Raikkonen wint F1-race in Spanje, Alonso profiteert

Kimi Raikkonen won gisteren de Grote Prijs van Spanje, maar het was zijn Spaanse collega Fernando Alonso die de beste zaken deed in de strijd om de wereldtitel in de Formule 1. Niet alleen omdat hij als nummer één in de WK-stand tweede werd achter de Finse coureur, maar ook omdat de man die hij beschouwt als zijn belangrijkste concurrent, Michael Schumacher, door bandenproblemen uitviel.

Raikkonen, bezig aan zijn vierde seizoen bij McLaren-Mercedes, behaalde in Barcelona de derde overwinning in zijn carrière. Hij was van pole-position vertrokken en behield z'n koppositie tot het eind.

Achter Alonso (Renault) eindigde de Italiaan Jarno Trulli derde, voor zijn teamgenoot bij Toyota, Ralf Schumacher. In zijn vierde seizoen in de Formule 1 heeft de Japanse renstal een positie tussen de beste teams verworven. In het WK voor constructeurs klom Toyota gisteren naar de tweede plaats, voor McLaren (3), Williams (4) en titelhouder Ferrari (5). Daar duurt de malaise voort: Rubens Barrichello moest achterin het achttien wagens tellende veld starten, Schumacher vanaf de achtste plek.

De Duitser was met een één-pitstop-strategie op weg naar een podiumplaats en leek in een van de slechtste seizoenen in zijn loopbaan eindelijk weer eens meer dan een handvol WK-punten te gaan scoren. Maar op tweederde van de race kreeg Schumacher een lekke band (linksachter). Op dat moment bezette hij de derde plaats en hoefde hij in tegenstelling tot koploper Raikkonen en nummer twee Alonso geen pitstop meer te maken. De Bridgestonebanden (bij Ferrari, Jordan en Minardi) hadden in Barcelona een hardere `compound' dan de Michelins bij de zes overige teams, en de slijtage van de banden (die vanaf dit seizoen tijdens de race alleen nog na lekrijden gewisseld mogen worden) was aanzienlijk. Op het asfalt, dat een temperatuur van ver boven de veertig graden bereikte, hadden de banden van Schumachers Ferrari het 't zwaarst te verduren. Al in de ronde nadat zijn wagen een nieuw linkerachterwiel had gekregen en hij was teruggevallen naar de achtste plaats, reed hij linksvoor lek. Toen `Schumi' de pitstraat weer inreed, had hij zoveel tijd verloren dat hij zijn wagen stilzette in de pitbox.

Zwaar ontgoocheld was de man die de afgelopen vier jaar in Spanje zegevierde. Er zijn weliswaar nog veertien (van de in totaal negentien) races te gaan, maar het wordt steeds lastiger voor de zevenvoudig wereldkampioen om nog aansluiting te krijgen met Alonso. De Spanjaard gaat in de WK-stand aan de leiding met 44 punten, Schumacher zakt naar de zevende plaats en moet het met tien punten doen.

Voor Minardi begon en eindigde de race beroerd. De Nederlander Christijan Albers en zijn Oostenrijkse collega Patrick Friesacher kwamen bij de start slechts enkele meters van hun plaats; een gevolg van softwareproblemen met de `telematica' – de communicatie tussen de elektronika in de auto en die van het team in de pitstraat. De achterwielen van beide wagens spinden, zorgden voor veel rook, en kwamen vrijwel direct tot stilstand. Met een achterstand van twee ronden ging Albers vanuit de pitstraat alsnog de baan op, even later gevolgd door Friesacher.

Al snel eindigde de GP voor Friesacher in de grindbak, na een halfuur moest Albers de strijd staken met een kapotte versnellingsbak. Schrale troost voor de Nederlander: hij startte vanaf de veertiende plaats, na zijn beste kwalificatietraining dit seizoen. Daarbij moet wel aangetekend worden dat de twee wagens van BAR, met de Brit Jenson Button en de Japanner Takuma Sato, ontbraken. BAR werd door de Internationale Autosportfederatie voor twee races uitgesloten omdat de wagens twee weken geleden minder wogen dan het minimaal toegestane gewicht.

portret Alonsopagina 15