Medicijnen zonder winstoogmerk

Tegen ziektes van arme landen, zoals malaria en tuberculose, bestaan weinig medicijnen. Filantropen, farmaceutische bedrijven en overheden willen dat veranderen.

In een laboratorium nabij Madrid gebeurt iets ongebruikelijks. Wetenschappers van een commercieel farmaceutisch bedrijf ontwikkelen medicijnen waaraan ze weinig geld zullen verdienen. Het zijn medicijnen tegen de meest wijdverspreide en dodelijke ziektes in de wereld, zoals malaria en tuberculose.

,,Eindelijk komt er weer aandacht voor ziektes van de arme landen. Bedrijven werken er sinds een jaar of vijf aan, samen met filantropische instellingen en overheden'', zegt Chris Hentschel, directeur van de Medicines for Malaria Venture, een publiek-private samenwerking die medicijnen tegen malaria ontwikkelt. Zijn organisatie werkt onder meer samen met GlaxoSmithKline, een Brits farmacieconcern dat in Tres Cantos, een dorp vlakbij Madrid, onderzoek doet naar onder meer malaria en filariasis, een ziekte die zich kenmerkt door enorm opgezwollen benen en geslachtsorganen. Het bedrijf hield er onlangs een congres over het nut van publiek-private samenwerkingen.

Decennialang keek de farmaceutische industrie niet naar ziektes van de arme landen. Ze waren commercieel niet interessant genoeg – arme mensen hebben geen geld om medicijnen te kopen en vaak geven overheden er geen prioriteit aan gezondheidszorg. Van de 1.400 nieuwe medicijnen die tussen 1975 en 1999 werden ontwikkeld waren er slechts 16 gericht tegen tropische ziektes, terwijl alleen al aan malaria en tuberculose jaarlijks vele miljoenen mensen sterven.

Tien jaar geleden begon de Wereldgezondheidsorganisatie het onderzoek naar zogenaamde `vergeten' ziektes nieuw leven in te blazen. Het aantal publiek-private samenwerkingen was vorig jaar al opgelopen tot twintig. Samen hadden zij twee miljard dollar aan fondsen verzameld, becijferde het Initiative on Public-Private Partnerships for Health. Er is een project dat een vaccin tegen aids probeert te ontwikkelen. Andere richten zich op medicijnen tegen malaria of tuberculose. Ook werken onderzoekers aan een vaccin tegen de menselijke haakworm, die bloedarmoede en hersenschade veroorzaakt, en leishmaniasis, een ziekte die zich kenmerkt door zweren, bloedarmoede en gewichtsverlies.

,,Tegen tuberculose zijn veertig jaar lang geen nieuwe medicijnen verschenen. Dit jaar worden opeens zes nieuwe middelen in de kliniek getest'', zegt Mel Spigelman, onderzoeksdirecteur van de TB Alliance, een publiek-private samenwerking voor de ontwikkeling van medicijnen tegen tuberculose. De organisatie van Hentschel, MMV, test zes nieuwe medicijnen tegen malaria. Naar verwachting komt het eerste medicijn in 2010 beschikbaar.

Het zijn vooral Europese bedrijven die aan publiek-private samenwerkingen deelnemen: GlaxoSmithKline, het Zwitserse Novartis en het Brits-Zweedse AstraZeneca. Hentschel: ,,Ik denk dat de Amerikaanse bedrijven, onder druk van aandeelhouders, meer nadruk leggen op het maken van winst.'' De filantropische instellingen zijn wel bijna allemaal Amerikaans.

Helemaal gratis doen de farmaconcerns trouwens niet mee, zo blijkt ondermeer uit de afspraak die GlaxoSmithKline en MMV hebben gemaakt voor de medicijnen die ze samen ontwikkelen. MMV heeft de verkooprechten voor de gebieden waar malaria inheems is. GlaxoSmithKline mag ze in de rest van de wereld verkopen. Met winst. Bijvoorbeeld aan de vele reizigers die malariagebieden bezoeken.

Spigelman van de TB Alliance vindt die opstelling van de industrie geen probleem. Zolang de arme landen maar over de nieuwe medicijnen kunnen beschikken. Hentschel is het daarmee eens. Als hij al kritiek moet uiten op de publiek-private samenwerkingen, dan richt die zich op de overheden. ,,Waarom doen die niet meer?'' Het zijn vooral de filantropische instellingen zoals de Bill & Melinda Gates Foundation en de Rockefeller Foundation, die het onderzoek nu steunen. Terwijl de ontwikkelde landen al in de jaren zeventig met elkaar hebben afgesproken om 0,7 procent van hun nationaal inkomen te besteden aan ontwikkelingshulp. ,,Er zijn er maar een paar die zich daaraan houden, zoals de Skandinavische landen en Nederland.''

,,We moeten minder afhankelijk worden van de filantropen'', zegt Victoria Hale, directeur van het Institute for OneWorld Health, het enige Amerikaanse bedrijf dat medicijnen ontwikkelt zonder winstoogmerk. Dit jaar hoopt het zijn eerste medicijn, tegen leishmaniasis, in India op de markt te brengen. Het bedrijf heeft nu 80 miljoen dollar aan fondsen. Bijna alles komt van Bill & Melinda Gates. Het geld van de TB Alliance komt voor ruim 60 procent van filantropische instellingen.

Zeker is dat er de komende jaren veel meer geld nodig is, nu een tiental medicijnen op mensen getest moet worden in een kliniek, de duurste fase van het onderzoek. De komende twee jaar is daarvoor minstens een miljard dollar nodig.

En ook al komt het geld er, dan blijven er nog steeds een hoop hordes. Veel medicijnen vallen af tijdens de klinische fase, omdat ze niet veilig genoeg blijken. En van degene die wel worden goedgekeurd, is het de vraag hoe ze bij de patiënten terecht komen? In veel arme landen ontbreken infrastructuur, koelkasten en artsen. Hentschel is zich daar terdege van bewust. Toch wil hij dat er medicijnen komen. ,,Want als we niets doen, komt er ook niks.''