Japanse excuses op Bonifatiusherdenking

Ongeveer 200 mensen woonden zaterdag in de Bonifatiuskapel in Dokkum een oecumenische herdenkingsdag bij voor de in de vorige eeuw gevallen martelaren.

De meeste houten banken in de halfopen Bonifatiuskapel in Dokkum bleven zaterdag leeg tijdens een oecumenische herdenkingsdienst van christelijke martelaren. Tussen het overdekte stenen podium en de halve cirkel waar de toeschouwers zaten, daalde de motregen gestaag neer. Er waren 500 programmaboekjes gedrukt, maar slechts 200 aanwezigen trotseerden de kou in de kapel. Bij het symposium na de lunch was de helft van hen al vertrokken. Bisschop W. Eijk van Groningen weet de geringe animo vooral aan het koude weer.

De viering vond plaats als afsluiting van het Bonifatiusjaar 2004, waarin de 1250ste sterfdag van Bonifatius bij Dokkum werd herdacht. Bonifatius, voorheen bisschop van Utrecht en aartsbisschop van Mainz, werd in 754 op 80-jarige leeftijd door heidense Friezen vermoord, samen met vijftig geestelijken onder wie Eoban, de nieuwe bisschop van Utrecht.

Omdat veel christenen hun leven verloren onder het nazi-regime stond de viering ook in het teken van zestig jaar bevrijding. Tevens was er aandacht voor verzoening en vergeving.

Volgens Eijk is het martelaarschap niet iets uit een ver verleden. ,,In de twintigste eeuw zijn meer christenen gedood dan in alle voorafgaande eeuwen.'' De gebedsviering stond voor eind vorig jaar gepland, maar werd toen wegens organisatorische problemen afgelast. Dat leidde indertijd tot kritiek van onder anderen oud-premier Van Agt, die vond dat met de afzegging de Japanse aartsbisschop Shirayanagi, die zou spreken, onheus werd bejegend.

Tijdens de dienst werden per continent verscheidene namen voorgelezen van bekende en onbekende slachtoffers die om hun geloof werden vermoord. Zo klonken de namen van pater Titus Brandsma (gestorven in Dachau in 1942) en aartsbisschop Oscar Romero (vermoord in 1980 in San Salvador), maar ook die van een parochiepriester uit Guatemala die vorig jaar op weg was om een zieke bij te staan en onderweg werd doodgeschoten. En van een tienjarig jongetje dat vorig jaar in Irak door een moslimfanaticus werd omgebracht.

De boodschap van de Japanse aartsbisschop Shirayanagi, voorgelezen door zijn secretaris Francis Fukamizu, werd met applaus begroet. Shirayanagi was zelf niet aanwezig, omdat hij vermoeid was door zijn reis naar Rome. Hij haalde fel uit naar de in zijn ogen uitbuitende rol van zijn vaderland als economische grootmacht. Volgens hem gaan er ,,anti-evangelische elementen'' schuil achter de Japanse economische groei. ,,De regio wordt misbruikt voor eigen welvaart. In plaats van bommen worden nu grote hoeveelheden kapitaal afgeworpen. In plaats van wapens en tanks verwoesten nu bulldozers en kettingzagen de regenwouden in de regio.''

Werden tijdens de oorlog soldaten en troostmeisjes uitgebuit, de huidige slachtoffers van het Japanse regime zijn arbeiders die worden verplicht ,,extreem moeilijk en zwaar werk tegen lage lonen te verrichten en soms zelfs als object van seksuele exploitatie te dienen.''

De Japanse bisschop bezocht ons land meerdere malen en bood in 1997 in Boxmeer zijn verontschuldigingen aan richting de slachtoffers van de jappenkampen in Nederlands-Indië. Ook vroeg de Japanse bisschop eind jaren negentig aandacht voor de moeilijke positie van de naar schatting honderden oorlogskinderen met een ,,foute'' Japanse vader.

Een van hen was Claudine Meijer uit Spijkenisse, geboren in Nederlands-Indië, als kind van een Nederlandse moeder en een Japanse vader. ,,Mijn moeder was in de oorlog zeventien jaar en zei dat ze moest kiezen tussen werken in een bordeel of meegaan met een officier.'' Claudine vertrok zelf op haar zeventiende naar Nederland, waar ze door de Indische gemeenschap met de nek werd aangekeken.

Op de bijeenkomst in Dokkum kwam ook het aantal martelaren ter sprake. Volgens J.G. Orbán, directeur van de stichting Kerk in Nood, werden er alleen al onder het communistische regime in de Sovjet-Unie miljoenen christenen gedood. ,,Onder Stalin vielen tussen 1930 en 1953 zeven miljoen slachtoffers.'' Hij schat dat er momenteel jaarlijks 160.000 christenen gedood worden om hun geloof.

Prof. J. Jongeneel, aanwezig namens de protestantse kerken, schat dat aantal lager in. Desgevraagd zegt hij: ,,Vervolging betekent dat er in de publieke sfeer geen ruimte is voor geloofsuitoefening. In Saoedi-Arabië leven 500.000 christenen, maar in de grondwet staat dat de islam de enige godsdienst is.''