Regering staat niet langer gelijk aan God

Voor het eerst in de geschiedenis staat de Ethiopische regering open debatten toe in aanloop naar de verkiezingen. De vrijheid om openlijk kritiek mogen te geven, verwart velen.

Ethiopië maakt een historische verandering mee, nog vóór de verkiezingen op 15 mei zijn begonnen. ,,In onze lange geschiedenis stond de regering gelijk aan God'', zegt oppositieleider Beyene Petros, ,,maar dat verandert nu.'' Berhanu Nega, een andere oppositieleider, geeft het ruimhartig toe: ,,Ik sta versteld over de steun die we krijgen bij onze campagnes buiten de steden. Ethiopië staat aan de vooravond van een revolutionaire omwenteling, net als toen Gorbatsjov zijn bevolking vrijheid gaf en vervolgens daarmee zijn eigen graf groef.''

Onder het feodale regime van keizer Haile Selassie mochten Ethiopiërs niet nadenken, onder zijn opvolger, de meedogenloze militaire marxist Mengistu, waagde niemand het zijn mening te uiten en onder de in 1991 na een guerrilla aan de macht gekomen regering van Meles Zenawi mocht de bevolking misschien wel een mening hebben maar deze mocht niet al te veel afwijken van die van de regerende `voorhoedepartij'. Aan die traditie kwam onverwachts een einde toen de overheid, onder druk van buitenlandse donoren, enkele weken geleden voor het eerst in de geschiedenis open debatten toestond tussen de regerings- en oppositiepartijen. ,,Die debatten hebben bevrijdend gewerkt op het land'', concludeert een Westerse diplomaat.

Een boertje bij de zuidelijke stad Arba Minch weerspiegelt het oude Ethiopië van horigen. ,,We hebben geen regering meer'', zegt hij, ,,want ik hoor overal hoe mensen zich openlijk uitspreken tegen de overheid.'' Een regering die kritiek toelaat, heeft haar gezag verloren. Dessalegn Ralimato leidt het Forum voor Sociale Studies in de hoofdstad Addis Abeba. Hij geeft een ander voorbeeld: ,,Ethiopiërs zijn altijd beleefd en vertellen je niets recht in het gezicht. Ze zijn nu geschokt hoe politici elkaar beschuldigen. Vrijheid verwart ons.''

Voor het eerst doen er twee sterke coalitiepartijen mee aan de verkiezingen, de Verenigde Ethiopische Democratische Bundeling (UEDF) van Beyene Petros en de Coalitie voor Eenheid en Democratie (CUD) van Berhanu Nega. Ze nemen het op tegen de regeringspartij het Ethiopische Democratische Revolutionaire Volksfront (EPRDF). Het EPRDF bestuurt volgens het principe van het `democratisch centralisme'. Wat de partijtop beslist wordt automatisch door de EPRDF parlementsleden aangenomen. De 14 oppositieleden in het 547 leden tellende parlement hadden geen enkele invloed: volgens de regels van de volksvertegenwoordiging beschikten ze over onvoldoende zetels om zelfs maar een discussie aan te zwengelen.

,,Ik verwacht geen meerderheid voor de oppositie maar wel dat de regering voor het eerst naar haar zal moeten luisteren'', voorspelt Dessalegn Rahimato van het Forum voor Sociale Studies. Oppositieleider Beyene Petros ziet ook de vloedgolf nog niet komen, ,,maar de bevolking is veranderd. Bij de volgende verkiezingen over vijf jaar nemen we de macht over.'' Zijn collega Berhanu Nega ziet wel de overwinning in het verschiet: ,,De regeringspartij is zo geschrokken van die mogelijkheid dat ze ons nu beschuldigt een genocide voor te bereiden en ons op de televisie afbeeldt naast portretten van Mussolini en Hitler. Een angstige regering is een gevaarlijke regering maar de vrijheid valt niet meer te controleren.''

Dat de regering de oppositie vergelijkt met fascisten en massamoordenaars maakt de 72-jarige historicus Berhanu Abebe woedend. Hij bezette functies onder Haile Selassie, onder Mengistu en onder het EPRDF. ,,Ieder Ethiopisch regime nam wraak op zijn voorgangers. Als ik door mijn oude fotoalbums blader kom ik vele vermoorde vrienden tegen. Het leven van een intellectueel is niet gemakkelijk in Ethiopië. Bestaat er dan geen enkel historisch besef onder de politici?''

Hij hekelt het gebrek aan democratische ethiek. ,,Politici denken nog steeds dat ze verloren zijn als ze verliezen. Hun debatten zijn oplichterij, want ze houden de kiezers voor dat alles goed zal komen. Ze belazeren de Ethiopiërs. Driekwart van ons kan lezen noch schrijven. Waarom praten de politici niet over de chronische armoede? Dit is geen democratie, dit is een machtsstrijd. Je politieke tegenstander is niet je vijand, dat moeten we nog leren.''

De professor in de geschiedenis vreest voor de toekomst, hij noemt de verkiezingen ,,een oorlogstoestand, een gewelddadig circus om de Westerse donoren te plezieren''. Hij staat op en begint door zijn muf ruikende bibliotheek te ijsberen. ,,U zult me wel een reactionair vinden'', verzucht hij, ,,maar ik zag al vele malen eerder hoop verloren gaan.''

Kan democratie gedijen in een land waar voor de meerderheid van de bevolking schoenen een luxe zijn? ,,De Ethiopiërs willen eindelijk hun eigen leiders kunnen kiezen'', stelt Dessalegn Rahimato van het Forum voor Sociale Studies, ,,in de hoop op die wijze oplossingen te vinden voor hun armoede. De debatten worden nog te veel geleid door intellectuelen die te ver van de bevolking staan, maar ook dat zal veranderen''.

Oppositieleider Berhanu Nega wijst de beschuldiging van elitair gedrag van de hand. ,,De intellectuelen zijn cynisch geworden, zij geloven niet meer in verandering. Maar de meerderheid van de Ethiopiërs ziet de historische omslag aankomen.''