Nostalgie met een boodschap

De prijs voor het beste museum van Europa is voor het Openluchtmuseum. De jury raakte bekoord door het verhaal achter een muur met 2500 spaarpotten.

Tussen de twee gebouwtjes staan een paar dozijn tuinkabouters. Op het heuvelige terrein van het Openluchtmuseum bij Arnhem laat directeur Jan Vaessen trots zien waarom hij afgelopen weekeind de prijs voor het beste museum van Europa heeft gewonnen. Als voorbeeld noemt hij de in oktober 2004 geopende attractie Spaarstation Dingenliefde.

Vaessen (57) leidt het museum sinds 1990. Langs de kabouters gaat hij het linker gebouw van Dingenliefde binnen. Een zaal vol zolderspulletjes. ,,Wat je hier ziet is dagelijks gebruiksgoed van de familie Wietsma uit Dordrecht. Ze hebben vier generaties lang elk papiertje, elk dingetje bewaard. We zijn geen kunstmuseum, maar wij bewaren spullen die normaal gesproken op de vuilnisbelt terechtkomen. Ze hebben enkel herinneringswaarde.''

Het museum heeft een deel van de inboedel van de Wietsma's overgenomen. In de volgende ruimte staan ze in keurige stellingkasten. ,,Onze bezoekers vinden niks leuker dan een depot.'' In een dwarsdoorsnede toont het museum wat het verzamelt. ,,Grote dingen, kleine dingen, textiel, metaal, speelgoed. We brengen ze in kaart en verzamelen er kennis over, omdat we verhalen willen vertellen over verdwenen fenomenen.''

Hoe dat in Arnhem gaat, zie je bij de themavitrines over onderwerpen als het zware huishouden, verzuiling en venters aan de deur. Die zijn geïllustreerd met voorwerpen, foto's en filmpjes. ,,Alleen al hier is een bezoeker bijna een uur bezig'', zegt Vaessen.

In 1987 wilde minister Brinkman (Cultuur) bij een bezuinigingsronde het Openluchtmuseum sluiten. Na felle protesten en een forse reductie van arbeidsplaatsen is het museum verzelfstandigd. In de jaren negentig volgden uitbreidingen met onder meer een melkfabriek, een bierbrouwerij, een kampbarak waar Molukse immigranten in opstand kwamen tegen hun huisvesting, een nieuw entreegebouw en in 2000 het HollandRama met een indringende ervaringsreis door de geschiedenis van Nederland. Het bezoek viel echter tegen en het museum raakte in financiële problemen.

,,Er zijn vier momenten geweest in de afgelopen vijftien jaar dat we het museum hadden kunnen uitleveren aan platte commercie. We hebben in plaats daarvan projecten ontwikkeld waarin we geloofden en die inhoudelijk zinvol waren en waarvan we bijna zeker wisten dat onze bezoekers dat leuk zouden vinden.'' Vaessen lijkt gelijk te krijgen, want de bezoekcijfers zijn gestegen van 280.000 in 2002 naar 350.000 in 2004. ,,Volgens de jury van het European Museum Forum hebben we onszelf opnieuw uitgevonden zonder de kwaliteiten die we hadden weg te gooien.''

Het museum werd in 1912 opgericht als verzet tegen de industrialisatie. ,,Men wilde het zuivere Nederland tonen. Het lijkt soms wel of je nu in de kranten de discussie van onze oprichters weer leest. Die enorme nadruk op identiteit en de vraag wie zijn we nou eigenlijk.'' Volgens Vaessen kan de museumwereld daarbij weer een rol spelen. ,,Niet met een Nationaal Historisch Museum. Zo'n gebouw is een negentiende-eeuwse oplossing. Investeer liever een vijfde van het geld in een netwerk voor alle historische musea in Nederland, die al jarenlang veel minder geld krijgen dan kunstmusea.'' Zo kun je volgens hem veel beter alle aspecten van de nationale geschiedenis laten zien. Zo'n nationaal museum gaat ook al snel over politieke hoogtepunten.

,,We gaan hier niet om the dark side of folklore heen. Natuurlijk roepen oude dingen nostalgie op, maar in een rijke boerderij uit het Groningse Oldambt laten we nu de landarbeidersstaking uit 1929 zien. We tonen wat daar echt gebeurde in de sociale structuur.''

In het gebouw rechts van de kabouters gaat het bij Dingenliefde over het verzamelen zoals iedereen dat doet. Het begon met de collectie van 13.000 spaarpotten van een adjunct-directeur van een Amsterdamse bank die in VSB (inmiddels Fortis) is opgegaan. Het VSB-Fonds schreef een competitie uit die het Openluchtmuseum won. Het fonds betaalde de verbouwing en inrichting van Dingenliefde volledig. Andere grote particuliere geldschieters zijn de Sponsorloterij en Bankgiroloterij. Structureel komt bijna 6 miljoen euro van het rijk (voor de periode 2005-2008). Provincie en EU dragen incidenteel bij. Bijna 40 procent van de omzet komt volgens Vaessen uit de entree en andere inkomsten van het museum. Er werken 140 mensen en 350 vrijwilligers.

Dingenliefde was een van de projecten die Vaessen indiende voor de Museum of the Year Award van het European Museum Forum. Er staan 2500 spaarpotten tegen een metershoge ronde muur. Je herkent een busje van vroeger en ziet een raar aapje. In de volgende zaal staan poppenhuizen. Daarnaast stuit je op een muur vol Heilands. ,,Van een non die uit heel andere motieven verzamelt, puur religieuze. Zij kan de gedachte niet verdragen dat dit soort dingen op de vuilnisbelt terechtkomen. En volksreligiositeit hoort voor honderd procent bij ons museum.'' De inrichting van de zalen is geïnspireerd op de voorwerpen. Bij de collectie kotszakjes staan twee rijen vliegtuigstoelen en zijn plafond en muren behangen met zakjes. In het midden draait een filmpje waarop de verzamelaar zijn passie uitlegt.

,,Mensen hebben een enorme behoefte aan nostalgie, daar wil ik aan tegemoetkomen, want het is geen verkeerd gevoel. Maar ik wil ook dat ze in de Molukse kampbarak die kant van de postkoloniale geschiedenis tot zich laten doordringen.''

Vaessen heeft een wens. ,,Veel mensen in de lezerskring van de NRC hebben al gehoord dat het Openluchtmuseum niet meer dat oubollige gedoe met boerderijtjes in een bos is. Dat we bij de tijd zijn en een inhoudelijke kwaliteit hebben. Laat die mensen eens komen kijken.''