Grondwetsreferendum en democratie 2

Jan Marijnissen noemt de Europese Grondwet een gedrocht, Frank Zuijdam noemt haar te ingewikkeld voor een genuanceerd publiek debat en voor een referendum.

Het referendum zelf, over het supranationale thema EU-Grondwet, is nog om een andere reden misplaatst. De supranationale Europese staat zou je een tent kunnen noemen die je net zo gemakkelijk weer kunt ombouwen of afbreken als ze niet meer past of van pas komt, de nationale staat een huis dat geborgenheid moet bieden.

Een nationale staat is meestal voortgekomen uit een gemeenschappelijk verleden en overeenkomstige belangen. Die impliceren verbondenheid, maar hoe dichter bij huis hoe groter de verbondenheid. Dat wetende, wat ligt dan meer voor de hand dan de politieke betrokkenheid van de burgers bij het bestuur te bevorderen juist vanuit die verbondenheid, om het referendum eerst in te voeren op gemeentelijk, dan op provinciaal en pas daarna op nationaal of zelfs supranationaal niveau?

Zo bezien moet je juist andersom redeneren dan de populisten en opportunisten doen: vanwege het tekort aan betrokkenheid bij Europa bij het grote publiek moet je voorlopig nog niet met een referendum aan komen zetten op dat niveau. Betrokkenheid moet groeien. En voorstanders van eenwording weten dat het Europese integratieproces zal versnellen naarmate burgers meer aanspraak zullen maken (ook via het Europees Hof van Justitie) op hun Europese grondrechten en daarmee het proces ook van onderaf bevorderen.

Punt van aandacht moet vooral zijn die garantie biedt de Grondwet in kwestie niet dat de rationele staat geen militaire machtsfactor kan worden en daarmee allicht een eigen leven zal gaan leiden. De geschiedenissen van rationele staten als Pruisen en recenter die van de Verenigde Staten laten immers maar al te goed zien waartoe dat kan leiden.