Van de kaart

Het loopt tegen tienen als een eenzame Japanner mij aanspreekt. Hij zoekt het Hilton hotel. Hij weet niet dat hij al een kilometer de verkeerde kant op loopt. Hij heeft een gids van Nederland, en laat de plattegrond van Amsterdam zien. Ik wijs waar hij is: van de kaart gevallen. Loop maar mee, zeg ik.

We praten samen Engels in onze eigen taal. Ben ik wel eens in Japan geweest? Nee, maar mijn zus wel, die bewonderde de beschaafde omgangsvormen. Is hij hier alleen? Nee, met een groep, maar of hij nu zes dagen hier is, of zes dagen in Europa, volg ik niet. Wanneer we de Stadionweg naderen, wijs ik hem de neons van het Hilton. Een lach breekt door. Ik steek het verlaten kruispunt over, maar zie hem rechtsaf slaan. Ik wil roepen dat hij verkeerd loopt. Dan zie ik wat hij doet. Hij neemt het zebrapad.