Ultra-radicaal

Zhang Chunqiao, wiens overlijden gisteren bekend werd, was als lid van de `Bende van Vier' een van de leidende figuren achter de Culturele Revolutie die China tussen 1966 en 1976 in complete chaos onderdompelde. Maar spijt of berouw heeft hij nooit getoond. Net zoals Jiang Qing, Mao's weduwe, zich niet bang liet maken tijdens het showproces dat in 1980 werd gevoerd, toonde Zhang weinig ontzag voor zijn ondervragers. Hij zweeg voornamelijk en hield zich slapende. Jiang Qing en Zhang Chunqiao kregen de doodstraf, maar die werd nooit uitgevoerd. Mao's weduwe nam later haar lot in eigen hand: ze pleegde zelfmoord, in 1991. Zhangs straf werd in 1983 omgezet in levenslang, en in 2001 werd hij op medische gronden vrijgelaten. Drie weken geleden, op 21 april, overleed hij op 88-jarige leeftijd in Shanghai aan kanker, meldde het staatspersbureau Nieuw China gisteren. Van de Bende van Vier is Yao Wenyuan de enige die nu nog in leven is; het vierde lid, Wang Hongwen, overleed al in 1992.

De Culturele Revolutie was de apocalyptische missie waarmee de Grote Roerganger Mao Zedong op het einde van zijn leven zijn revolutionaire erfgoed voorgoed wilde veilig stellen – steunend op het oude kader van het Volksbevrijdingsleger en op de hordes van opgezweepte middelbare scholieren en studenten, de Rode Gardisten. De Culturele Revolutie, volgens Mao de ultieme aanval op de krachten van het bourgeois-revionisme, ontaardde in een orgie van geweld door toedoen van ontketende nieuw-radicalen als zijn vrouw Jiang, met wie Mao op voet van oorlog leefde, en haar bondgenoot Zhang. Die voerde het oproer tegen de `bureaucraten' in Peking vanuit Shanghai aan. Als voorzitter van het revolutionair comité van Shanghai was Zhang begin 1972 nog gastheer bij het afscheidsbanket voor de bezoekende Amerikaanse president Nixon.

Van de zuiveringen werden miljoenen het slachtoffer. Een maand na Mao's dood op 9 september 1976 werd de Bende van Vier opgepakt en begonnen de nieuwe machthebbers met de afrekening.