Europa kan een lesje leren van Amerika

Een Islamitisch Centrum in de Verenigde Staten vroeg iedereen voor president Bush te bidden. Zulk patriottisme heeft Irshad Manji moskeeën in Europa nog nooit horen rondbazuinen.

Doorgaans kan het de wereld niet schelen wat de gouverneur van Californië ergens van vindt. Maar Arnold Schwarzenegger is niet zomaar iemand. Wie anders had Amerikaanse conservatieven ertoe kunnen brengen een amendement op de Grondwet te overwegen om een buitenlandse bodybuilder een kans te geven als presidentskandidaat? Hoe je daar ook over denkt, Arnie gunt ons een kijkje in de toekomst van Amerika.

Daarom ook zijn Schwarzeneggers recente uitspraken over illegale immigranten reden tot zorg voor iedereen die wil dat de globalisering een succes wordt. Ten eerste koos hij het verkeerde woord toen hij Washington aanried ,,de grenzen te sluiten'' (hij zegt dat hij bedoelde ,,de grenzen te beveiligen''). Bovendien haalde Schwarzenegger zijn wijsheid over immigratie ook nog eens van de verkeerde kant van de Atlantische Oceaan.

Wat hij zei klonk meer naar wat er in West-Europa wordt gezegd dan wat men in het westen van de Verenigde Staten denkt. Op tal van punten, van de gezondheidszorg tot de rechten van de vrouw, kan Amerika van Europa leren. Maar wat de immigratie betreft is het net andersom.

Landen als Frankrijk, Duitsland, Italië en Nederland hebben op dit moment grote moeite om de veranderingen als gevolg van migratie bij te benen. Het gaat vooral om islamitische migranten uit Noord-Afrika en Turkije. Nu zij toestromen op zoek naar werk en onderwijs, doet het oude sociale contract – ons thuis is jullie thuis zolang jullie het ook als jullie thuis beschouwen – ronduit naïef aan. ,,Ze willen wel immigreren'', zeggen niet-moslims over de nieuwkomers, ,,maar ze willen niet integreren.''

Anders gezegd: maar ál te veel islamitische immigranten houden vast aan hun eigen taal, familiewetten, scholen en buurten – en aan hun eigen optreden tegen wie de islam te na komt.

Als een criticus als Theo van Gogh op straat in Amsterdam kan worden vermoord, als een islamitische vrouw die zich aan haar gearrangeerde huwelijk heeft onttrokken, door haar broers bij een kinderspeelplaats in Berlijn kan worden doodgeschoten, wat staat ons dan nog te wachten? En wie volgt? Als zij niet bij ons willen horen – zo klaagt men – waarom zijn ze hier dan gekomen?

,,Wij willen wel integreren'', zeggen vele immigranten, ,,maar we willen niet assimileren.'' Om te integreren moeten wij een baan vinden, belasting betalen en meebetalen voor werkloosheidsuitkeringen, ziekenhuisbedden en pensioenen – al die dingen die jullie, Europeanen, zo hard nodig hebben omdat jullie geboortecijfer zo laag is, jullie bevolking vergrijst en jullie gewend zijn te worden verwend. Ons contract met jullie houdt dus in dat wij de welvaartsstaat instandhouden zonder onze identiteit op te geven. Als jullie zouden begrijpen wat wij allemaal kunnen bijdragen, dan zouden wij niet kwaad hoeven te zijn op een samenleving die ons demoniseert. Hou op met je gemopper en neem ons in dienst!

Nu aan weerszijden de identiteit gevaar loopt, vinden de mensen met de grootste mond gehoor. Sommige politici in Nederland beweren dat het land `vol' is en eisen een moratorium op immigratie.

Vergeleken bij Californië is het maar een klein lapje grond, dus ik kan me wel indenken dat heel wat Nederlanders zich overspoeld voelen en zich ergeren aan mensen die hun overigens zo tevreden-humanistische zielen lastigvallen met de Vreze Gods. Intussen schreeuwen islamitische leiders ,,racisme!'' en vragen ze journalisten als mij smekend: ,,Begrijpt u waarom wij ons in de armen van fundamentalisten gedreven voelen?''

En algauw vertellen die Europese moslims mij nóg iets: in Amerika zou dit niet gebeuren. In Amerika zouden wij erbij horen. Hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt in het tijdperk van de Patriot Act (ten behoeve van de terreurbestrijding, red.) en Guantánamo Bay, tientallen moslims in West-Europa hebben mij gezegd dat Amerika weet hoe het mensen moet opnemen, door de manier waarop men daar tegen maatschappelijke positie aankijkt. Op de vraag ,,Kun je een positie verdienen, in plaats van haar enkel door je afkomst te verwerven?'' luidt in Amerika het antwoord nog altijd: ja.

Door hun prestatiedrang zijn de Amerikanen bereid om tegen `de ander' op te boksen, en zij rekenen erop dat `de ander' dat óók doet. Wat iemand tot een echte Amerikaan maakt, is niet zozeer zijn kleur of zijn geloof als wel zijn bereidheid om voor een positie te vechten. Vraag het maar aan de Zuid-Aziatische en Chinese immigranten die tijdens de dotcomhype een derde van de wetenschappers en technici in Silicon Valley uitmaakten.

In West-Europa daarentegen worden erfelijke positie, hiërarchie en gevestigde aanspraken hoger aangeslagen dan prestaties. Hier is je verleden nog altijd veel belangrijker dan je toekomst.

Geen wonder dat talloze islamitische arbeiders die al twee of drie generaties in Europa wonen, nog altijd `immigranten' worden genoemd, ook al zijn zij gevestigde burgers. Dit verschil tussen Amerika en Europa kleurt de houding van groepen immigranten ten aanzien van de vraag of zij ooit goed genoeg zullen kunnen zijn voor hun gastsamenlevingen. En dat heeft onvermijdelijk gevolgen voor de ijver – of het gebrek daaraan – waarmee zij in het ene of het andere gebied proberen te integreren.

Zo stuurt het Islamitisch Centrum van Beverly Hills e-bulletins rond met de boodschap `God bless America'. In een recent bulletin verzocht het Centrum iedereen om voor president Bush te bidden, of je het nu met zijn beleid eens was of niet.

Zulk patriottisme heb ik moskeeën in Europa nog nooit horen rondbazuinen.

Evenmin hebben moslims mij daar toevertrouwd dat zij genieten van hun kostbare vrijheid. In Amerika wordt mij dat geregeld verzekerd, ongevraagd.

En zo kom ik terug bij Arnold Schwarzenegger. Met zijn oproep voor streng toezicht aan de grens zegt hij de frontier-mentaliteit vaarwel, de mentaliteit die luidkeels verkondigt: ,,Wij kunnen het ook, kijk maar!'' Hij suggereert dat Amerika niet meer over de ondernemersgeest beschikt om te bedenken hoe je kunt investeren in immigranten, zelfs in de illegale.

Hij geeft aan dat het land zijn kostbaarste grondstof – verbeeldingskracht – heeft verbruikt.

Als hij gelijk heeft, is dat een reden te meer om immigranten te verwelkomen. De geschiedenis leert namelijk dat een verscheidenheid van mensen een veelheid van ideeën voortbrengt, en ideeën zullen nodig zijn om de Amerikaanse droom opnieuw uit te vinden in een tijd waarin technologie, geld en mensen steeds sneller bewegen.

Op dat punt kunnen zowel de Verenigde Staten als Europa nog wat leren van het oude islamitische rijk. Tussen de achtste en de veertiende eeuw was de islamitische beschaving wereldleider op het gebied van innovatie, juist omdat ze alle mogelijke mensen van buitenaf toeliet – ook al waren die misschien een gevaar voor de status quo.

Het gevolg was eeuwenlange creativiteit in landbouw, astronomie, scheikunde, geneeskunde, taalkunde, handel, wiskunde en zelfs in de mode. Pas toen het rijk zich uit veiligheidoverwegingen inkapselde, zijn de motivatie om sterk te blijven en het talent om dat te realiseren verdwenen.

De Canadese feministe Irshad Manji is schrijver, journalist en `moslimrefusenik'. Haar bestseller `The Trouble with Islam Today: A Muslim's Call for Reform in Her Faith' verscheen in 2004 in vertaling in Nederland.

© The New York Times Syndicate.