Cannes koestert zijn erkende filmtalenten

Met de film `Lemming' van Dominik Moll opent vanavond het filmfestival van Cannes. De Nederlandse speelfilm `Guernsey' van Nanouk Leopold zal hier ook te zien zijn.

Van feestjes waarop de drank wordt geserveerd uit infuuszakken omdat de film die er gepromoot wordt zich in een ziekenhuis afspeelt tot hoogdravende speeches over het belang van cinema voor de wereld – het zal de komende tien dagen weer gebeuren in Cannes waar vanavond de 58ste editie van het beroemdste filmfestival ter wereld begint. De line-up is dit jaar bijzonder imposant. Naar Cannes komen onder meer films van Lars von Trier en Jim Jarmusch, Hou Hsiao Sien en Michael Haneke, Gus van Sant en Wim Wenders. President van het festival Gilles Jacob spreekt in de catalogus zelfs van ,,het einde van de magere jaren''.

De selectie van deze grote namen voor de competitie heeft ook al tot geklaag geleid. Het is niet verrassend als deze filmauteurs, van wie velen al een Gouden Palm op hun naam hebben staan, een mooie film maken. Inderdaad, de competitie kan in die zin ouderwets worden genoemd. Er doen dit jaar geen documentaires of tekenfilms mee en het enige debuut onder de twintig films in competitie is dat van een Amerikaan die op een ander terrein al jaren een ster is: de acteur Tommy Lee Jones.

Maar even zo goed kun je het omgekeerde beweren: die documentaires en tekenfilms en debuten deden mee omdat er niet genoeg films voor handen waren van het soort waar het in Cannes meestal om draait: speelfilms van auteurs, gerenommeerde, eigenzinnige regisseurs die het festival ondanks alle commerciële drukte blijft koesteren. Pas als een regisseur zich in de mindere secties als Un Certain Regard bewezen heeft, mag hij doordringen in het pantheon van de Palme d'Or.

Er staan in Cannes ook twee nieuwe onderdelen op het programma. Met L'atelier du festival begeeft Cannes zich voor het eerst op het producentenpad, zoals het Filmfestival van Rotterdam eerder deed met de Cinemart. Achttien filmprojecten van jonge regisseurs zijn door het festival uitverkoren om tijdens het festival aan producenten en geldschieters gepresenteerd te worden. Er zitten ook projecten bij van regisseurs die eerder op de Cinemart waren, zoals de Argentijn Lisandro Alonso en de Albanees Fatmir Koci, of die gesteund werden door het Hubert Bals Fonds. Nieuw is ook het landenprogramma. Zeven landen worden in een nieuwe openluchtbioscoop in de gelegenheid gesteld hun filmwaren een dag lang aan de man te brengen. Het zijn dit jaar Marokko, Zuid-Afrika, Oostenrijk, Sri Lanka, de Filippijnen, Mexico en Peru.

Juryvoorzitter is Emir Kusturica, die zelf tweemaal de Gouden Palm won, twintig jaar geleden voor Toen pappa op zakenreis was en tien jaar geleden voor Underground. Ook de andere jury's worden door gerenommeerde regisseurs voorgezeten. De Camera d'Or, de prijs voor het beste debuut, wordt geleid door Abbas Kiarostami en Un Certain Regard voor de meer experimentele films door Alexander Payne, in maart nog Oscarwinnaar voor beste scenario Sideways.

In de jury van deze sectie zit ook Sandra den Hamer, directeur van het Rotterdams filmfestival. Nederlandse speelfilms zijn niet geselecteerd voor het festival. Maar Guernsey van Nanouk Leopold draait wel in de Quinzaine des réalisateurs, een door de Franse vereniging van regisseurs georganiseerd programma, dat ooit door de regisseur FranÇois Truffaut werd opgezet om de aandacht voor echte filmauteurs tijdens het festival te vergroten.

Vrijdag in het CS: Gesprek met Nanouk Leopold