`We accepteren elkaars werkwijze'

Je ziet het steeds minder: kinderen die hetzelfde beroep kiezen als hun vader of moeder. Deel 6 van een serie dubbelgesprekken. ,,Ik dacht: als mijn vader straks weg is, doe ik het op mijn manier.''

Hans Zingg (75) kan nog altijd geen afscheid nemen van de bonbons, chocolaatjes en marsepein. Nog bijna dagelijks is hij te vinden in het bedrijf dat hij zelf heeft opgezet: Zingg Chocolaterie in het Gelderse Westervoort. Vader Zingg droeg de zaak in 1999 over aan zijn zoon Jeroen (39), toen hij al 69 was. ,,Ik ben altijd een vakidioot geweest en zal dat ook wel blijven.'' Zijn zoon vindt het prima dat zijn vader meehelpt. ,,Hij is onze vijfde, vrijwillige kracht. Handig toch, zo'n extra hulp die meehelpt vormpjes maken en af en toe een bestelling rijdt?''

Hans Zingg is van oorsprong Zwitser. In 1953 kwam hij naar Amsterdam, nadat hij een advertentie in een internationaal vakblad voor banketbakkers had gezet. ,,Ik wilde gewoon graag naar het buitenland.'' In Amsterdam kon hij een jaar blijven bij een banketbakker. Hij werkte daarna even in Zweden, maar kwam weer terug naar Nederland toen zijn vorige werkgever hem een baan aanbood. Hij werkte 28 jaar in Amsterdam en ging begin jaren tachtig bij een banketbakker in Arnhem werken. Een vakantie in Gelderland was vooral zijn vrouw zo goed bevallen, dat ze er op zoek gingen naar werk en een woning. Toen zijn baas met pensioen ging, kon hij de Arnhemse zaak ,,voor een appel en een ei'' overnemen. ,,Het hele interieur inclusief apparatuur kostte nog geen duizend gulden.''

Zingg was al 55 toen hij zijn eigen bedrijf begon. Ondanks deze leeftijd koos hij toch voor het ondernemerschap, omdat hij de zaak goedkoop kon overnemen en omdat zijn zoon voor hetzelfde vak had gekozen. Dat kwam goed van pas, want al in het eerste jaar moest vader Zingg een galoperatie ondergaan. Jeroen kon de examens van zijn lts-opleiding tot banketbakker in zijn vaders zaak afronden. Een paar jaar voor de officiële overdracht in 1999 had Hans Zingg het meeste al uit handen gegeven aan Jeroen. ,,Mijn vader kwam vaak later binnen en vroeg dan aan mij wat hij moest gaan doen.''

Veel veranderingen in de bedrijfsvoering heeft Jeroen niet doorgevoerd. Het aantal klanten, zo'n zestig à zeventig banketbakkerijen, is net zo groot als een aantal jaar geleden en er werken nog steeds maar een paar man. Het bedrijf uitbreiden is ook nooit het voornaamste doel geweest. Jeroen: ,,Als je groter wordt, ga je andere markten bedienen, zoals de warenhuizen. Die betalen wat zij willen betalen en dat betekent dat je vaak compromissen moet sluiten wat betreft je grondstoffen, omdat het anders niets oplevert. Gevolg is dat je de banketbakkers niet meer goed kan bedienen, omdat de kwaliteit minder is.''

Het ambacht staat nog hoog in het vaandel bij Zingg, al merkt Hans Zingg wel veranderingen. ,,De creativiteit gaat verloren doordat de productie niet meer volledig handmatig gebeurt, het vak vervlakt. In Amsterdam maakte ik zo'n zeventig verschillende bonbons, nu zijn dat er nog maar dertig. Een van de redenen is dat de smaak vervlakt. Veel consumenten nemen genoegen met bonbons van Albert Heijn. En door de toegenomen regelgeving is het ondernemerschap moeilijker geworden, alles moet efficiënter.'' ,,Dat is nodig'', zegt Jeroen Zingg, ,,om enigszins rendabel te zijn. Mijn vader heeft het vak op een bepaalde manier geleerd, maar voor die manier is nu gewoon geen tijd meer. We hebben een paar machines en koelcellen aangeschaft, waardoor we bijvoorbeeld twee keer zo snel paaseitjes kunnen vullen. Toen ik voor mijn vader werkte, had ik soms andere ideeën over het maken van bonbons. Dat kon volgens mij sneller. Maar we hebben daar nooit ruzie over gehad. Ik dacht: als hij er straks uit is, doe ik het op mijn manier. Zoals ik zíjn manier van werken accepteerde, doet hij dat nu bij mij.''

Dit is een serie over ouders en kinderen met hetzelfde beroep. Volgende week: moeder, zoon en dochter met een relatiebureau