Prostitutie gebaat bij taai bestrijden wantoestanden

Strafbaarstelling van klanten van prostituees is een verkeerd middel om de problemen in de prostitutie aan te pakken, meent Jan Visser.

Ondanks de legalisering van prostitutiebedrijven in 2000 door het instellen van een gemeentelijk vergunningenstelsel, nemen dwang en illegaliteit eerder toe dan af. In een artikel over prostitutie in deze krant van 7mei wordt de suggestie gewekt dat legalisering wellicht niet de goede keuze geweest is en wordt een middel voorgesteld dat de laatste tijd in de mode is gekomen: het strafbaar stellen van klanten van verslaafde prostituees of van vrouwen die zich onder dwang prostitueren. Maar het is een verkeerde keuze om misstanden in de prostitutie primair met het wetboek van strafrecht te willen bestrijden.

Er kan geen twijfel over bestaan dat er veel mis is in de prostitutie. Sommigen vinden prostitutie zelf het grote euvel, afschaffing is voor hen de enige remedie.

De Tweede Kamer heeft in 2000 echter in overgrote meerderheid ingestemd met een tweesporenbeleid: enerzijds de verhoging van de strafmaat voor dwang en geweld in de prostitutie en anderzijds het onder gemeentelijke regulering brengen van de bedrijven waar prostituees vrijwillig werken. De overheid kan dan toezien op misstanden en zij kan vergunningen intrekken als de rechten van prostituees worden geschonden. Waarom is er na bijna vijf jaar nog zoveel te klagen?

1.De manier waarop prostitutie zich presenteert, is veranderd. Internet en mobiele telefonie hebben de mogelijkheden tot communiceren tussen vraag en aanbod vergroot, waardoor overzicht en controle worden bemoeilijkt. Hierbij komt ook nog dat iedereen tot op grote hoogte anoniem kan blijven. Daarnaast is het internationale reizen gemakkelijker en goedkoper geworden, het IJzeren Gordijn is geslecht en de EU groter geworden. Dit draagt ertoe bij dat mensen uit andere landen gemakkelijker in Nederland hun geluk kunnen zoeken, vaak hebben hierbij anderen de touwtjes in handen.

2.Alle politieregio's hebben speciale teams die belast zijn met mensenhandel. Dit werpt zijn vruchten af; vorig jaar waren er meer dan 400 meldingen volgens de cijfers van de Stichting Tegen Vrouwenhandel. Er wordt dus wel degelijk wat aan gedaan, maar de keerzijde van de toegenomen opsporingscapaciteit is dat het lijkt alsof dwang en geweld toenemen. Nieuwe strafwetartikelen zijn in ieder geval niet nodig, de huidige hoeven slechts te worden toegepast. Wel kan de aangiftebereidheid worden gestimuleerd door vrouwen die aangifte doen meer te steunen en een perspectief te bieden.

3.Het uitbannen van uitwassen in de legale bedrijven is een moeizaam proces. Het zal in ieder geval niet vanzelf gebeuren. Het is zeer lonend om vrouwen tegen slechte arbeidsvoorwaarden te laten werken en hen niet eerlijk te laten delen in de opbrengsten van het bedrijf. De macht in de bedrijven ligt bij de eigenaren en die macht kan niet worden aangetast door prostituees alleen. Zelfs niet met ondersteuning van FNV Bondgenoten. Toezichthoudende instanties als de vergunningverlenende gemeente, arbeidsinspectie, belastingdienst en UWV kunnen elk op hun eigen manier aan sanering bijdragen.

4.Het roepen om strafbaarstelling bij het constateren van misstanden is een begrijpelijke reactie maar werkt als een boemerang tegen de belangen van prostituees. Van de iets meer dan 400 meldingen van mensenhandel waren in ieder geval enkele tientallen afkomstig van klanten of van vrouwen zelf, daarbij geholpen door klanten. In het land waar het kopen van seksuele diensten strafbaar is, blijkt uit onderzoek dat de prostituees zich meer geïsoleerd voelen, in de illegaliteit naar klanten moeten zoeken en meer psychische stress ervaren (www.petraostergren.com). Prostituees die voor dit beroep kiezen, vragen er niet om dat zij tegen klanten worden beschermd, maar zij verlangen respect van de maatschappij en realisering van de bescherming van hun arbeidsrechten.

Simpele wondermiddelen zijn niet voorhanden om de problemen in de prostitutie op te lossen. Er rest ons niets anders dan voort te gaan op de moeizame weg van het zowel taai bestrijden van dwang en geweld als van het consequent en gecoördineerd handhaven van de regelgeving voor legale bedrijven. Hierbij bevinden we ons in goed gezelschap van minister Donner, die zich ook terecht in de Tweede Kamer uitsprak tegen strafbaarstelling van klanten: onuitvoerbare symboolwetgeving.

Jan Visser is oud-directeur van de belangenorganisatie voor prostituees, De Rode Draad.