Steun aan Georgië

Voor wie vrijheid niet vanzelf spreekt, is de komst van een vrijheidsprediker een geschenk. Vele tienduizenden Georgiërs gaven president Bush gisteren in de hoofdstad Tbilisi een allerhartelijkst welkom. De machtige Amerikaan, op vrijheidstournee tot in de uithoeken van Europa, roemde Georgië als `lichtend voorbeeld' voor de vrijheid. De sovjetonderdrukking ligt de bevolking nog vers in het geheugen. Wat daarna kwam, was niet veel beter. Pas na de geweldloze opstand van anderhalf jaar geleden tegen een corrupt regime zag de toekomst er wat beter uit. Maar de huidige president van Georgië, Michail Saakasjvili, weet dat zijn land zonder hulp van buitenaf weinig kan. Ingeklemd in een instabiele regio en met Moskou als dreigend toezichthouder, is Georgië deels overgeleverd aan onbeheersbare krachten. De aandacht door Bush' bezoek was meer dan welkom. Misschien zal dit de moeizaam verlopende postrevolutionaire fase een impuls geven. Ook daarvoor juichten de Georgiërs gisteren op hun Plein van de Vrijheid.

Georgië hoopt op samenwerking met de Verenigde Staten, de Europese Unie en de NAVO. Tegelijkertijd kan het Rusland niet negeren. Bush nam de Russische president Poetin wind uit de zeilen door hardop te zeggen dat de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië moeten worden gerespecteerd. Dat heeft ongetwijfeld irritatie in Moskou veroorzaakt, maar ook Poetin zal eens inzien dat het stimuleren van vrijheidsbewegingen in notoir ondemocratische landen en regio's uiteindelijk loont. Hij sloot gisteren een symbolisch maar wel belangrijk akkoord met de Europese Unie over samenwerking op tal van gebieden: economie, justitie, cultuur. Die overeenkomst kan alleen standhouden als Moskou zich welwillend opstelt jegens kleinere buurlanden, zeker waar het democratische ontwikkelingen betreft.

Dat is allereerst Poetins verantwoordelijkheid. Maar het betekent net zo goed dat de EU zich in navolging van Washington tot in detail met landen als Georgië en Oekraïne zal moeten bezighouden. Zonder meteen aan lidmaatschap te denken, heeft de Unie een verantwoordelijkheid jegens deze voormalige sovjetstaten die verder strekt dan de vrijblijvendheid van vroeger. De relatie Brussel-Moskou zal moeten worden bepaald aan de hand van de steun die Rusland geeft aan vorming van democratie en rechtsstaat in Tbilisi en Kiev. De Baltische staten, Polen en de overige ex-Oostbloklanden die vorig jaar lid van de Unie werden, kunnen als ervaringsdeskundigen een belangrijke rol in dit delicate proces spelen. Ook de NAVO zal als militaire én politieke organisatie van zich moeten laten horen. Zowel de Georgische president Saakasjvili als zijn Oekraïense collega Joesjtsjenko ziet terecht de alliantie als de beste veiligheidswaarborg tegen Russische dreiging.

Voormalige sovjetstaten zijn zich, de een sneller dan de ander, aan het losmaken van hun door Moskou bepaalde verleden. Of hebben dat al gedaan. Het geopolitieke speelveld verplaatst zich, gezien vanuit Washington en Brussel, steeds verder naar het oosten. Van EU-leden-in-spe Roemenië en Bulgarije naar democratieën-in-oprichting Oekraïne en Georgië. Na Georgië komt het zwarte gat van de overige Kaukasus, dat misschien ooit nog eens mede vanuit een democratisch en Europees Turkije positief kan worden beïnvloed. Maar dat is nog ver weg. Georgië moet als prille en geïsoleerde democratie eerst weten stand te houden. De Europese en Amerikaanse bondgenoten zullen het land na Bush' vertrek moeten steunen met meer dan woorden alleen.