De arts van de traumaheli is de baas

Ambulances leveren in, de traumahelikopter krijgt er geld bij van de minister. Dat vinden hulpverleners niet eerlijk. Daardoor bellen ze niet altijd als de traumahelikopter wél nodig was geweest.

Op 850 voet hoogte zie je wat een half uur eerder op de A17 bij Standdaarbuiten moet zijn gebeurd. Een zwarte Volkswagen ligt met de motorkap in de sloot en heeft over een spoor van geplet gras verwoeste autonderdelen achtergelaten. In de berm van de ventweg laat een wit laken de contouren van een volwassene zien.

Het lange gras in het weiland wuift na van draaiende rotoren als Isabelle Huig uit de traumahelikopter springt. De anaesthesiologe loopt op een drafje door het weiland, over een betonnen brugje, de ventweg op. Ze passeert een stilstaande politiebus, brandweerwagens, tientallen hulpverleners. Bij de ambulanceverpleegkundige houdt ze stil. ,,Wat is de situatie?'', vraagt ze hem.

De verpleegkundige: ,,Deze man is met zijn auto in de sloot gereden, met zijn hoofd naar onderen. Toen we hem op de kant haalden was hij al dood.''

De anaesthesiologe: ,,Het je hem aangesloten op de hartmonitor?'' Ze wil weten of hij wel dood is. Het is haar verantwoordelijkheid als achteraf blijkt dat het slachtoffer op dat moment nog niet dood was. Bij onderkoelde drenkelingen kan dat. De verpleegkundige zegt dat hij de strook kan laten zien. Dat hoeft niet.

Minister Hoogervorst van Volksgezondheid bezuinigde dit jaar op de ambulancediensten, terwijl de traumahelikopter er geld bij krijgt. Voor 2,5 miljoen euro mogen de traumacentra nu ook 's nachts een helikopter laten vliegen, zo maakte hij vorige week bekend. Dat zou de weerzin van sommige hulpverleners tegen de traumahulp hebben verergerd. Met als gevolg dat zij de traumahelikopter niet altijd bellen bij ongevallen waarbij dat wel zou moeten.

,,We zouden veel vaker ingezet kunnen worden'', zegt Inger Schipper, chirurg-traumatoloog en hoofd van het traumacentrum Zuid West Nederland, in Rotterdam. Uit onderzoek blijkt dat slechts in 14 procent van alle ongevallen waarbij de de traumahelikopter ingezet zou moeten worden, hij ook daadwerkelijk wordt ingezet. ,,Sommige meldkamers bellen ons nooit'', zegt Schipper. ,,Er zijn al heel wat gesprekken met leidinggevenden geweest.'' In Rotterdam gaat het volgens haar goed, Den Haag blijft achter, Nieuwe Waterweg Noord belt bijvoorbeeld zelden. De artsen, verpleegkundigen en de piloot in Rotterdam hebben daar verschillende verklaringen voor.

Zo kost het meldkamerpersoneel meer tijd een helikopter te bellen dan een ambulance. Doen ambulanceverpleegkundigen hun werk al jaren zelfstandig en zien ze het nut niet in van de heli's. Maar vooral, zeggen de medewerkers van de traumahelikopter, hebben ambulancemedewerkers er moeite mee dat ze op hun vingers worden gekeken. De arts arriveert in de helikopter, na de ambulance, maar heeft het wel voor het zeggen. De traumatologen en anaesthesiologen houden daar rekening mee. ,,Wat kunnen we voor jullie betekenen'', vragen ze dan. Of: ,,Zou het geen goed idee zijn om...''. Maar als ze op hun strepen moeten staan, dan doen ze dat. Zij zijn verantwoordelijk.

In eenderde van alle keren dat de traumahelikopter wordt ingezet, krijgt de arts onderweg te horen dat hij niet nodig is en kan terugkeren. Dan hebben de ambulanceverpleegkundigen ter plaatse besloten dat ze het zelf wel aankunnen. Niet altijd terecht.

,,Daar hebben we treurige voorbeelden van'', zegt anaesthesioloog Perjan Dirven. ,,Een kind was onder een vrachtwagen beland. Wij hingen er al boven toen de ambulance arriveerde. Het zag er niet goed uit. Binnen drie seconden na aankomst van de ambulance werden we gecanceld. Dat kan je nooit zo snel beoordelen.'' Bij volledige dekking, in het hele land, zouden traumahelikopters jaarlijks misschien wel 100 tot 200 levens kunnen redden. Maar het onderhouden van vier traumahelikopters en bemanning kost wel 9,5 miljoen euro.

De traumahelikopters zijn bedoeld als aanvulling op de ambulancediensten. Anaesthesioloog Perjan Dirven ziet het zo: ,,Als je pijn aan je enkel hebt dan kijkt er een ervaren specialist met jarenlange opleiding naar. Maar als je op weg naar huis iets ernstigs overkomt, ben je aangewezen op een verpleegkundige.''

Met die helikopter zijn de gespecialiseerde arts en verpleegkundige er sneller dan met een busje. Of er zouden heel veel medische teams met heel veel busjes moeten zijn, maar dat is weer duurder. De helikopter arriveert weliswaar meestal na de ambulance, de brandweer en de politie, maar de arts kan levensreddende handelingen uitvoeren die anders pas in het ziekenhuis zouden kunnen gebeuren. Daar gaat het om: dat gespecialiseerde medische hulp sneller bij het slachtoffer is dan de ambulance met slachtoffer in het ziekenhuis is.

De gespecialiseerde artsen zijn ervaren in het intuberen en behandelen van slachtoffers die ondersteboven liggen, bekneld in een autowrak. Ze zijn goed in het herkennen van neurotrauma's en stompe letsels (autostuur in maag). Die patiënten hebben statistisch gezien 2,5 keer zoveel kans te overleven als er een traumateam bij komt. Voor heel zwaar gewonde slachtoffers kunnen ze niet veel doen. Die gaan gewoon dood. De lichtgewonden hadden het ook zonder gespecialiseerde arts afgekund. Het helikopterteam is vooral van nut bij middelzwaargewonde slachtoffers. Maar of iemand middelzwaargewond is kan alleen de arts ter plaatse beoordelen. Dus gelden andere criteria om de helikopter in te zetten.

Als iemand van een hoogte valt die minstens twee tot drie keer zijn lichaamslengte is. Als de motorkap 50 centimeter is ingedeukt, 30 centimeter van opzij. Als de auto ,,met grote snelheid'' tegen de voetganger reed – minstens 35 kilometer per uur is dat. Bij kinderverstikking en duikongevallen.

De traumacentra overleggen nu waar de traumahelikopter die 's nachts mag vliegen komt te staan – omwonenden klagen nog al eens over geluidsoverlast. En hoe ze de helikopter 's nachts veilig kunnen vliegen. Nu vliegt de piloot grotendeels op zicht, de verpleegkundige helpt hem navigeren met een Falkland stratenboek in de hand.

Duikers zoeken in de sloot naar slachtoffers als anaesthesiologe Isabelle Huig even over achten de meldkamer belt. Het traumateam, dat officieel het mobiel medisch team heet, is dan weer inzetbaar.

Als duikers nu nog mensen in de sloot vinden kunnen de anaesthesiologe, de verpleegkundige en de piloot niets meer voor ze betekenen.