Beursgang Morningstar

De beursgang van zakenbank Lazard was vorige week groot nieuws. Maar het beursdebuut van Morningstar, een firma die gegevens verzamelt en prestatietabellen publiceert over beleggingsfondsen, heeft de wenkbrauwen op Wall Street eveneens doen fronsen. Dat komt vooral doordat de transactie, die een waarde vertegenwoordigde van 140 miljoen dollar, zo weinig geld opleverde voor de waarborgende bank, WR Hambrecht.

De brutomarge op de aandelenuitgifte, die net als bij de beursgang van Google een jaar geleden in de vorm van een veiling was gegoten, bedroeg 2 procent, ofwel een derde van het percentage dat de waarborgende banken toeviel in het geval van Lazard.

Niemand in de zakenbanksector wil dat deze ontwikkeling zich voortzet. Daarom is het niet verrassend dat veel bankiers wijzen op de waarde die WR Hambrecht aan zijn neus voorbij zag gaan. Op de eerste handelsdag klom de koers van Morningstar met 8 procent. Aan het einde van de week was het aandeel 26 procent in waarde gestegen. Op grond van deze gegevens werd betoogd dat het veilingsysteem, waarin kopers en verkopers door de bank elektronisch aan elkaar worden gekoppeld, heeft gefaald. En op basis van de koerssprong van de Morningstar-aandelen later in de week was er een verschil van bijna 200 miljoen dollar tussen de uitgiftekoers en de marktwaarde van het bedrijf, geld dat de eigenaren van Morningstar waren misgelopen. Hoewel er een kern van waarheid in deze redenering schuilt, doet zij de feiten geweld aan.

Dat de beursgang van Lazard een fiasco was voor zijn nieuwe eigenaren, maakt haar nog niet tot een succes. Een succesvolle beursgang vindt het evenwicht tussen de wens van de verkopende aandeelhouders om hun belang ten gelde te maken en die van de nieuwe beleggers om op verdere waardestijging in te zetten. Morningstar is dat gelukt. Lazard is tot nu toe voor zijn nieuwe aandeelhouders een teleurstelling gebleken.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.