Een goede daad

Fotograaf Martin Roemers sprak met veertig oorlogsveteranen. Cleem König was in de buurt van Nagasaki toen daar in augustus 1945 de atoombom viel.

,,Mijn broer Klaas en ik zaten als krijgsgevangenen in een kamp in de buurt van Nagasaki. We deden dwangarbeid in de kolenmijnen. Op 9 augustus viel de bom op Nagasaki en was de oorlog afgelopen. Pas op 19 september kwamen de Amerikanen om ons op te halen uit het kamp. Ze reden ons door Nagasaki naar de haven. Toen ik aan boord van het vliegdekschip ging, werd ik ontsmet met DDT-poeder en afgespoten met waterslangen. Ik wist niets over de atoombom en dacht dat het een behandeling tegen mijn luizen was. In de jaren vijftig kreeg ik opgezette lymfeklieren in mijn hals en huiduitslag op mijn armen en benen. Ik was altijd moe. Alle artsen die ik heb bezocht deden het af als iets onschuldigs. Pas in de jaren zeventig bleek dat ik een vorm van bloedkanker had.

,,Ik heb wel twintig kwaadaardige tumoren gehad, op verschillende plekken op mijn huid en in mijn beenmerg. Ik ben vaak geopereerd, heb zes chemokuren gehad en een bloedtransfusie, maar het gaat niet over. Ik heb nu een kwaadaardige tumor aan mijn vinger en word binnenkort weer geopereerd. Lang geleden was ik op bezoek bij Klaas die in Amerika woonde. Hij had net zo'n kapotte huid als ik maar wist niet wat het was. Ik vroeg hem of hij de artsen had verteld over de atoombom. Nee, zei hij, daar hebben ze me nooit naar gevraagd. Na onderzoek bleek dat hij dezelfde kanker had als ik. Hij is er inmiddels aan overleden.

,,Toch is het een goede daad van de Amerikanen geweest om die atoombommen te gooien. Anders hadden de Japanners doorgevochten en waren wij veel langer krijgsgevangen geweest. Dat hadden we niet overleefd.''

Dit is de zevende en laatste foto uit een serie portretten van oorlogsveteranen. Op 6 juni verschijnt bij QV Uitgeverij het boek `De eindeloze oorlog' met alle veertig portretten die Roemers maakte (ISBN 90-809740-1-3, €29,95)