken met op de imposante, ruwe verfoppervlaktes vaak de uitgespaarde omtrekken van een mensenhoofd.

Wat misschien nog het meest opvalt in de overdaad van een beurs van 115 galeries en kunsthandelaren die samen bijna 800 kunstenaars presenteren, is dat je er zoveel viervoeters ziet. Niet alleen bij de ingang, waar kunstenaar Maarten Wetsema zijn `hondenfoto's' maakt, een soort van geposeerde portretten (,,Het gaat me niet om het ras, maar om het karakter''). Maar ook elders op de beurs, zoals bij Fons Welters een grote, gedrongen en plooiige pitbull van Tom Claassen, een gigantische boxer bij galerie Delaive, een wit hondje van Jeff Koons bij Jörg Hasenbach en heel veel hazen bij Maisenbacher. Ottmar Hörl vermenigvuldigt plastic hazenbeeldjes naar het voorbeeld van de beroemde tekening van Dürer die twee jaar geleden 500 jaar oud was. Hörl zette er 7000 van op een plein in Neurenberg. Een paar zijn hier te koop, waaronder een speciale oranje voor 30 euro. De Duitse kunstenaar doet het ook met uilen en Picasso, maar dan in kleinere oplage en duurder.