Het beeld

De klopjes van president Bush op de schouder van koningin Beatrix in Zuid-Limburg waren vast kameraadschappelijk bedoeld. Ook een Amerikaans staatshoofd voelt zich immers vaak eenzaam, zo bleek gisteren in Het uur van de wolf (NPS). In 52 minuten werd een documentaire van 140 minuten samengevat, All the Presidents' Movies, over de filmvoorkeuren van de bewoners van het Witte Huis sinds president Eisenhower. Tussen 1953 en 1986 hield de operateur van de inpandige 35mm-filmzaal, Paul Fischer, een logboek bij, welke films hij wanneer voor wie vertoonde. Wat Clinton en vader en zoon Bush bekeken werd uit andere bronnen gereconstrueerd.

Bovenaan het lijstje van meest gedraaide films prijkt de western High Noon (Fred Zinnemann, 1952), Clintons persoonlijke favoriet. Filmhistoricus Richard Schickel zegt over het verhaal van sheriff Gary Cooper, die in zijn eentje lastige beslissingen moet nemen, dat je het zou kunnen interpreteren als een metafoor van het presidentiële ambt. De meest geliefde ster van de presidenten is Audrey Hepburn, die met twee films in de top-10 voorkomt: Roman Holiday – door Kennedy bekeken tijdens de Cubacrisis – op 4 en Sabrina op 6.

Geheel tegen de verwachting in was JFK geen groot filmliefhebber. In de duizend dagen van zijn bewind werden er maar 48 films gedraaid, waarvan de dag voor zijn dood From Russia with Love. Samen met echtgenote Jackie keek hij naar Marilyn Monroe's zwanenzang The Misfits. Bij Resnais' L'année dernière à Marienbad hield Kennedy het slechts tien minuten uit, maar Jackie keek tot het einde.

De presidenten Johnson en Ford gebruikten de huisbioscoop vooral om een tukje te kunnen doen, en Reagan was verzot op zijn eigen oude films. Eisenhower had een specifieke smaak: de voormalige generaal bekeek geen enkele oorlogsfilm, haatte de romantische komedies die zijn vrouw Mamie uitzocht, maar was stapeldol op westerns. De in 1890 in Texas geboren Ike werd wel kwaad als er historische onjuistheden in voorkwamen, en liep weg bij films met Robert Mitchum (marihuanagebruiker) en oorlogsheld Audie Murphy (te klein van stuk).

Nixon hield van musicals en het door Francis Coppola geschreven portret Patton, dat hij niet, zoals vaak beweerd, elf keer maar slechts drie maal bestudeerde. De grootste cinefielen waren echter, tot mijn verbazing, Carter en Clinton. De laatste prees American Beauty en Fight Club, en nodigde de makers van Three Kings uit om te praten over het verraad tijdens de Golfoorlog aan de Iraakse shi'ieten. Groot filmgebruiker Carter kreeg van Coppola een privé-wereldpremière van Apocalypse Now, en vond daar niets aan.

Ook op paleis Soestdijk liet prins Bernhard zich vaak de nieuwste films voordraaien, maar de invloed daarvan op de wereldgeschiedenis was uiteraard geringer dan de vertoning in het Witte Huis van Black Hawk Down over de vernedering van Amerikaanse militairen in Mogadishu. George W. Bush zwoer dat dit nooit meer zo zou gebeuren. Hij wist niet dat Saddam Hussein dezelfde film juist aan zijn mannen ten voorbeeld had gesteld.