Aantrekkelijke illegalen

Spanje heeft een werkloosheid van 10,4 procent en toch hebben zich de afgelopen drie maanden 700.000 illegalen aangemeld om gebruik te maken van de door de regering geboden mogelijkheid om verblijfspapieren te krijgen. Die 700.000 illegalen hebben de Spaanse werkgevers dus iets te bieden dat de autochtonen niet kunnen opbrengen. Ze werken kennelijk harder en ze zijn beduidend goedkoper.

Nu de buitenlandse werknemers worden gelegaliseerd, vallen ze onder de gewone Spaanse sociale wetgeving en belastingen. De socialistische regering hoopt op deze manier veel premies en belastingen op te halen. Maar met hun nieuwe lasten vervalt het concurrentievoordeel dat de illegalen hadden op de Spanjaarden die geen baan kunnen krijgen. Het risico is groot dat veel immigranten na legalisatie snel werkloos zullen raken en gebruik zullen moeten maken van de sociale voorzieningen. Hun wacht het lot van veel voormalige gastarbeiders die hen in Europa zijn voorgegaan en die nu van een uitkering moeten leven.

Het is de paradox van de Europese verzorgingsstaat: de sociale voorzieningen zijn zodanig dat er in landen met hoge werkloosheid veel vraag blijft naar goedkope illegale werknemers. De werkloosheid onder legale immigranten is over het algemeen veel hoger dan de werkloosheid onder autochtonen. Dat geldt zeker voor Nederland, waar bij een aantal geïmmigreerde minderheidsgroepen de werkloosheid drie tot vier keer zo hoog is als onder autochtonen. De ongeschoolde, legale immigranten zijn ook vaak het eerste slachtoffer van concurrentie door nieuwe goedkope illegalen of zelfs van tijdelijke, legale buitenlandse werknemers. De Europese verzorgingsstaten maken nog steeds slecht gebruik van legale immigranten, terwijl die in een aantal sectoren wel nodig zijn. Het gevolg is dat immigratie in Europa steeds meer wordt gezien als verliespost en als ondermijning van de verzorgingsstaat. Andere Europese landen maken zich zorgen dat de Spaanse nieuwkomers dankzij vrij verkeer van werknemers ook elders terecht zullen komen en na tijdelijk werk daar een beroep kunnen doen op sociale voorzieningen.

Dat immigranten steeds meer als sociale last en als bedreiging worden beschouwd, is fnuikend voor hun integratie en voor de economie. Europese verzorgingsstaten kunnen zich beter laten inspireren door klassieke immigratielanden als Canada en de VS, waar immigranten ook na hun legalisering hard blijven werken. Gefaseerde toelating zou mogelijk moeten zijn, waarbij immigranten langzaam hun rechten op sociale voorzieningen opbouwen. Europese landen hebben wel behoefte aan allerlei dienstverlenende arbeidskrachten. Goed geplande immigratie hoeft geen afbreuk te doen aan de verzorgingsstaat en kan de bestaanszekerheid van de burgers ondersteunen.