De gulden en de middenweg

Valuta's en openbaarheid zijn geen vrienden. Vorige week zei de tweede man van de Nederlandsche Bank, Henk Brouwer, in zoveel woorden dat de gulden tegen een tien procent hogere koers de euro in had gekund. Dat is, zoals minister Zalm later zei en Brouwer zelf in alle onschuld zal hebben gedacht, inderdaad oud nieuws. In maart 1996 werd in deze krant al gewag gemaakt van een `heimelijke devaluatie' van de gulden tegenover de Duitse mark. In 1999 erkende de Bank dat er intern over een opwaardering van de gulden gesproken was, en in 2001 werd bekend dat een voorstel daartoe destijds aan de Duitsers is voorgelegd. Die waren tegen: een herschikking van de Europese munten aan de vooravond van het effectief vastklinken van de wisselkoersen in de jaren vóór 1999 was politiek onmogelijk. En de valutahandel zou op herhaling zijn gegaan van de slachting onder de Europese munten van 1992 en 1993.

Zijn er dan echt geen fouten gemaakt? Ja, maar eerder dan bij de invoering van de euro – want toen was het al te laat. Met zevenmijlslaarzen: de scherpe loonmatiging van halverwege de jaren tachtig tot halverwege de jaren negentig had moeten resulteren in een geleidelijk hogere koers van de gulden ten opzichte van de Duitse mark. Dat mocht, ook toen, niet. Stel je voor dat we het zo moeizaam met loonoffers verkregen concurrentievoordeel zouden wegvagen door onze munt duurder te maken?

Dat gebeurde dus niet, en het resultaat was een ondergewaardeerde munt, die de drang had om aan te sterken. Die drang moest weer worden beteugeld met een lage rente. Zo werd de ontluikende kracht van de economie ook nog eens aangewakkerd door een veel te lage rentevoet.

Samen met andere factoren heeft die verhoudingsgewijs te lage rente beduidend bijgedragen aan de eruptie van de Nederlandse huizenmarkt. Het vermogenseffect uit de stijgende huizenprijzen joeg de economie vervolgens verder aan in een opwaartse spiraal van stijgende vastgoedprijzen en economische oververhitting: de inmiddels beroemde vette jaren onder Paars. In de magere jaren van nu is het begrijpelijk dat er verongelijkt wordt gereageerd op het `nieuws' dat de gulden te laag de euro in ging. Als de euro al veel eerder was opgewaardeerd, hadden de vette jaren lang niet zo vet geweest, maar was de magere tijd nu misschien ook minder dramatisch verlopen.

Temidden van de woede klonk dit weekeinde de roep om Wim Duisenberg, die de Dexia-aandelenleaseaffaire onlangs zo soepel bemiddelde. Kon die niet meteen met deze klus aan de slag? Aardig idee, maar eh, wie ging er ook alweer weer over het rentebeleid toen de zaak zo uit de hand liep?