Doodstil dorp Marum mist zijn asielzoekers

Het asielzoekerscentrum van Marum ging vorig jaar dicht. Het Groningse dorp is een stuk saaier geworden, vinden de bewoners.

Wat rest is een fietspad. Verder niets. Ja, herinneringen. En het Janny-bankje, genoemd naar buurtbewoonster Janny Valkema. Zij woont met haar man tegenover het weiland waar het asielzoekerscentrum was gevestigd. Het bankje had zij voor haar huis laten neerzetten, zodat Marumers en asielzoekers met elkaar in gesprek konden raken. ,,We zaten er uren met ze'', zegt ze. ,,De vrouwen namen altijd thee mee. Ik mis ze heel erg.''

Het bankje is leeg, net als het weiland. Het fietspad, van Marum naar buurdorp De Wilp, was aangelegd om het centrum bereikbaar te maken. Veel asielzoekers – Afghanen, Somaliërs, Syriërs, Armeniërs – leerden er fietsen.

Een jaar geleden sloot het centrum van Marum, een Gronings dorp van vijfduizend inwoners op de grens met Drenthe en Friesland. De vierhonderd tijdelijke inwoners waren ineens weg, als illegaal naar Duitsland, naar Kirgizië of terug naar huis. De hap uit de bevolking was zo groot dat Marum vorig jaar procentueel de grootste bevolkingsdaling in Nederland kende.

Het is stil geworden in Marum. Saaier ook. ,,Ze gaven fleur aan het dorp'', zegt Anneke Tonnis, mede-eigenaar van De Garderobe, een tweedehandskledingwinkel in De Wilp. ,,Je zag altijd die zwarte koppies langs de weg en in het dorp, met allemaal tassen'', zegt Wimmie van der Wal, die de asielzoekers Nederlandse les gaf. Marum is weer van de Marumers. Hoewel het centrum een paar kilometer buiten het dorp lag, had heel Marum ermee te maken. Boodschappen deden ze bij de Lidl, midden in het dorp. Maar ook de voetbalclub profiteerde, het postkantoor, de basisschool en de protestantse kerk. Bij De Garderobe liepen elke dag wel een paar bewoners van het centrum binnen, zegt Anneke Tonnis. ,,Ze hadden niet veel te besteden, maar ze kwamen een praatje maken. Ze kochten ook wel kleren. Jongeren kwamen hier voor merkkleding. Ze kochten voor een paar euro een stoer Nike-shirtje. Als ze wilden afdingen, zei ik: dat doe je toch ook niet bij de Lidl?''

Toen het centrum openging, was het wantrouwen onder de bevolking groot. Omwonenden richtten inderhaast een belangenvereniging op en lieten via de rechter op schrift zetten dat het weiland na exact vijf jaar weer weiland zou zijn. Men was bang dat de rust verstoord werd, dat de agrarische bestemming zou verdwijnen en dat boerderijen minder waard zouden worden, zegt bewoner Johannes Valkema. ,,Sommigen waren doodsbenauwd voor al die donkere mensen.'' Zelf deed hij in het begin ook de deur altijd op slot. ,,Je hoorde rare verhalen over asielzoekers.'' [Vervolg STIL MARUM: pagina 2]

STIL MARUM

Alles is weer zoals het vroeger was

[Vervolg van pagina 1] Sinds de sluiting van het centrum reizen Valkema en zijn vrouw stad en land af om contact te houden. Afghanen in Nieuwerkerk, Armeniërs in Winschoten, een Syrisch gezin in Hellevoetsluis dat ze hadden leren kennen op het Janny-bankje. De vrouw had gevraagd of er in Marum ook christenen waren – ze wilde naar de kerk. Dan is er een Afghaanse arts in Maarssen met zijn vrouw en kinderen. ,,Die doen het heel goed op het gymnasium'', zegt Janny Valkema. ,,Schatten van mensen. Altijd zwaaiden ze. Altijd eten, altijd thee drinken. We hadden een keer om tien uur 's ochtends een paar jongetjes voor Sint Maarten aan de deur. Ik zei: kom vanavond terug. Stonden er 's avonds vijftien kleine jongetjes in het Nederlands Sint Martinus te zingen. Dat was zó ontroerend, ik kon wel huilen.''

Ze lag nachten wakker, peinzend over het lot van de asielzoekers. ,,Als je weet waarom mensen zijn gevlucht, zoals een stel zigeuners die terug moesten naar Tsjechië, dan is dat heel moeilijk. Er heerst nu een doodse stilte hier. Er waren altijd spelende kinderen, altijd geluiden.''

De materiële invloed van de aanwezigheid van het centrum op de lokale economie was gering. Supermarkt Lidl deed goede zaken. Maar op de huizenprijzen had het centrum geen invloed, zegt makelaar Reinette van der Laan. ,,Bewoners van de boerderijen waren bang dat de prijzen zouden dalen, maar daar hebben we niets van gemerkt. Waarschijnlijk omdat het te ver uit het dorp lag.'' De bakker zegt niets meer en niets minder te verkopen nu ze weg zijn. Rijwielhandelaar Thies Hiemstra had ,,nul komma niks voordeel'' van het centrum. ,,Nou ja, ik heb wel eens een fiets verkocht.'' Zijn collega bij fietsenhandel `Jan en Pietsje' had er wel nadeel van: ,,Er is een paar keer een fiets gestolen.'' Diefstallen had ook kledingzaak De Garderobe, van Anneke Tonnis. ,,Er werd wel eens wat gestolen. Maar dat doen Nederlanders ook.''

Marum is een tolerante gemeenschap, zegt politieagent Harry Boonstra. ,,Iedereen was van tevoren heel sceptisch, maar we hebben weinig problemen gehad. Er ging wel eens iemand door het lint, maar sommigen waren zwaar getraumatiseerd. Dan ging ik erheen, even praten, dan was het weer klaar. Het was een soort camping. Zet eens vierhonderd Nederlanders vijf jaar met elkaar op een camping: dan is er altijd wat. Beter een goede kleurling dan een slechte blanke, zeg ik altijd maar.''

Boonstra is ook jeugdleider bij de plaatselijke voetbalclub, SV Marum. Bij de jeugd speelden altijd wel acht of negen jonge asielzoekers mee, uit Sierra Leone. Jeugdelftallen hebben in de dorpen vaak moeite spelers te krijgen, dus de versterking kwam als geroepen. ,,Er zaten hele goeie spelers bij'', zegt hij. ,, Ja, het zijn geen mensen van de klok, dus ze kwamen wel eens laat.''

Ook de gemeente heeft weinig voor- of nadelen gehad, zegt wethouder Feike Mollema (PvdA). ,,Het centrum is uit de geschiedenis van Marum gewist. Alles zou weer in de oude staat worden hersteld. Dat is gebeurd.''

In de loop der jaren ontstond een solidariteit met de bewoners van het centrum. De aanvankelijk gereserveerde omwonenden protesteerden zelfs toen Arriva de buslijn langs het centrum ophief – zonder resultaat. Wimmie van der Wal gaf Nederlandse les op het centrum en werd geraakt door alle culturen die ze tegenkwam. ,,Ik vroeg mij na de Nederlandse les vaak af: wie heeft er nou het meeste geleerd vandaag, zij of ik?''

Ook kunstenares Jolanda Kieneker onderhoudt nog contacten met asielzoekers, vooral Armeniërs. ,,Sommigen hadden verschrikkelijke trauma's, verkrachtingen, martelingen. Een vrouw zei me dat het te erg was om te beschrijven. We hadden veel contact. Wat mij opviel was het vermogen van asielzoekers om netwerken op te bouwen. Ze wisten precies waar je bepaalde ingrediënten moest halen. Ze aten wel bij ons, stamppot rauwe andijvie. Ik at ook wel bij een Armeens gezin. Ik heb inmiddels een Armeens kookboek. Veel zoet, veel bladerdeeg.''

Over één familie maakt ze zich grote zorgen. ,,Zij zijn naar ander centrum overgeplaatst. Toen werd ik een keer gebeld: ze stonden helemaal in paniek op het station van Groningen. Ze waren met hun kleine kindje uit hun huis gezet, letterlijk in de kou, op 5 december. Dat vond ik zó erg. Ik heb heel veel bewondering gekregen voor de moed van die mensen om hier te komen, in het onbeschofte Nederland. Ik heb vaak last van plaatsvervangende schaamte voor ons schandalige, onbarmhartige asielbeleid.''