Op het platteland halen de allochtone kinderen de rest in

Minister Van der Hoeven (Onderwijs) presenteert deze week haar plan om leerachterstanden van autochtone kinderen op het platteland aan te pakken. ,,Je ziet een achterstand niet aan de buitenkant.''

Taalspecialist Jannie Copper pakt een A4'tje erbij waar een grote hond op staat. Naast de hond staan twee associatierijtjes die kinderen hebben bij het woord `hond', zoals `haren', `spelen' en `tanden'. Een vierjarig kind uit een zwak milieu komt niet verder dan twintig woorden, terwijl een kind van hoogopgeleide ouders al zo'n honderd verbindingen legt.

De Onderwijsinspectie meldde vorige maand dat allochtone kinderen bezig zijn hun taalachterstand in te halen, terwijl bij autochtone achterstandsleerlingen al jaren geen vooruitgang wordt geboekt. Relatief veel van deze kinderen wonen in Friesland, Zeeland, Groningen, Drenthe en in delen van Brabant en Limburg. Minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) wil daarom het huidige systeem om leerachterstanden tegen te gaan, veranderen. Scholen krijgen voor hun allochtone leerlingen in de toekomst niet meer bij voorbaat extra geld. De minister wil weten wat de feitelijke achterstand is. Haar ambtenaren zoeken op dit moment uit hoe ze dat moeten meten.

In Zeeland zijn ze blij met die erkenning. Oud-basisschooldirecteur Emile Eshuis: ,,Ook wij hadden hier de achterstand van autochtone leerlingen lang niet in de gaten. Je ziet het ook niet aan de buitenkant.'' Eshuis leidt nu het Zeeuwse onderwijsachterstandenproject Kansen aan Zee.

Eshuis: ,,Wie vroeger goed kon leren, vertrok uit Zeeland om te gaan studeren. De lageropgeleiden bleven achter, waardoor het aantal achterstandskinderen op scholen relatief toenam.'' Zeeuwse leerkrachten die al jaren lesgeven, zijn ongemerkt de lat lager gaan leggen. Ze weten niet meer wat de gemiddelde leerprestatie van een kind is.

Op het kantoor van het project Kansen aan Zee in hartje Middelburg wordt de ,,huilscène van Adelmund'' veelvuldig aangehaald. In november 1999 barstte toenmalig staatssecretaris Karin Adelmund (Onderwijs, PvdA) in tranen uit in de Tweede Kamer. Toen ging het beleid voor achterstandsleerlingen op zijn kop. Tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting omschreef Adelmund de vooruitgang van allochtone kinderen als ,,spectaculair''. De Kamer begreep daar niets van. De achterstanden van deze leerlingen waren nog altijd enorm. Stomverbaasd keken ze op toen Adelmund begon te huilen. ,,Die kinderen hebben een spectaculaire voorsprong ten opzichte van hun ouders. Waarom roept niemand dat?'' riep ze geëmotioneerd. ,,Waarom sterkt niemand hen in die kracht?''

De Kamer begon zich ongerust te maken omdat de staatssecretaris niet hard kon maken wat de resultaten waren van haar beleid. Er kwam een nieuw systeem, waarbij scholen gericht geld kregen uit Den Haag om specifieke problemen op te lossen. Achterstandsscholen gebruikten het geld om klassen kleiner te maken of aangepaste taalprogramma's te kopen. De nieuwe aanpak kwam eerst in de vier grote steden, daarna in 32 middelgrote gemeenten en als laatste in de plattelandsregio's.

Dit `onderwijskansenbeleid', waar het kabinet deze periode 70 miljoen op gaat bezuinigen, ontstond in 2000 naast de `gewichtenregeling' uit 1985. Sindsdien worden bij inschrijving alle basisschoolkinderen aan de poort `gewogen'. Een niet-westers allochtoon kind wordt een 1,9-kind genoemd, omdat een school voor hem of haar 90 procent meer geld krijgt dan voor een gemiddeld autochtoon kind (een 1,0-kind). Autochtone achterstandskinderen zijn volgens die regeling 1,25-kinderen, indien een van de ouders niet minimaal een lbo-opleiding heeft afgerond. In totaal zijn er 250.000 1,9- en 200.000 1,25-kinderen. Deze regeling gaat veranderen. Van der Hoeven stuurt hierover vrijdag een brief naar de Kamer.

Bijna 60 procent van de kinderen op de basisschool in Middelburg waar Eshuis in 2002 directeur van was, had een leesachterstand. De allochtone kinderen halen in Zeeland de autochtone in. Eshuis: ,,Anders dan in de Randstad gaat het bij ons vaak om kinderen van asielzoekers. Zij komen uit gezinnen die vaak hoogopgeleid zijn en het zich konden veroorloven om hun land te ontvluchten. Hun taalvaardigheid ging met sprongen vooruit. Die van de autochtonen bleef achter. Dat komt ook omdat taalsterke kinderen hun woordenschat steeds sneller uitbreiden.'' De aanvankelijke leesachterstand van de kinderen breidt zich in de groepen 5, 6, 7 en 8 vervolgens uit naar een leerachterstand, omdat de lesboeken uitgaan van een bepaald taalniveau.'' Zeeuwse achterstandsscholen liepen niet te koop met hun probleem. Eshuis: ,,We waren bang dat wel het geld uit Den Haag binnenkwam, maar de school leegliep vanwege een negatief imago.''

Ook taalspecialist Copper is verbonden aan het project Kansen aan Zee. ,,De taalachterstand bij autochtone kinderen op het platteland komt niet omdat ze thuis een dialect spreken. Bepalend is of ze een taalrijke thuisomgeving kennen. Of ouders veel met elkaar spreken en of in hun huis bijvoorbeeld kaarten of platen aan de muur hangen met geschreven boodschappen. Kinderen die een leesachterstand hebben, worden vanuit huis niet geprikkeld om creatief met taal om te gaan.''

Kansen aan Zee probeert onderwijzers hiervan bewust te maken, opdat zij bij de aanschaf van nieuw lesmateriaal rekening houden met het taalniveau van hun leerlingen. Ook wordt naar methodes gezocht om het taalonderwijs beter aan te laten sluiten bij hun kennis.

Voor de allochtone kinderen in voornamelijk de grote steden wordt het allemaal minder. Het beleid om de achterstanden van deze kinderen aan te pakken gaat aan zijn prille succes ten onder, legt Eshuis uit. ,,Ik ben blij met meer geld voor de autochtone groep, maar ik weet dat de problemen van zwarte basisscholen nog altijd gigantisch zijn. Zij worden in het nieuwe beleid van de minister gekort. Of zij de opmerkelijk goede score van een deel van hun leerlingen in de toekomst kunnen vasthouden is de vraag. Juist als het beleid voor hen werkt, gooit de minister het weer om.'' Ook de gewichtenregeling wordt aangescherpt. Dat een kind uit een ander land komt, biedt scholen niet meer vanzelfsprekend meer geld. Ook bij allochtone leerlingen wil de minister voortaan kijken naar het opleidingsniveau van ouders.

In Zeeland hadden de medewerkers van Kansen aan Zee daarom liever én-én gezien: én meer geld om het prille succes van allochtone kinderen vast te houden, én meer geld om de achterstanden van autochtone kinderen op met name het platteland aan te pakken. Eshuis: ,,Wat er bij de zwarte scholen afgaat is straks van ons, maar een echte oplossing is het niet.''