Overtuigend evangelist van zijn eigen ideeën

Als íemand de nieuwe fusiekrant van zeven regionale dagbladen en het Algemeen Dagblad kan leiden, is Jan Bonjer het wel, zegt men. Dat vindt hij zelf ook. Maar soms loopt hij wel héél ver voor de troepen uit. En is hij niet te veel een marketingmanager in plaats van een journalist?

Iets zit Jan Bonjer dwars. De hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad staat in het middelpunt van de grootste krantenfusie van Nederland. Zijn krant moet samengaan met zeven, vaak tegensputterende en lezers verliezende regionale kranten, 310 van de 1.100 banen verdwijnen. In een poging een krant te organiseren die voor 650.000 lezers aantrekkelijk moet blijven, maakt hij werkweken van 80 uur.

Je zou zeggen dat hij dus genoeg aan zijn hoofd heeft. Maar tóch zit hij met dat interview in zijn krant, vorige week op pagina 15, met de nieuwe presentator van RTL Boulevard. De foto, vertelt Bonjer, heeft een andere uitstraling dan het verhaal, en hij moet toch echt eens met de redacteuren praten hoe dat kan.

Jan Bonjer, zegt Rob Siebelink, kan niet loslaten. ,,Hij wil oorlog voeren op alle fronten.'' Siebelink, die bij het Dagblad van het Noorden werkte toen Bonjer daar hoofdredacteur was, is nog steeds onder de indruk. En hij is niet de enige. Een charmante, beminnelijke man met een encyclopedische kennis, een ontzettend harde werker, een idealist, ongelofelijk welbespraakt, overtuigend, visionair en strateeg, heel erg ambitieus. Praten over Bonjer is spreken in superlatieven. ,,Hij is te goed om waar te zijn'', zegt Gerard den Elt, voorzitter van de redactieraad van het Algemeen Dagblad.

Er is ook kritiek, en die heeft vooral te maken met Bonjers ideeën over hoe een krant eruit zou moeten zien. Het zijn ideeën die hij voor het eerst in het noorden ontvouwde, waar Bonjer als hoofdredacteur van de Drentse Courant/Groninger Dagblad een fusie leidde met het Nieuwsblad van het Noorden, die uitmondde in het Dagblad van het Noorden. Ideeën die hij ook bij het Algemeen Dagblad introduceerde, en straks bij de nieuwe fusiekrant wil invoeren.

In zijn kantoor in de Rotterdamse Alexanderpolder pakt Bonjer de flip-over erbij. Kranten hebben totaal geen band meer met de lezer, schetst Bonjer. Maar de `ontlezing van de samenleving' de schuld geven van de dalende oplagen, is een zwaktebod. Het probleem is dat journalisten alleen voor zichzelf schrijven, en zich nauwelijks meer op de behoeften van de lezer richten. De krant moet een lezer adviseren ('wat moet hij doen bij een zware storm'), meer vanuit het menselijke, dus lokale perspectief schrijven, vindt Bonjer. En redacteuren moeten veel meer met lezers praten. Dus introduceerde hij in het noorden wijkspreekuren, dorpenrondes, stamtafels en zomertoeren. Op pagina 2, het `lezersplein', kregen abonnees inspraak.

,,Jan Bonjer heeft gevaarlijke denkbeelden over de journalistiek, hij verkwanselt het vak'', zegt Tony van der Meulen. De hoofdredacteur van het Brabants Dagblad heeft zich in een column in het vakblad De Journalist ,,wel eens vrolijk gemaakt over de ideeën van Bonjer'', en kreeg daar later met hem ruzie over. Bonjer pretendeert de eerste hoofdredacteur te zijn die zich bezighoudt met de lezer, zegt Van der Meulen, maar hij loopt vooral voorop met het debiliseren van die lezer. ,,Hij kwispelt zijn lezers tegemoet, vindt ze dommer dan hemzelf.''

Dat geluid klinkt vaker, zeker bij de regionale kranten die na de fusie onder Bonjers leiding vallen. Een betrokkene bij de Haagsche Courant die anoniem wil blijven, denkt dat Bonjer ,,doorslaat in zijn totale bevrediging van de lezer''. ,,Het is potsierlijk om broodjes filet americain te testen, of kerstbomen. Dat is geen journalistiek.'' Louis Du Moulin, voorzitter van de redactieraad van het Rotterdams Dagblad, denkt dat ,,Bonjer klakkeloos achter de meerderheid van zijn lezers aanloopt''. Zijn tegenstanders noemen Bonjer meer marketingmanager dan journalist. ,,In de journalistiek ben ik eerder commercieel dan ideëel'', zegt hij zelf. Toch gelooft hij heilig in lezersgerichtheid. ,,Ik zie het scherper dan mensen die nooit buiten de journalistiek hebben gewerkt.''

Bonjer begon zijn journalistieke carrière op de lagere school van Warmond, toen hij samen met een vriendje het Stekels Dagblad volschreef. Over de schoolstrijd in het verzuilde dorp, of een hekeldicht over agent Velema. Elke dag fietste hij door de straten, op zoek naar verhalen en nieuwtjes. ,,Ik wist alles van Warmond'', zegt Bonjer. Hij vond het heerlijk, vertelt hij, om ,,op te schrijven wat hij zag''.

In dit boerendorp – Bonjer kon op zijn achtste al een koe melken – was zijn familie een ,,links-liberale'' uitzondering: zijn moeder was huisarts, zijn vader deed medisch onderzoek. Zijn broer Jaap, chirurg in Canada, vertelt over de ,,eindeloze debatten aan de eettafel''. ,,Jan, hij was toen misschien tien, zette onze ouders onder druk over abortus, euthanasie, godsdienst. Hij werd geïnspireerd door onze vader, die ook eindeloos kon praten.'' Jan Bonjer kon toen al debatteren ,,als niemand anders'' herinnert broer Jaap zich. ,,Toen Jan op zijn dertiende vegetarisch werd, bekeerde hij het hele gezin, zeer tegen de zin van onze vader, die erg van vlees hield.''

Maar Bonjer was vooral buiten, en in die voor hem idyllische `sloot-habitat' ontstond ook zijn tweede liefde, die voor de natuur. In zijn jeugdherinneringen nemen vooral vogels een prominente plaats in, zoals zijn eerste velduil bij de zandput van Menten, of de vechtende kemphanen in de Lakerpolder. Nog steeds kiest hij vogelnamen als wachtwoord voor zijn computer.

Toen Bonjer rond zijn dertiende meemaakte dat een boer een ongeboren kalf in de baarmoeder van de moederkoe in stukken zaagde omdat een keizersnee meer kostte dan het kalfje waard was, besefte hij dat dieren beschermd moesten worden. Het leidde ertoe dat hij in het laatste jaar van zijn middelbare school voorzitter van de net opgerichte stichting Lekker Dier werd, die actievoerde tegen de bio-industrie.

Eigenlijk wilde hij verder in de journalistiek, door in het verlengde van het Stekels Dagblad, en het liefst in Engeland, want hij was toen al anglofiel. Maar daar wilden zijn ouders niets van weten, hij moest een `echte' studie doen. Het werd diergeneeskunde in Utrecht. Maar daar ging het helemaal niet om de dieren, zegt Bonjer. ,,Het was gewoon een bedrijfseconomische opleiding. Zo kregen we in een `practicum zoötechniek', een verschrikkelijke naam, een doos vol levende eendagskuikens. We konden daarop het afbranden van snavels oefenen. Ik weigerde.''

Na een jaar stapte Bonjer over naar biologie, maar eigenlijk werkte hij toen al ,,illegaal'' voor het Leidsch Dagblad. Hoewel hij nog drie jaar studeerde, vooral om zijn journalistieke werk voor zijn ouders te verbergen, maakte hij zijn opleiding nooit af. Na verschillende journalistieke werkgevers belandde hij bij NRC Handelsblad. Hier viel zijn organisatietalent op, en schopte hij het snel tot chef van de algemene verslaggeving. Maar na vier jaar verliet hij de krant, en direct ook de journalistiek. Naar eigen zeggen omdat hij het oneens was met de journalistieke ideeën van de nieuwe hoofdredacteur Ben Knapen.

Hij keerde voor zeven jaar terug naar de natuur: eerst bij de Vogelbescherming en daarna bij Natuurmonumenten. Maar daar, vertelt Bonjer, miste hij de hectiek van het krantenbestaan en toen hij in het noorden als hoofdredacteur aan de slag kon, ging hij.

Wat drijft Bonjer? Zijn enorme ambitie, denken de mensen om hem heen. Maar, benadrukken zij, hij is niet uit op persoonlijke status. Bij Bonjer gaat het om `de zaak'. Als hij ergens in gelooft, of het nou dierenbescherming of krantenmaken is, dan wil hij dat zijn ideeën daarover werkelijkheid worden, en hij gaat net zolang door tot dat gebeurt.

Louis de Moulin van het Rotterdams Dagblad noemt hem een `evangelist'. Bij de Haagsche Courant zeggen ze dat Bonjer `orakelt'. Hij wil mensen opvoeden. Met twijfel wordt Bonjer niet vaak geassoccieerd, hij is overtuigd van de kracht en juistheid van zijn eigen ideeën. Zijn broer Jaap lacht: ,,Jan wil absoluut de beste zijn. Net als ik heeft hij toch altijd het gevoel dat het beter gaat als een Bonjer het doet.'' Met het geloof in zijn eigen gelijk en de overtuigingskracht die daarbij hoort, weet Bonjer in zijn drang tot verandering veel medestanders voor zijn plannen te krijgen. Tegenstanders probeert hij, soms tot vermoeiens toe, te overtuigen.

Evert van Dijk, adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, dacht wel eens dat ,,Jan de hele tijd op hetzelfde aambeeld hamert''. Sommigen zijn harder: ,,Jan heeft een enorm verbaal vermogen, maar het ontaardt soms wel in een verbale diarree'', zegt Rimmer Mulder, hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant. ,,In Drenthe lopen mensen nog steeds verdwaasd rond door zijn woordenvloed, en vragen zich af of dat nou aan hun of aan hem ligt.''

Louis Du Moulin vertelt hoe Bonjer bij de redactieraad van het Rotterdams Dagblad kwam om de tegenstand op de fusie te peilen. Daar aangekomen praatte Bonjer bijna alleen over zíjn plannen met de krant, en wuifde bezwaren van de aanwezigen weg. ,,Toch weet hij het wel te brengen, en we gingen die avond bijna als vrienden uit elkaar.'' Maar de volgende ochtend, herinnert Du Moulin zich, ,,hadden we het gevoel dat we met niets achter waren gebleven''.

Die innemendheid is een van de sleutels tot zijn succes. Bij het Dagblad van het Noorden kende hij na een week de namen van alle 200 medewerkers, hij schreef daar voor iedereen verjaardagskaartjes.

Zelf vertelt Bonjer weinig over zijn privéleven. Volgens Evert van Dijk is zijn betrokkenheid zakelijk. ,,Ik heb Jan Bonjer niet echt leren kennen.'' Toen Van Dijk (net na het vertrek van Bonjer) solliciteerde als adjunct-hoofdredacteur bij het Dagblad van het Noorden, belde hij zijn oud-hoofdredacteur een paar keer op om daarover van gedachten te wisselen. ,,Zijn toegankelijkheid hield meteen op toen hij weg was, hij was heel erg kortaf.''

Zonder uitzondering betitelen betrokkenen Bonjer als een workaholic. Gerard den Elt van het Algemeen Dagblad vertelt hoe zijn hoofdredacteur om zes uur 's ochtends alle kranten al uit heeft, zich vaak om twaalf uur 's nachts nog met de inhoud van de krant bemoeit, en om vier uur 's ochtends alweer e-mails verstuurt. ,,Ergens moet het wringen, maar je ziet niet waar, er is nooit stress, hij is altijd opgewekt.''

Volgens Geert-Jan Laan, die bij het Dagblad van het Noorden het hoofdredacteurschap met Bonjer deelde, moet Bonjer ,,oppassen dat hij mensen met zijn stroom plannen en ideeën niet gek maakt''. Net als Laan denkt Van Dijk dat Bonjer de uitgelezen man is voor de nieuwe fusiekrant. Maar hij waarschuwt dat Bonjer ,,wel heel erg ver voor de troepen uitloopt, en niet vaak achterom kijkt of de massa wel volgt''.

Bonjer geeft toe dat hij ongeduldig is. Lange termijn plannen (,,ik vind vijf jaar wel lang, ja'') zijn niet aan hem besteed. Hij wil verandering, verbetering. Daardoor wisselde hij vaak van baan, denkt hij. Hij heeft wel eens overwogen om in de televisie-journalistiek te gaan, maar alleen maar omdat ,,het nu zo slecht gedaan wordt, ik zou het willen verbeteren''. Gerard den Elt: ,,Jan heeft één probleem, en dat is dat hij zo graag problemen oplost. Wij zijn wel bang dat als het bij de krant goed loopt, hij dan weg is.''

,,Ik ben met gezonde weerzin aan die fusie begonnen, maar ik kan dat beter dan andere hoofdredacteuren'', zegt Bonjer. Een jaar of vijf denkt Bonjer nog bij de nieuwe fusiekrant te blijven. Dan moet hij de nieuwe krant zijn ideeën hebben opgelegd, de oplage laten stijgen, de concurrentie met de Telegraaf zijn aangegaan en daarmee zeven kranten van de ondergang hebben gered.

En wat dan? Volgens zijn broer heeft Bonjer zijn carrière in zijn hoofd uitgestippeld. ,,Ik had gedacht dat hij al veel eerder de politiek in zou gaan, maar toen ik hem daarnaar vroeg, zei hij dat het er nog niet het moment voor was. Een echt Wiegel-antwoord.''

Bonjer beaamt er wel eens over na te denken. ,,Ik moet dan wel iets kunnen betekenen.'' Hij lacht. ,,Minister van Landbouw ofzo, dat kan ik me wel voorstellen.'' Dat hij krantenuitgever zou worden, wat veel critici voorspellen, ontkent hij categorisch.

Een ding is zeker, denkt Rob Siebelink: ,,Waar Jan Bonjer komt, verandert iets. En als de stofwolken neergedwarreld zijn, zie je alleen maar blije gezichten.''

Rectificatie / Gerectificeerd

Bij het artikel Overtuigend evangelist van zijn eigen ideeën (9 mei, pagina 2) staat dat Jan Bonjer van 1997-1981 voorzitter was van de stichting Lekker Dier. Dat was van 1977-1981. In hetzelfde artikel wordt Louis Du Moulin een keer foutief Louis de Moulin genoemd.