Spanje: 700.000 illegalen vragen legaal verblijf

Bijna 700.000 illegale immigranten hebben zich de afgelopen drie maanden in Spanje aangemeld voor legalisatie. Eenderde van de aanvragen is inmiddels omgezet in een verblijfsvergunning, heeft het ministerie van Sociale Zaken gemeld. Zaterdag was de laatste dag voor immigranten om zich aan te melden bij de bureaus voor de volksverzekeringen van de overheid.

De sociaal-democratische regering van premier José Luis Rodríguez Zapatero maakte kort na haar aantreden, in maart vorig jaar,

een generaal pardon bekend. Aanvankelijk schatte men dat zo'n 800.000 illegalen van de nieuwe regeling gebruik zouden maken. De regering toonde zich dit weekeinde zeer tevreden met de resultaten.

De regering-Zapatero schat dat nog eens 400.000 familieleden van de betrokken buitenlanders een verblijfsvergunning zullen krijgen. Volgens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jesús Caldera, is de regering er in geslaagd om de economie van zwartwerkers boven water te halen, waardoor ze voortaan ook belastingen en sociale premies moeten gaan betalen.

De conservatieve volkspartij PP sprak echter van een ,,absolute mislukking''. Een woordvoerder van deze oppositiepartij schatte het aantal clandestiene buitenlanders dat ook na de legalisatie in Spanje verblijft op een miljoen. Met de maatregelen zou de Spaanse regering bovendien alleen maar meer illegale buitenlanders aantrekken en zo handelen tegen de algemene tendens in Europa om strenger op te treden tegen buitenlanders zonder verblijfsvergunning.

De landen van de Europese Unie hebben vorig jaar november, onder Nederlands voorzitterschap, nieuwe afspraken gemaakt over beheersing van migratiestromen en controle en bewaking van de buitengrenzen van de Unie. Deze afspraken moeten in de loop van dit jaar uitmonden in een concreet actieplan plus tijdschema. De uitvoeringskosten daarvan zullen worden gedeeld.

De EU-regeringsleiders spraken tevens af dat de toelating van arbeidsmigranten de uitdrukkelijke bevoegdheid van de afzonderlijke lidstaten blijft, alhoewel door verschillende landen was aangedrongen op Europese quota. Spanje beroept zich met zijn generaal pardon op deze afspraak.

De laatste grootscheepse legalisering in Spanje dateert van drie jaar geleden, toen onder de conservatieve regering-Aznar bijna een half miljoen buitenlanders een verblijfsvergunning kregen. In tegenstelling tot eerdere pardonregelingen was deze keer een verklaring nodig van de werkgever dat de betrokken buitenlander voor hem werk verricht.

In principe gaat het bij de `legalisatie-actie' van dit voorjaar om buitenlanders die kunnen bewijzen dat ze werk hebben in Spanje. De werkgevers die meewerken aan deze regeling hebben van de overheid de verzekering gekregen dat ze geen boetes krijgen wegens het in dienst hebben van zwartwerkers.

De Spaanse economie, die de afgelopen vijftien jaar aanhoudend meer dan het Europees gemiddelde is gegroeid, heeft een aanhoudende behoefte aan buitenlandse werknemers voor huishoudelijk werk, in de bouw, de dienstensector en de landbouw. De migranten zijn overwegend afkomstig uit Latijns-Amerika, Marokko en Oost-Europa.

Volgens minister Caldera garandeert de overlegging van de verklaring van de werkgever, anders dan bij vorige gelegenheden, dat de betrokken buitenlanders uit het zwarte circuit worden gehaald. In een vraaggesprek met het dagblad El País hekelde hij de maatregelen van de vorige conservatieve regering, waarbij een werkgeversverklaring geen vereiste was. Hij wees daarbij op de recordaanmeldingen van afgelopen maand van het aantal nieuwe buitenlandse werknemers dat sociale verzekeringspremies betaalt.

Van een aanzuigende werking van nieuwe buitenlanders die naar Spanje komen om hun papieren te regelen is volgens de minister van Sociale Zaken niets gebleken. De socialistische regering verklaarde eerder dat ze geen plannen heeft om opnieuw een pardon af te kondigen.