Commotie in Grieks-orthodoxe kerk

De commotie in de Grieks-orthodxe kerk duurt voort. Patriarch Irináios in Jeruzalem is door een bisschoppensynode afgezet, maar hij bestrijdt de rechtmatigheid van dat besluit. De strijd om de opvolging lijkt echter al begonnen.

Eerbiedwaardig ogende priesters die elkaar in Jeruzalem bevechten, beschimpen en beledigen met onoirbare taal. Griekse, Israëlische en Palestijnse televisiekijkers werden de laatste dagen getrakteerd op verbijsterende beelden uit de Oude Stad van Jeruzalem, waar vechtende voor- en tegenstanders van de omstreden Grieks-orthodoxe patriarch van Jeruzalem Irináios door de Israëlische politie van elkaar gescheiden moesten worden.

Patriarch Irináios weigert af te treden ondanks het besluit van een synode hem af te zetten omdat onder zijn verantwoordelijkheid een door Interpol gezochte medewerker van de kerk grond en huizen bij de Jaffa Poort heeft verkocht of voor 99 jaar heeft geleased aan onbekende investeerders. Volgens het Israëlische dagblad Ma'ariv is dat een niet-Israëlische rechtse joodse groep, die christelijke en Arabische bezittingen in de Oude Stad en de oostelijk gelegen wijken opkoopt in de campagne om Jeruzalem te verjoodsen. Behalve deze geheime transactie spelen nog andere kuiperijen en onverkwikkelijke toestanden over geld en invloed in de Grieks-orthodoxe kerk een rol.

De commotie bereikte dit weekeinde een hoogtepunt toen de Heilige Synode, bestaande uit 17 bisschoppen, besloot de patriarch te verwijderen. Dertien van de 17 bisschoppen ondertekenden een document om Irináios uit zijn functie te zetten. De Jordaanse koning en de Jordaanse regering moeten in hun capaciteit als voogd van de christelijke heilige plaatsen in Jeruzalem de beslissing van de synode bevestigen.

Een woordvoerder van de Jordaanse regering heeft gisteren aangekondigd dat zijn land het besluit van de synode zal steunen. Het Jordaanse koningshuis heeft nog geen standpunt bepaald. Tot de Arabisch-Israëlische oorlog van 1967 was Oost-Jeruzalem en de Oude Stad Jordaans grondgebied. Na de Israëlische verovering van heel Jeruzalem werd in het Jordaans-Israëlische vredesverdrag van 1994 afgesproken dat Jordanië de supervisie zou behouden over het beheer van de christelijke en islamitische heilige plaatsen in Jeruzalem. Daarom is een Jordaanse wet uit 1958, die de verkoop van kerkland verbiedt zonder voorafgaande toestemming, van kracht. Die toestemming is niet verleend.

Irináios bestrijdt de rechtmatigheid van het besluit van de synode en keerde daags na het besluit van de synode terug in het patriarchaat. Intussen lijkt de strijd om de opvolging al in gang gezet, waarbij de Palestijnen hopen op de benoeming van een ,,meer Arabisch georiënteerde geestelijke''.

Het Grieks-orthodoxe patriarchaat beheerst sinds zijn stichting in 451 verreweg de meeste heilige plaatsen in en om Jeruzalem, waaronder het Heilig Graf. Dit bleef zo na de verovering door de Arabieren (637) en ook in de periode 1099 tot 1187, waarin de katholieke kruisvaarders de scepter zwaaiden. Armeniërs, Kopten en katholieken hebben door de eeuwen heen geprobeerd de machtspositie van het Grieks-orthodoxe patriarchaat te ondermijnen. In 1856 werd in Parijs een verdrag gesloten dat nog steeds van kracht is.

De Israëlische regering heeft geen bezwaren tegen de Griekse dominantie omdat de joodse staat met het patriarchaat goede zaken heeft kunnen doen. Grieken zijn bovendien geen Arabieren en daarom te prefereren in Israëlische ogen. De grond in West-Jeruzalem waarop het parlement, de Knesset, is gebouwd, is van het patriarchaat geleast en dat geldt ook voor het land waarop aanpalende ministeries en de ambtswoning van premier Sharon zijn gebouwd.

Het patriarchaat was de afgelopen jaren ook bereid kerkland in Oost-Jeruzalem en bij Bethlehem te verhuren of te verkopen. Op dat land, volgens internationaal recht de bezette Westelijke Jordaanoever, zijn inmiddels nederzettingen gebouwd. Verkoop van kerkland ligt daarom uiterst gevoelig bij de 200.000 Arabische christenen en de Palestijnse Autoriteit. De Palestijnen willen al jaren meer invloed op het beheer van de bezittingen van de rijkste kerk in het Heilige Land. Maar Griekenland zal waken voor een `ontgrieksing' en een `Arabisering' van het patriarchaat en daarmee van het beheer over het Heilig Graf op de plaats waar Jezus werd gekruisigd.

Iedere zaterdag voor orthodox Pasen – de laatste keer elf dagen geleden – daalt de patriarch in zijn eentje af in de crypt van de Heilige Grafkerk om te veroorzaken dat het zogeheten Heilige Licht zichzelf op wonderbaarlijke wijze ontsteekt. De vlam waarmee hij naar buiten komt en waarmee alle kaarsen worden ontstoken, wordt met een speciaal vliegtuig naar Athene gevolgen. Daar wordt de vlam dan ontvangen met de eerbewijzen die ook bezoekende staatshoofden ten deel vallen. In 1549 probeerden de concurrende Armeniërs met steun van de plaatselijke sultan deze ceremonie zelf te organiseren. Hun patriarch daalde af in de crypt, maar dé Vlam kwam niet in zijn toorts. De Vlam drong zich met geweld naar buiten, waar de toenmalige Griekse patriarch geknield bij een zuil lag. Deze zwaar beschadige zuil is nog altijd voorwerp van Griekse verering.