Ieder land heeft zijn eigen oorlog gehad

De les voor 2005 is de belofte uit 1945: nooit weer! Om die belofte aan onszelf te houden, hoeven wij geen gemeenschappelijk verleden gestalte te geven, maar wel een gemeenschappelijke toekomst, betoogt Timothy Garton Ash.

Nu overal in dit werelddeel de zestigste verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa is herdacht, is duidelijk geworden dat de volkeren van Europa wel een gemeenschappelijk verleden hebben, maar niet hetzelfde verleden.

Na zestig jaar is hier in Warschau de herinnering aan de oorlog nog altijd onverenigbaar met die in Moskou. Ze is ook onvergelijkbaar met de tamme, van `We'll-meet-again'-nostalgie doortrokken Londense viering. Slechts in de herinneringen van voormalige Britse ingezetenen van Japanse krijgsgevangenenkampen heeft het Britse geheugen enig weet van verschrikkingen en vernederingen zoals die voor de Polen en de Russen aan de orde van de dag waren.

Voor de Russen is de oorlog begonnen in 1941, voor de Polen en de Britten in 1939. Voor Vladimir Poetin was 9 mei 1945 het einde van de Grote Vaderlandse Oorlog, waarin het Rode Leger vrijwel in z'n eentje het grootste deel van Europa van het nationaal-socialisme had bevrijd – jawel: bevrijd. Voor de meeste inwoners van Estland, Litouwen en Letland was het de overgang van de ene totalitaire bezetting naar de andere, van de nazi's naar de sovjets.

We zouden eigenlijk niet moeten spreken van de Tweede Wereldoorlog, maar van Tweede Wereldoorlogen. Dat meervoud geldt niet alleen tussen landen onderling, maar ook binnen landen. Niet ver van waar ik logeer bevond zich het getto van Warschau. De oorlogsherinneringen van een Poolse jood en een niet-joodse Pool kunnen nog altijd schrijnend met elkaar botsen. Duitse herinneringen ook. Het afgelopen weekeinde vond in Berlijn een kleine demonstratie van neonazi's plaats. De voormalige linkse terrorist Horst Mahler – nu een extremist aan het andere uiteinde van het spectrum – zei dat de Duitse overgave in 1945 ,,de dag was waarop Europa stierf''. Maar de opening van het Holocaustmonument in het hart van Berlijn op dinsdag vond plaats namens de overgrote meerderheid van de Duitsers van tegenwoordig. Zij zwoegen om het juiste evenwicht te vinden tussen een gevoel van collectieve historische verantwoordelijkheid voor het nazisme en passende eerbied voor het leed van hun landgenoten, ook voor wie stierven door Britse of Amerikaanse bombardementen of wie door Russen en Polen uit hun woonplaatsen werden verdreven.

De Fransen hebben slechts dankzij een krachttoer van collectieve mythevorming de herinnering aan het Frankrijk van het verzet van Charles de Gaulle weten te combineren met die aan het collaborerende Frankrijk van maarschalk Pétain. En als je even de Middellandse Zee oversteekt, blijken daar de Algerijnen 8 mei 1945 te herdenken als de verjaardag van het bloedbad in Sétif, toen een demonstratie ter gelegenheid van de overwinning in Europa uitliep op een manifestatie voor de onafhankelijkheid van Algerije, die snel ontaardde in bloedvergieten en meedogenloos optreden door Franse veiligheidstroepen.

Eén gemeenschappelijk verleden? Vergeet het maar! De herinneringsoorlogen zijn begonnen zodra de Tweede Wereldoorlog achter de rug was. Ze duren nog altijd voort. Met de toetreding van landen in Midden- en Oost-Europa tot de Europese Unie en de NAVO zijn de herinneringsoorlogen een nieuwe fase ingegaan.

De inwoners van Midden- en Oost-Europa brengen nu hún versies van het verleden naar voren via de voornaamste organen van wat we vroeger `het Westen' noemden. Door Poetins overwinningsparade op het Rode Plein slechts een plaatsje te gunnen als halte tussen Letland, Nederland en Georgië, heeft president Bush laten zien dat hij hún lezing van de geschiedenis eerder onderschrijft dan die van Poetin. Zelfs de doorgaans zo terughoudende Europese Commissie heeft een verklaring uitgegeven waarin zij, naast uitspraken die de Russische leider meer zullen bekoren, zegt: ,,Wij gedenken [...] de vele miljoenen voor wie het einde van de Tweede Wereldoorlog niet het einde betekende van de dictatuur, en voor wie de ware vrijheid pas zou aanbreken met de val van de Berlijnse Muur.''

Op deze conflicterende visies op het verleden worden toekomsten gebouwd. ,,Wie het verleden beheerst, beheerst de toekomst'', was de Orwelliaanse formule voor een totalitair regime. In Europa leven wij niet meer in totalitaire tijden – zelfs niet in een steeds ondemocratischer Rusland en in de barre dictatuur van Wit-Rusland. De afgezwakte versie van nu luidt dan ook: ,,Wie ons beeld van het verleden gestalte geeft, kan de toekomst beïnvloeden.''

Wat moet er gebeuren? Om te beginnen moeten wij onder ogen zien dat het altijd zo zal blijven, ook wanneer de allerlaatste overlevende is heengegaan. Historische herinneringen zullen altijd omstreden zijn.

In de tweede plaats moeten wij vasthouden dat er historische feiten bestaan. Wanneer een staat historische feiten begint te ontkennen of te onderdrukken, is dat een waarschuwing, net zoals de vlekken die de mazelen aankondigen.

De Sovjet-Unie heeft heel haar bestaan lang de historiografische mazelen gehad. Rusland is na 1991 aan de beterende hand geweest. Vele Russische scholieren hebben een geschiedenisboek in handen gehad dat hun, zoals het hoort, leerde welke buitengewone offers zijn gebracht door de soldaten van het Rode Leger en door de burgerij van steden als Stalingrad, waar ze na zestig jaar nog altijd skeletten opgraven.

Maar die boeken maakten ook melding van Stalins bezetting van de Baltische landen, van zijn deportaties van Balten en anderen in oorlogstijd, en van de bijdrage die de VS met leen- en pachtmaterieel hebben geleverd aan de sovjet-overwinning. Dat schoolboek is uit de roulatie genomen.

Ter wille van de politieke gezondheid van dit werelddeel is het noodzakelijk dat iedere Europese burger vrije toegang heeft tot de feiten over ons barbaarse verleden. De interpretatie van die feiten staat vervolgens vrij. Historici als Richard Overy en Norman Davies hebben aannemelijk gemaakt dat het aandeel van de Sovjet-Unie in de nederlaag van Hitler in de meeste Britse en Amerikaanse literatuur over dit onderwerp stelselmatig is onderschat. Maar Rusland doet zijn zaak weinig goed door ongewenste feiten stil te houden.

Ten derde is het zo dat wij, ook al zullen wij het nooit eens worden over één versie van de historische waarheid over deze gebeurtenissen, er wel één les uit kunnen trekken. Die les voor 2005 is de belofte uit 1945: nooit weer!

Om die belofte aan onszelf te houden, hoeven wij geen gemeenschappelijk verleden gestalte te geven, maar wel een gemeenschappelijke toekomst. Een Poolse student uit de plaats Oswiecim – Auschwitz – verklaarde onlangs in voortreffelijk Duits op de Duitse televisie dat zijn werk als bruggenbouwer tussen Polen, Duitsers en joden niet gericht was op het ouderwetse doel van `verzoening', maar op de opbouw van een `gemeenschappelijke toekomst'. Precies. En dat is wat wij doen, nu de vrijheid zich verbreidt en de Europese Unie groeit.

Het probleem is dat wij, Europeanen, president Bush in dezen het woord laten doen. En hij bederft het, zowel door de primitieve zwart-wittoon van zijn retoriek als doordat zijn pleidooi de grandioze verbreiding van de vrijheid in Europa te zeer in verband brengt met het beleid van een zekere Amerikaanse regering. Waarom doen wij dat verhaal eigenlijk niet zelf?

De Georgische president Michail Saakasjvili, die in 2003 in dat land de `Roze Revolutie' heeft geleid, heeft gezegd dat wij binnen de voormalige Sovjet-Unie getuige zijn van een `tweede bevrijdingsgolf', te beginnen met Georgië en Oekraïne. Op CNN corrigeerde hij zich onlangs met de suggestie dat het eigenlijk ging om een `derde golf'. Volgens mij is het de vierde. De eerste golf rolde over West- en Noord-Europa in 1944-1945, de tweede door Zuid-Europa, te beginnen in Portugal in 1974, en de derde heeft Midden-Europa bevrijd, beginnend met Polen in 1980 en eindigend in de Baltische landen in 1991. Misschien dat nu de vierde golf, áls het een golf is, in aantocht is in Oost-Europa.

Ik weet nog dat ik in Berlijn, een dag na de val van de Muur, op een muur het verse opschrift zag: ,,Nu is de oorlog pas echt voorbij.'' Nu wachten wij op de dag waarop wij dezelfde woorden op een muur in Moskou zullen zien staan, in een democratisch Rusland dat eindelijk bevrijd is van de last van het verleden. Dat zou de dag zijn waarop Europa definitief is bevrijd.

Timothy Garton Ash is schrijver.