Loser

Toen Doris Duke plotseling mijn leven binnenstapte, raakte ik meteen behoorlijk opgewonden. Ik had wel eens vaag van haar gehoord, maar dat bleek een heel andere Doris Duke te zijn, een beroemde dochter van een Amerikaanse tabaksmagnaat, die haar erfenis aan allerlei goede doelen gaf.

Mijn Doris Duke had deze naam als artiestennaam overgenomen toen ze soulzangeres werd. Ze is in 1945 in Sandersville, Georgia, als Doris Curry geboren. Ze groeide daar op als `a true Southern belle', maar de foto's spreken al snel een andere taal: die van een dame die erg van lekker eten hield. Ze trok naar New York, werd achtergrondzangeres bij Dean Martin, Aretha Franklin en Nina Simone, met wie ze in 1968 door Europa toerde.

Intussen werkte ze in alle bescheidenheid aan een solocarrière. Daar kwam, zoals zo vaak, weinig van terecht. Het is het klassieke verhaal van platenmaatschappijen die over de kop gaan terwijl hun plaatjes in de winkel liggen te zieltogen. Gelukkig kwam Doris kortstondig in handen van een interessante producer, Jerry Williams (alias Swamp Dogg), die met haar enkele prachtige platen maakte. De beste is I'm a loser uit 1969, nu opnieuw uitgebracht.

De heruitgave werd ingeluid met een oud citaat van Dave Godin, een van de grootste kenners van soulmuziek. Hij vond I'm a loser de beste soulplaat die ooit gemaakt was. Godin kende ik, Duke niet. Op naar de winkel dus.

Dat is altijd een mooie sensatie: een onbekende stem te horen die je al na enkele maten bij de keel grijpt. Doris Duke heeft zo'n stem. Ze combineert de kracht van de gospel met de doorleefdheid van de blues. Een vrouwelijke Otis Redding, zou je kunnen zeggen.

Williams en anderen schreven de teksten en melodieën die perfect bij die stem pasten. Doris heeft een ongelukkig liefdesleven achter de rug – altijd een goudmijn voor een goede zangeres. Ze had vijf jaar een relatie met een getrouwde man (,,Het werd een marteling voor me'', zegt ze in een oud interview), en haar songwriters wisten daar wel raad mee.

De twee aangrijpendste liedjes zijn daarom To the other woman en If she's your wife. In het eerste liedje, een van de beste soulballads die ik ken, zingt ze: Everybody calls me stupid/ For playing second fiddle/ At least I know I am number two/ But all your so called friends/ With your supposedly single men/ Tell me what number are you.

In If she's your wife klinkt ze nog bitterder: I am the mother of your two children/ She is the mother of none/ Yet she gets more respect than I do/ And marrying you is all she's done/ But the things I am doing for you/ Are the things she'll never try/ If she's your wife than who am I.

Doris Duke zingt allang niet meer, behalve op bruiloften en doopfeesten. Ze moet ergens in het noorden van New Jersey wonen, niemand weet het precies.

Ik liet haar muziek aan mijn dochter horen. Die knikte goedkeurend en zei toen: ,,Luister ook even hiernaar.'' Een prachtige, krachtige stem schalde door de kamer. ,,Joss Stone, een Engelse van zeventien jaar'', zei ze.

Als twee druppels soul.