Siciliaanse stropdas

Rijke Italianen halen hun neus op voor alles beneden Rome. Onder de hoofdstad begint een nieuw continent. Ze noemen het `Afrika' en vinden het arm, achterlijk en gevaarlijk. Dat de Giro d'Italia zaterdag in het uiterste puntje van de laars van het schiereiland begon, moet dan ook als een doekje voor het bloeden worden gezien.

Veel meters parcours kreeg de startplaats Reggio di Calabria niet toebedeeld van de baas van de beroemde wielerronde. De tijdrit vond plaats op een rechte strook asfalt van 1.100 meter langs de kust. Na anderhalve minuut fietsen mochten de renners alweer onder de douche. Een gevulde bidon in de houder was overbodig, sterker nog, het zweet van de renners had nog niet eens de tijd om uit de oksels te kruipen, zo kort was de ouverture.

Het leek op een absurd sprookje, renners die laat in de avond flitsten door het licht van de klassieke lantarenpalen aan de kust van Reggio. Op de eerste honderden meters van het parcours zag ik nauwelijks mensen achter de dranghekken staan. Lagen de vissers van Reggio al op één oor of was het een stil verzet tegen zoveel tijdelijke poenerigheid in hun streek?

Aan de overkant van de zee lagen de contouren van de kustlijn van Sicilië. Het eiland wordt dit jaar niet aangedaan door het peloton. Dat is wel eens anders geweest. Ik herinner me nog hoe Jean-Paul van Poppel in 1986 en in 1989 over de zwarte lavastenen van de Via Etnea in het centrum van Catania naar een etappezege op Sicilië sprintte.

De Sicilianen wachten met gemengde gevoelens op de lange brug die het eiland moet gaan verbinden met het vasteland. Eens zullen de renners van de Giro in waaiers over de zee rijden en bij Messina worden binnengehaald door het volk dat 's avonds gul de limoncello schenkt maar evengoed in de nacht de Giroleiding een `Siciliaanse stropdas' kan aanmeten; strot opensnijden en tong naar buiten trekken, een maffia-afrekening in oude stijl.

De Giro trekt de komende weken via een omweg naar het mondaine Milaan. Ergens tussenin ligt Toscane, de streek van Mario Cipollini. De machosprinter is gestopt en fietste in Reggio di Calabria in een roze, homo-erotisch maillot buiten mededinging naar de meet. Hij droeg een zonnebril in de late avond, misschien omdat we zijn kraaienpoten niet mochten zien. Of verborg hij achter de donkergetinte glazen zijn blikken naar een overspelige rondemiss met wie hij op een rots wilde eindigen terwijl vuilnismannen in de nacht de gratis folders van de karavaan van de straat veegden? Een slippertje om het afscheid in de arme streek nog een beetje glans te geven.

Damiano Cunego leidt een ander leven. Daags voor het vertrek stuurde de grote favoriet voor de eindzege eventuele groupies met een nuchtere boodschap naar huis. ,,Een vrouw moet de eisen van een atleet begrijpen. Samen elke zaterdagavond naar de discotheek gaan, is onmogelijk. Showgirls hebben volgens mij niet het juiste hoofd om naast een sporter te leven.'' Met dergelijke uitspraken steek je toch een beetje flets af bij het uiterlijk vertoon van Mario Cipollini.

In het landschap ontwaren de miljonairs in het peloton de betonnen skeletten van huizen die ooit – en misschien wel nooit – zullen worden afgebouwd door de plaatselijke bevolking. Bij gebrek aan geld en werk. Ze fietsen verder, naar het noorden, waar hun villa's staan te glanzen aan zee of aan het Comomeer.

Ach, wat is rijkdom?

Damiano Cunego legde voor de start van de Giro het wielerbestaan simpel uit: ,,Ik bekijk de wereld vanaf mijn zadel. Fietsen is wat ik het liefst doe, alleen op twee wielen heb ik een vrijheidsgevoel.''