Nederlanders zetten hockey in de etalage

Het Spaanse clubhockey zit in de lift. Nederlands international Sander van der Weide drong zaterdag met Real Club de Polo door tot de finale van de play-offs.

Zijn coach posteerde vrijdag, daags voor het tweede halve-finaleduel in de play-offs om het Spaans kampioenschap tegen Club Egara, dertig krijsende kinderen én twee jukeboxen langs het kunstgras, terwijl zijn collega's en hij de opdracht kregen om strafballen te nemen. Sander van der Weide, de 28-jarige voorstopper van Real Club de Polo uit Barcelona, wist niet wat hem overkwam. ,,Ik dacht: die man is gek geworden'', grijnst de Nederlands international.

Maar gek is Oriol Alcaraz niet. Zijn hockeyers dienen het hoofd onder alle omstandigheden koel te houden. Zeker tegen erfvijand Egara, de club uit het naburige Terrassa die de schade van het eerste duel (2-1 nederlaag) moet wegpoetsen. Én die nog niet vergeten is hoe het kapitaalkrachtige Polo de voorbije jaren twee topspelers (Pol Amat en Pau Quemada) `wegkocht' uit de hockeyhoofdstad (drie topclubs) van Spanje.

Geen wonder dan ook dat, net zoals Alcaraz voorzag, de emoties zaterdag hoog oplopen, zowel op als langs het hoofdveld van de 3.000 leden tellende omnisportvereniging. Drie tijdstraffen moeten de voortdurend belaagde scheidsrechters uitdelen om de orde te handhaven. Van der Weide laat zich niet van de wijs brengen; onverstoorbaar geeft hij leiding aan de defensie, die aan de basis staat van de overwinning: 2-4.

Opgetogen neemt de Brabantse hockeyhuurling na afloop de complimenten in ontvangst. Niet alleen heeft Polo voor het eerst in twaalf jaar weer gewonnen bij Egara, voor Van der Weide komt het bereiken van de finale van de play-offs (tegen titelverdediger Atlétic Terrassa) persoonlijk ook als geroepen, want: ,,Nu hoef ik niet terug voor de trainingen met het Nederlands elftal.''

Bijna een jaar nu speelt de oud-verdediger van Den Bosch en Amsterdam in Spanje, en het bevalt hem goed. ,,Het niveau ligt hoog, hoewel alleen de topvijf zich in Nederland goed staande zou kunnen houden.'' Maar maakt de Division de Honor Masculina hem tot een betere hockeyer? ,,Ik word hier in elk geval niet slechter. We trainen niet alleen meer (vier in plaats van drie keer in de week, red.) dan in Nederland, het gaat er ook fanatieker aan toe. Zowel vóór als na de wedstrijd is het puur hockey; de derde helft kennen ze hier niet.''

Van der Weide is niet de enige die zijn geluk in Spanje beproeft. Maurits Hendriks, de Amsterdammer die sinds drie jaar bondscoach is van Spanje, schat het aantal landgenoten in Spaanse dienst op ,,zeker een stuk of vijftien''. Bij dat gezelschap voegt zich komend seizoen ook Boele Oltmans (17), de oudste zoon van de Nederlandse bondscoach Roelant Oltmans.

Laatstgenoemde was ruim een week geleden op bezoek, en zag Van der Weide aan het werk in Polo's eerste duel tegen Egara (2-1). Hij stelde na afloop één eis: mocht Van der Weide (213 caps) ook komend seizoen in Catalonië blijven spelen, dan moet hij vijftien keer op en neer vliegen voor de bondstrainingen. ,,Aan die voorwaarde wil ik best voldoen'', stelt Van der Weide, wiens toekomst naar eigen zeggen in Spanje ligt.

Dit seizoen combineert hij het clubhockey met het afronden van zijn studie internationale betrekkingen. Van der Weide spreekt de taal ,,met de dag beter'' en is samen met een Nederlandse bezig met het opzetten van een bedrijf dat sportteams begeleidt tijdens hun bezoek aan Spanje. Zijn club is hem en collega-international uit Engeland Mark Pearn welgezind: een woning en een vergoeding. Bedragen noemt hij niet, maar: ,,Ze zorgen goed voor me.''

Van der Weide's club komt de `eer' toe het Spaanse hockey vier jaar geleden te hebben ,,opengebroken'', in de woorden van Hendriks, door de aalvlugge Amat weg te kopen bij Egara. Sindsdien vinden steeds meer buitenlandse tophockeyers onderdak in Spanje. Koploper is dit seizoen het zaterdag door Atlétic geëlimineerde Club de Campo uit Madrid, met twee Argentijnen, twee Duitsers en een Fransman. Gevolg van de toestroom is volgens Hendriks ,,een verbetering van het hele niveau'' van de nationale competitie. ,,Je hoort mij niet verkondigen dat de Spaanse liga de beste van Europa is. De kloof tussen de topvijf en de overige vijf clubs is nog groot, maar wordt wel kleiner. En feit is dat zowel de Europa Cup I als II in handen is van een Spaanse club.''

Hendriks heeft sowieso weinig te klagen. Sinds `zijn' Spanje in december de prestigieuze Champions Trophy won, hebben 's lands invloedrijke (sport)media het hockey hierba (veldhockey) ook ontdekt. El Mundo Deportivo schilderde de oud-bondscoach van Nederland prompt af als `Matrix Hendriks'. Marca deed het vorige maand dunnetjes over met een twee pagina's groot artikel onder de kop `El Profeta de la Tecnologia': de profeet van de technologie.

Hendriks (44) lacht als die kwalificaties ter sprake komen. ,,Ik vind het prima. Van belang is dat we serieus genomen worden; dat we een ingang hebben en grote kranten plaats inruimen voor onze sport. Dat is heel wat in een land waar Koning Voetbal op een voetstuk staat. Én voor een sport met slechts zesduizend geregistreerde beoefenaars (mannen en vrouwen, red.).''

Een verklaring voor dat bescheiden aantal ligt in het besloten karakter van de Spaanse clubs. Zo is het in 1897 opgerichte Real Club de Polo (15.000 leden) een elitaire omnisportvereniging, die slechts leden accepteert uit eigen kring: vader introduceert zoon en/of dochter. Hendriks vat de status van de club als volgt samen: ,,De tien rijkste families daar bezitten dertig procent van Barcelona.''