Softbal mag weer in Irak

Het softbalteam van Bagdad is gisteren kampioen van Irak geworden. In het stadion van de Universiteit van Bagdad versloegen de vrouwen uit de hoofdstad het team uit Diwaniya, met 14-5.

Vrouwelijke sporters hebben het nog steeds zwaar te verduren in Irak, omdat het niet op prijs wordt gesteld dat vrouwen zich opvallend gedragen. De softbalsters hebben het extra moeilijk, omdat softbal wordt geassocieerd met de Verenigde Staten. Tijdens het bewind van Saddam Hussein was softbal verboden; de dictator zag die sport als een product van het Amerikaanse imperialisme.

Sinds de inval in Irak gelden de Amerikanen en de Britten als sponsors van de sport in dat land. Vorig jaar maakte Irak zijn rentree bij de Olympische Spelen, onder meer met een bokser, Najah Salah Ali. Die propageerde in Athene het `vrije Irak'. De Iraakse olympische ploeg bestond verder uit twee atleten, een judoka, een gewichtheffer, een taekwondoka, een zwemmer en achttien voetballers.

In de elf keer dat Irak deelnam aan de Zomerspelen, won het land één olympische medaille: brons, met gewichtheffen.

De inval van de Britten en de Amerikanen in Irak, in maart 2003, had aanvankelijk ook zijn nadelen voor sommige sporters in Irak: zo moest de nationale zwemploeg drie maanden in de rivier de Tigris trainen omdat de Amerikaanse troepen het sportcomplex met het 50-meterbad in gebruik hadden genomen.

Anders dan de foto's over softbal in Irak doet vermoeden, gaat het de vrouwen in Irak niet voor de wind. Gelovige shi'itische partijen die het nieuwe parlement domineren willen het islamitisch familierecht herinvoeren dat vrouwen als tweederangsburgers behandelt. Veel vrouwen die onder het seculiere bewind van Saddam Hussein geen hoofddoek droegen, worden nu gedwongen het hoofd te bedekken.