Met een sloop over bloedend hoofd afgevoerd

Een gevangenisdirecteur en drie bewaarders worden verdacht van meineed. Hun getuigenissen zijn tegenstrijdig, zo blijkt uit rechterlijke stukken over een mogelijke mishandeling.

Hoeveel geweld wordt in een gevangenis gebruikt om gedetineerden in toom te houden? Dat is de vraag nu tegen de directeur van de Rotterdamse gevangenis De Noordsingel – en tegen drie van zijn bewaarders – proces verbaal van verdenking van meineed is opgemaakt.

Rechter-commissaris G.P. Verbeek, die de directeur en een aantal bewaarders onder ede hoorde over mogelijke mishandeling van een gevangene in de directiekamer, hecht meer geloof aan de verklaring van een vierde bewaarster, die tijdens het gebeurde op de gang stond. Dat blijkt uit de stukken van de rechtbank over de verhoren bij de rechter-commissaris.

Alles begint met gedetineerde Dzelil H., 21 jaar oud en van Joegoslavische afkomst. Hij staat als lastig bekend. Door zijn weerspannige gedrag was hij al een paar keer overgeplaatst, voordat hij in de Noordsingel terecht kwam.

In februari vorig jaar kreeg H. in de Noordsingel ruzie over een niet functionerende telefoon. Hij zou daarbij personeel van de gevangenis hebben bedreigd en moest daarom, begeleid door een aantal bewaarders, bij de gevangenisdirecteur komen. In de directeurskamer kreeg H. te horen dat hij zeven dagen naar de isoleercel moest.

Volgens H. stond een bewaarder hem toen honend uit te lachen. Volgens de bewaarder zelf deed hij dat niet. Vast staat dat H. zich plotseling omdraaide en de bewuste bewaarder op het gezicht sloeg. En dat de gevangenisbewaarders in de kamer H. daarop tegen de grond werkten.

Gedetineerde H. heeft later bij de beklagcomissie van de gevangenis een klacht ingediend. ,,Eenmaal op de grond liggend en geboeid'', schreef zijn toenmalige raadsman de commissie, ,,werd hij door de drie aanwezige personeelsleden geschopt en geslagen en met zijn hoofd op de grond geslagen. Zij stonden zich met zijn drieën op hem uit te leven. Zijn hoofd zat onder het bloed. Toen kreeg cliënt een kussensloop over zijn hoofd, die rood werd van het bloed en werd hij in de richting van de isolatiecel gebracht. Bij elke tussendeur sloeg men zijn hoofd tegen de deur.'' Volgens gevangene H. hadden de bewaarders bij dat alles gezegd: ,,Nu doen we het op de Joegoslavische manier.'' De beklagcommissie verklaarde de klacht van gedetineerde H. ongegrond, omdat van ontoelaatbaar geweld geen sprake zou zijn geweest.

De drie bewaarders en de directeur ontkennen het verhaal van de gedetineerde. De worsteling ontstond vlak voor het bureau van de directeur. ,,Ze hebben proberen zijn armen en benen te pakken'', verklaarde die. ,,Misschien dat daarbij een klap is gegeven. Ik heb niet gezien dat er geslagen of geschopt is.'' Volgens de directeur ging de gevangene ,,volledig door het lint'' en is het ,,onzin'' dat daarbij meer klappen zijn gevallen dan ,,nodig''.

Wat is nodig? Gevangenisbewaarders hebben zich te houden aan een zogeheten geweldsinstructie. ,,Gepast geweld'', verklaarde daarover later de bewaarder die de klap van H. kreeg, ,,houdt in: iets meer geweld om een agressief persoon onder controle te brengen dan dat diegene gebruikt''.

Een andere aanwezige bewaarder gaf bij de rechter-commissaris wel toe dat het ,,een ongeorganiseerde boel'' was: ,,Er werd slecht gereageerd.'' Vanwege de ,,slechte samenwerking'' duurde het ,,te lang'' voordat gedetineerde H. onder controle was. Terwijl de gevangenisdirecteur verklaarde dat hij achter zijn bureau ging staan om te kunnen zien wat zich op de grond afspeelde, beschrijft deze bewaarder de directeur als iemand die als aan zijn stoel genageld bleef zitten. De directeur ,,keek tijdens de worsteling en zei niets. Ik was daar verbaasd over''. Deze bewaarder zegt ook geschrokken te zijn van het gebeurde: ,,Er bemoeide zich een massa mensen mee, maar er zat geen lijn in.''

De gevangenisbewaarder die door de rechter-commissaris wél wordt geloofd, stond aanvankelijk ook in de directeurskamer. Toen gevangene H. haar collega sloeg, is zij de gang opgestapt om op een alarmknop te drukken. Deze bewaarster breekt tijdens haar getuigenverhoor. ,,De getuige raakt hevig geëmotioneerd'', noteert de griffier. U hoeft morgen de gevangenis niet in om daar te gaan werken, zegt de bewaarster ter verklaring tegen de rechter-commissaris.

Nu besluit de rechter-commissaris de bewaarster te beëdigen. En hij vraagt door. De bewaarster komt nu met meer details. Zij zag gevangene H. de directeurskamer uitkomen, vertelt ze. Zijn gezicht zat ,,helemaal onder het bloed''; het was ,,helemaal rood'' en zo toegetakeld dat de bewaarster zijn gezicht bijna niet meer kon onderscheiden. ,,Ik had het idee dat hij verrot was geslagen.'' Zij zag hoe een kussensloop over het hoofd van gevangene H. werd getrokken voordat hij naar de isoleercel werd gebracht. Zij vertelt ,,geshockeerd'' te zijn geweest door wat zij zag. En zegt dat zij ruim vijf jaar als gevangenisbewaarster in New York werkte, daar menige vechtpartij heeft meegemaakt, ,,maar dit slaat alles''.

Waarom kreeg gevangene H. eigenlijk een sloop over zijn hoofd? Hier blijkt hoe tegenstrijdig de verklaringen van de van meineed verdachten zijn: ,,Omdat hij probeerde te bijten'', zegt de directeur. ,,Ik ben de sloop gaan halen toen ik bloed op de muur zag'', verklaarde een bewaarder. ,,Dat doe ik ter voorkoming van besmettingsgevaar. Ik heb niet gehoord dat hij heeft gebeten.'' Een andere bewaarder: ,,Ik heb ook geen sloop over zijn hoofd gezien.''

Eén bewaarder verklaarde dat bij een interne evaluatie met de gevangenisdirecteur is gezegd ,,dat we moesten stilhouden wat is gebeurd''. De directeur zei over de gevangenisbewaarster wier verhaal door de rechter-commissaris wél geloofwaardig wordt geacht ,,nog'' niet boos te zijn op haar. Het ging om niet meer dan een incident, vindt de directeur. ,,Mijn medewerkers deden gewoon hun werk [...] Zulke dingen gebeuren met enige regelmaat.'' De gevangenisdirecteur is inmiddels ,,met vakantie'', aldus zijn secretaresse. Het ministerie wil niet reageren.