Amerikaans lintje leidt tot boosheid op Balkan

De overhandiging van een in 1948 toegekende Amerikaanse onderscheiding voor de Servische generaal Draža Mihailović heeft in Kroatië en in Bosnië tot commotie geleid.

Bosnië is boos. Kroatië is boos. Sommigen in Servië zijn boos. De boosheid geldt de Amerikaanse regering. ,,Alles wat Amerika tot nu toe voor Bosnië heeft gedaan, is bezoedeld'', zei de co-president van Bosnië.

De boosheid werd maandag gewekt, de dag waarop de overwinning op nazi-Duitsland werd gevierd. In Belgrado overhandigde op die dag een delegatie van Amerikaanse veteranen een Amerikaanse onderscheiding aan Gordana Mihailović, de dochter van Draˇ­za Mihailović, de man die in de Tweede Wereldoorlog de Servische verzetsbeweging leidde, de četniks. De onderscheiding, de Legion of Merit, was Mihailović in maart 1948 door president Harry Truman toegekend, omdat de leider van het Servisch-nationalistische en royalistische verzet ruim vijfhonderd boven het bezette Joegoslavië neergeschoten Amerikaanse piloten had verborgen en gered. Hij bracht ze samen in een dorp en stelde de Amerikaanse geheime dienst in staat hen in een luchtbrug te evacueren.

Draža Mihailović kon in 1948 het lintje niet in ontvangst nemen: hij was twee jaar eerder door het bewind van Josip Broz Tito als oorlogsmisdadiger en collaborateur geëxecuteerd. Zijn četniks waren als verzetsbeweging tegen de nazi's begonnen, maar al snel slaags geraakt met de concurrerende communistische partizanen van Tito. Uiteindelijk concentreerde Mihailović zich vooral op de bestrijding van de partizanen en werkte hij daarbij zelfs met de Duitse bezetter samen. Hij werd na Tito's zege gevangen genomen, ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Voor tientallen jaren werd het woord `četnik' een synoniem voor verraad en collaboratie.

De Amerikaanse medaille kon indertijd ook niet worden uitgereikt aan een lid van Mihailović' familie: de Koude Oorlog was opgelaaid en Tito stond begin 1948 nog te boek als bondgenoot van Stalin. Het lintje verdween in de National Archives. En daar bleef het, tot een indertijd geredde Amerikaanse piloot zich onlangs bij het naderen van de 60ste verjaardag van de zege op nazi-Duitsland afvroeg wat er met het lintje was gebeurd. Zo kwam de onderscheiding maandag alsnog bij Mihailović' dochter terecht.

In Servië werd nauwelijks ophef geregistreerd, want – zo schreef het nieuwsbulletin VIP – velen zien weliswaar de četniks nog steeds als oorlogsmisdadigers, maar voor Servië's nationalisten is het woord četnik in de jaren negentig als gevolg van de `rehabilitatie' van het nationalisme en de teloorgang van Tito's reputatie van scheldwoord in geuzennaam veranderd en niet meer `besmet'.

In Bosnië en Kroatië is echter de boosheid groot. Een organisatie van Bosnische intellectuelen schreef de Amerikaanse ambassadeur in Sarajevo dat de overhandiging van de onderscheiding ,,de volgelingen van de četnik-ideologie en het fascisme – mensen als Radovan Karadžić en Ratko Mladić – zal aanmoedigen in hun criminele gedrag''. Dat de medaille werd overhandigd op de dag waarop de zege op het fascisme werd gevierd, en nog wel door een land dat terrorisme zegt te bestrijden, maakt de zaak nog erger, aldus de organisatie. ,,Het četnik-leger pleegde daden van genocide, verdrijving en vernietiging en vele andere monsterlijke misdaden tegen niet-Serviërs.''

Het Kroatische ministerie van Buitenlandse Zaken protesteerde eveneens, ook op grond van een lange lijst van četnik-misdaden tegen burgers en het anti-fascistisch verzet. Mihailović, aldus het ministerie, heeft niet deelgenomen aan de strijd van de anti-Hitler-coalitie. De uitreiking vam de medaille zal volgens het ministerie ,,onvermijdelijke politieke gevolgen'' hebben.

De Amerikanen deden alsof hun neus bloedde. De uitreiking van de medaille betekent beleidsmatig niets, zei een ambtenaar van het State Department tegen de correspondent van het Kroatische persbureau HINA. ,,Met andere woorden, die uitreiking heeft geen invloed op het Amerikaanse beleid'', verduidelijkte de ambtenaar – die vervolgens vroeg anoniem te mogen blijven.