Leve de evenredigheid

Gevarieerde korte notities, deze keer. De eerste over het genoegen dat je als Nederlandse, evenredig vertegenwoordigde kiezer kent wanneer je kijkt naar de onbillijke effecten van het Britse districtenstelsel. Zoals vorige week. Na een campagne bij mooi economisch weer en met `Irak' als haatzaaier nam circa 60 procent van de kiezers deel. Van hen stemde iets meer dan een derde op Tony Blairs Labour, dat daarmee ondanks een flink verlies aan stemmen toch de absolute meerderheid in het Lagerhuis krijgt (behoudt). De Liberaal-Democraten kwamen op 20 procent van de stemmen, zij hebben flink gewonnen, maar moeten het met slechts 10 procent van de zetels in het Lagerhuis doen. De Conservatieven wonnen nauwelijks of niet in stemmen, maar haalden toch meer zetels doordat zij in veel districten konden profiteren van de mindere scores van Labour. In heel wat districten hebben kiezers die uit ontevredenheid over Blair en/of Labour deze keer op de Liberaal-Democraten stemden, zichzelf dus `gestraft', namelijk door een Conservatief aan de overwinning te helpen. Ja, hoor je dan, maar je hebt wel direct duidelijkheid, in je district en over de regering in Londen. Dankzij hun stelsel hebben Britten niet iets ingewikkelds en onduidelijks als een kabinetsformatie, die zich na de verkiezingen ver van de kiezers afspeelt en waarvan je nog maar moet afwachten wat er uitkomt. Nou, geef mij dan maar het in Nederland (nog) bestaande evenredige kiesstelsel, compleet met de wellicht niet praktische maar wel eerlijke lage kiesdrempel (van één zetel), compleet ook met soms lange kabinetsformaties. Trouwens, met die duidelijkheid van dat Britse districtenstelsel zit het ook nog wel een beetje. Want Labours meerderheid is nu zó geslonken dat Blair veel meer dan voorheen met `zijn' Lagerhuisfractie, zeker met de nu in haar macht versterkte kritische linkervleugel, zal moeten onderhandelen over het beleid. Dat zal, of kiezers nieuwsgierig zijn of niet, meestal niet in het openbaar gebeuren. Anders gezegd: het touwtrekken tussen coalitiepartijen dat in het evenredigheidsstelsel staande praktijk is, en waarin de posities van de afzonderlijke partijen doorgaans goed zichtbaar zijn, wordt vanaf nu in Londen een ondoorzichtig touwtrekken binnen één partij.

De Britse kiezer mag zijn winst uittellen. En loopt het permanent fout tussen de aangeslagen Blair en grote delen van de Labour-fractie, waarvan de leden straks natuurlijk ook weer aan hun eigen electorale hachje moeten gaan denken, dan komt Blairs concurrent Gordon Brown zonder tussentijdse verkiezingen aan het stuur. Met goedkeuring van de meerderheidsfractie, maar zonder dat hij de kiezers al een idee over zijn koers heeft kunnen geven of daarover hun oordeel heeft kunnen vragen.

Kortom: Nederlandse propagandisten van het districtenstelsel, in welke variant ook, en met welke `duidelijke' oogmerken ook (een twee-blokkengevolg bijvoorbeeld), hebben een Britse waarschuwing gekregen, en voorstanders van evenredige vertegenwoordiging een bemoediging.

Tweede notitie. Over het aanstaande referendum (per 1 juni) over het Europees grondwettelijk verdrag. De campagne is eigenlijk nog maar net op gang gekomen. Maar zo goed als zeker is al: de opkomst wordt laag en de redenen om ja of nee te zeggen zullen veelal weinig met de inhoud van dat verdrag te maken hebben. De opkomst wordt laag omdat, helaas, Europa ver weg ligt van het bed van veel burgers, mede omdat die in de afgelopen vijftien jaar uit het Nederlandse politieke debat de indruk hebben kunnen overhouden dat bij Europa vooral telt wat je er in de primaire sfeer aan geld (contributie) in stopt, liefst zo min mogelijk, en wat je er daarna weer uit kunt halen, liefst zo veel mogelijk. Wat zong Wim Kan? Een Hollander, een echte Hollander, die maakt een kladje wat het gaat kosten, en dan ziet hij er vaak van af.

Het stemgedrag zal veel te maken hebben met posterieure ergernis over de invoering van de euro of met dreigend verlies aan soevereiniteit of eigen identiteit, al verandert er aan die laatste twee door zo'n verdrag maar weinig dat anders niet zou veranderen. Het stemgedrag zal ook veel te maken hebben met de volgens velen te explosieve uitbreiding van de EU. Of met ergernis over de toetredingsonderhandelingen met Turkije, een kwestie die via zijweggetjes emotioneel verbonden is met het vreemdelingenbeleid en het verharde debat over integratie.

Welnu, hebben zulke negatieve factoren weinig met het grondwettelijk verdrag te maken, voor veel argumenten van voorstanders van `ja' (de regering en de grote partijen) geldt net zoiets. Bijvoorbeeld dat Europa goed is voor Nederland, wat waar is, dat we er zo aardig aan verdienen, wat ook waar is, en dat we ons zelf voor gek zetten als we tegenstemmen, wat in belangrijke Europese salons eveneens waar is.

Het echte argument het snel groeiende Europa moet bestuurbaar blijven, niet meer regelen dan nodig is maar toch op wat meer terreinen gemeenschappelijker én democratischer opereren en daarvoor is dit verdrag ontworpen – wordt verhoudingsgewijs weinig gehoord. In de parlementaire behandeling van het referendum-initiatief is opgemerkt dat het referendum het verdrag extra legitimiteit zou (moeten) geven. Dat lijkt, ongeacht de uitslag, al haast een illusie te zijn geweest.

Derde notitie. Per vraag. Hoe moet het nu verder met Feyenoord? Een halve eeuw geleden ging ik met een groepje Haagse voetballertjes, met geld voor een jongenskaartje, op zondagen geregeld met een heer met een grote auto naar het Feyenoordstadion. Daar genoten we van jonge artisten als Moulijn, Schouten, Bennaars, Bak, Bouwmeester en Cor van der Gijp. Die artisten, en hun publiek, waren er zeer van overtuigd dat in Nederland nergens mooier voetbal werd gespeeld dan in hun Kuip. Vele jaren later heeft hun stad een raar minderwaardigheidscomplex ontwikkeld, Feyenoord een vreselijk lied gekregen (Hand in hand, kameraden), zich een noest werkvoetbal aangemeten en zich overigens verongelijkt als een achtergesteld stiefkind van de media verklaard, met Gerard Cox als wrokkige voorzanger.

Tip: Feyenoord moet naar zichzelf terug, naar vanzelfsprekend zelfvertrouwen in het mooiste stadion in de grootste voetbalstad, weg van al dat onevenredige zelfbeklag op en rond het veld.