Samen een paraplu maken verloopt `vet oneerlijk'

Modebedrijf Mexx liet het Duitse Knirps paraplu's maken. Dat mislukte. En nu dat laatste bedrijf op omvallen staat, wil Mexx snel geld zien.

Volgens advocaat G. Brunt begrijpt zelfs zijn zoon van tien dat zijn cliënt gelijk heeft. Hij vertelt de rechter over een gesprek dat hij de ochtend van dit kort geding met hem had. ,,Hij vroeg me: `papa, wat ga je doen vandaag?' Toen heb ik hem verteld dat er twee grote bedrijven zijn die samen mooie paraplu's wilden maken.''

Brunt vertelde zijn zoon dat de bedrijven er niet uit kwamen en dat een van de twee, modebedrijf en winkelketen Mexx, nu geld wilde zien. ,,Maar lagen de paraplu's dan ook in de winkel? Werden ze verkocht?'', reageerde zijn zoon verbaasd, volgens Brunt. Nee, dat niet. Ze zijn nooit geproduceerd. Wat toen de reactie van zijn zoon was? ,,Vet oneerlijk.''

De rechter kapt Brunt af. ,,Als het recht inderdaad zo eenvoudig was, hadden advocaten minder werk.''

Brunt wil het niet moeilijker maken dan het al is – voor zijn cliënt, de Duitse fabrikant van paraplu's Top Schirmvertriebs. Dit bedrijf heette tot voor kort Knirps en was een van 's werelds bekendste fabrikanten van paraplu's. Maar nu dreigt het concern zichzelf op te heffen – ,,van de precieze achtergronden weet ik onvoldoende'', erkent Brunt. Hoe dan ook: Top zal geen paraplu's meer maken voor Mexx. En dat hadden beide bedrijven wel afgesproken. Mexx vreest daarom voor zijn geld.

In mei 2003 ging de licentieovereenkomst in. Knirps uit het Duitse Haan (nu dus Top geheten) mocht 4,5 jaar lang Mexx-paraplu's produceren en verkopen. 8 procent van de verkoopopbrengsten zou Knirps overmaken aan het in Voorschoten gevestigde Mexx. Plus een jaarlijks toenemend standaardbedrag, oplopend tot 100.000 euro in het laatste jaar.

Paraplu's werden gemaakt noch verkocht, dus het bedrag op basis van de omzet bleef nul euro. Dat zij zo, maar Mexx wil wel de vaste jaarlijkse licentievergoedingen zien, ruim 250.000 euro in totaal. Knirps heeft tot nu toe alleen de eerste vergoeding (over het jaar 2003) van 30.000 euro betaald. En die wil ze bovendien terug, omdat Mexx een ,,moeilijke'' partner was geweest.

Zo haalt advocaat Brunt een brief aan van maart 2004 waarin Knirps schrijft dat ,,het ons niet bevalt'' dat het project vertraagd is door traag handelen aan de kant van Mexx. ,,U moet in staat zijn te begrijpen dat er tijd, technische processen en kosten nodig zijn om een geheel nieuwe paraplu te ontwikkelen.'' En: ,,De tijd die we hebben verloren is onverantwoordelijk.''

Mexx ziet dit nét wat anders. Niet Mexx had zich een slechte partner getoond, maar de relatie tussen beíde bedrijven was moeizaam geweest, stelt S. Merkus, Mexx' advocaat. En dat kwam juist door Knirps. Dat bleek uit de e-mail-uitwisseling waar Merkus op haar beurt uit voordroeg. De toon was eerst nog vriendelijk: ,,Ik hoop dat het je goed gaat en dat het slechte weer goed is voor de paraplumarkt.''

Maar al snel sprak Mexx Knirps aan op alles dat verkeerd ging: ontwerpen konden niet goedgekeurd worden, de hoes van de paraplu kwam niet door een kwaliteitstoets, Knirps stuurde monsters niet snel genoeg op en een belangrijke brief werd zelfs verkeerd geadresseerd – zodat deze een paar weken kwijt was binnen het kantoor van Mexx.

Maar: ,,dat er geen paraplu over de toonbank is gegaan, is aan Mexx zelf te wijten'', stelt advocaat Brunt. Mexx is al die tijd gewoon te veeleisend geweest. En bovendien was de licentieovereenkomst allang niet meer geldig. Stond er immers geen clausule in het contract dat de afspraak zou vervallen als er voor 31 december 2003 geen producenten op de markt waren gebracht?

Dat Knirps niet eerder aanspraak maakte op deze clausule, en zelfs doorging met de ontwikkeling van de paraplu na deze datum, was volgens Brunt niet relevant. ,,De licentie is simpelweg verlopen zonder dat een paraplu het daglicht, dan wel de regenval, heeft gezien.'' Het contract moet letterlijk worden genomen, stelde Brunt: ,,Er staat wat er staat. We hebben hier te maken met een Duitse partij. Die houdt van close reading.''

De rechter vindt van niet. De suggestie van de paraplufabrikant dat de licentie strikt genomen al verlopen was, gaat niet op. Top heeft zich niet gedragen alsof ze zelf vond dat de licentie verlopen was omdat er nog geen paraplu was geproduceerd. ,,Integendeel.''

Top kan dus niet onder de betaling uitkomen door te zeggen dat de overeenkomst niet meer bestond. Maar de rechter is de Duitse parapluproducent goed gezind. Top heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat Mexx ,,gebrekkige'' medewerking heeft verleend, schrijft de rechter in het vonnis. Daarom hoeft Top de licentievergoeding over 2004, plus rente, niet te betalen. Ook de rest van de vordering vervalt: omdat Mexx niet heeft kunnen hardmaken dat Top is tekortgeschoten, hoeven de kosten over de licentiejaren 2005 tot en met 2007 nog niet voldaan te worden. ,,Dat Top in liquidatie is geraakt maakt dit niet anders.''

In Het Geding komen juridische geschillen in het bedrijfsleven aan bod. Reacties: hetgeding@nrc.nl