Vertellen over eigen oorlogservaring

In zijn toespraak op 4 mei vroeg premier Balkenende ons bij herhaling uit eigen ervaring te vertellen over onze oorlogservaring. Dat proberen we nu al zestig jaar, zonder daarvoor vermeldenswaardig gehoor te vinden. Zoals bij zovelen die in de naoorlogse jaren terugkeerden uit Nederlands-Indië was de ervaring dat bij het trachten over de eigen ellende tijdens de oorlog te vertellen, we meteen werden onderbroken en afgetroefd door wat in Nederland had plaatsgevonden en wat de joodse gemeenschap was overkomen. Het vergelijken tussen wat de joden was aangedaan en onze ellende is door de Indische gemeenschap als hoogst onfatsoenlijk beschouwd en zal zij dan ook niet doen. Diep dient het respect te zijn bij het herdenken van de verschrikkingen in de vernietigingskampen.

Pogingen van de repatrianten om te vertellen wat hun was aangedaan, werden bovendien dikwijls afgekapt met `jullie hebben Indië verloren laten gaan' of `kolonialisme hoort niet'. De behoefte Indië te behouden en wellicht voor te bereiden op een latere onafhankelijkheid vond onder meer zijn bevestiging in twee Nederlandse politionele acties.

De tweede uitspraak betrof de eeuwenlang gevoerde Haagse politiek. Het werd door vele repatrianten dan ook als onrechtvaardig ervaren de zwartepiet toegespeeld te krijgen voor Nederlandse koloniale schuldgevoelens. De oproep van de minister-president klinkt nu dan ook verheugend.