Absa als einde van Afro-pessimisme

Zuid-Afrika is een `prachtig land', maar buitenlandse bedrijven zijn voorzichtig met investeren wegens de problemen met aids en criminaliteit. Toch koopt het Britse Barclays voor 4,3 miljard euro de Zuid-Afrikaanse Absa-bank.

Als een buitenlandse handelsdelegatie Zuid-Afrika bezoekt, dan geven de meereizende topmannen doorgaans dezelfde redenen om ook dit jaar niet te investeren in Zuid-Afrika. Prachtig land. Ontroerende geschiedenis. Maar investeren in een omgeving met zoveel aids, criminaliteit, zeurende vakbonden en een nationale munt die zo stabiel is als een jojo? Misschien volgend jaar.

Dus wat bezielt Barclays, de derde bank van Groot-Brittannië, om al die risico's te negeren en een meerderheidsbelang in de Zuid-Afrikaanse bank Absa te willen kopen, zoals gisteren bekend werd? Voor maar liefst 4,3 miljard euro. Dat is niet alleen de grootste buitenlandse investering in Zuid-Afrika sinds het einde van de apartheid in 1994, maar ook het duurste buitenlandse avontuur van Barclays in jaren.

Aan de prijs kan het niet liggen. De onderhandelingen over de overname duurden zo lang (acht maanden) dat Barclays bijna 40 procent meer voor de aandelen moest bieden (82,50 rand per stuk) dan ze aan het begin van de onderhandelingen in september waard waren. Britse analisten reageerden daarom terughoudend. ,,Ik betwijfel of het rendement van deze investering wel aantrekkelijk genoeg is gezien het risicoprofiel van de Zuid-Afrikaanse economie'', zei een van hen tegen persbureau Reuters.

Dat sentiment is breed gedragen. Volgens cijfers van de Verenigde Naties ontving Afrika de afgelopen vier jaar nog niet de helft van de investeringen die Oost-Europa binnenhaalde. Een van de weinige industrieën die wel in het Afrikaanse continent durfde te investeren, waren de delvers naar bijvoorbeeld olie, diamanten en goud. En daarnaast de auto-industrie. BMW, Daimler-Chrysler, Toyota en Nissan hebben sinds 1995 miljarden in Zuid-Afrika geïnvesteerd en de export van auto's is sindsdien verviervoudigd. Maar financiële investeerders mijden Zuid-Afrika al bijna twintig jaar. In 1986 verliet Barclays het land onder internationale druk op beschuldiging het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime te financieren. En met Barclays de rest van de financiële investeerders, die in Zuid-Amerika en Azië meer en veiliger dachten te verdienen.

Waarom komt Barclays nu dan terug? ,,We beschouwen Zuid-Afrika als een zeer aantrekkelijke plek om te investeren'', verklaart topman David Roberts. Waarom? De bank hoopt met de overname van Absa straks een derde van haar winst uit het buitenland te halen. Tot nu toe was het buitenlandse aandeel in de winst slechts 20 procent en dat is niet genoeg om de trage groei in eigen land te compenseren.

Over groei hoeven de vier grote banken in Zuid-Afrika, waaronder Absa, zich weinig zorgen te maken. De helft van de Zuid-Afrikanen heeft, door armoede en apartheid, nog geen bankrekening en wordt met wilde advertentiecampagnes aangemoedigd om er een te openen. Ieder jaar worden 15 procent meer leningen uitgeschreven. Huizenprijzen zijn in de afgelopen drie jaar bijna verdubbeld en daarmee het aantal hypotheken. De Zuid-Afrikaanse economie groeit gemiddeld met zo'n 3 procent per jaar. En de zwarte middenklasse groeit gestaag mee.

Barclays' investering kan ook worden gezien als een beloning voor de macro-economische politiek van de ANC-regering onder leiding van de minister van Financiën Trevor Manuel. Hij gaf zondag het groene licht voor de overname. Hij was ook degene die de inflatie wist terug te brengen tot onder de 5 procent, de laagste in decennia. En hij was degene die de belastingen voor bedrijven terugschroefde en een begin maakte aan het einde van de ingewikkelde wetgeving voor het beginnen van bedrijven in Zuid-Afrika.

Het belang van 60 procent dat Barclays nu in Absa koopt, is ook een investering in de rest van Afrika. Absa heeft belangen in banken in Angola, Tanzania, Mozambique, Zimbabwe en Namibië. Zo zijn er meer Zuid-Afrikaanse bedrijven die in de rest van het continent zijn gaan investeren. En dat zijn niet alleen mijnbouwbedrijven, maar ook de op diensten georiënteerde bedrijven in telecommunicatie, IT, en banken.

Volgens de Britse zakenkrant Financial Times signaleert Barclays' investering een belangrijke verschuiving in het denken van de internationale financiële wereld over de Zuid-Afrikaanse economie. ,,Het einde aan het Afro-pessimisme onder investeerders'', noemde de krant dat vanochtend.

Toch blijft investeren in Zuid-Afrika een risico. Absa is meer dan de helft van zijn omzet kwijt aan personeelskosten. Behalve baliemedewerkers bestaan de 32.000 werknemers (twee keer zoveel als Barclays) vooral uit veiligheidsmensen. Wie een Zuid-Afrikaanse bank binnenloopt, moet eerst langs de machinegeweren. De Britten denken dat probleem te ondervangen door de Zuid-Afrikanen te bewegen vaker plastic geld (credit card) te gebruiken of het internet.

Andere zorg blijft de instabiliteit van de Zuid-Afrikaanse rand, een van de populairste handelsartikelen voor speculanten op de internationale valutamarkten. Eind 2001 verloor de rand 30 procent van haar waarde ten op zichte van de dollar. Een jaar later ging het in omgekeerde richting. Die kwetsbaarheid wordt vaak geweten aan de relatief kleine buitenlandse valutareserves van de Centrale Bank. De overnamesom die Barclays voor Absa betaalt, kan daar verandering in brengen als de Centrale Bank straks de meerderheid van de Britse ponden opkoopt, zoals analisten nu voorspellen.

Rest voor Barclays nog één gevaar en dat is de herinnering aan apartheid. De actiegroep Jubilee dreigt met massademonstraties tegen de Britse bank in Zuid-Afrika en Groot-Brittannië vanwege haar steun aan het apartheidsregime tussen 1982 en 1984. Naar verluidt was die steun 725 miljoen dollar waard. Maar dat zijn de meeste Zuid-Afrikanen waarschijnlijk al vergeten.