Hoofdrol voor Weense daklozen

Het Weense Südbahnhof vormt het decor voor de voorstelling `Fort Europa' van ZT Hollandia. Het resultaat is rusteloos locatietheater.

In de hal van het Weense Südbahnhof staat een glimlachende blonde vrouw de blijde boodschap te verkondigen: ,,Der Neue Mensch ist im Ammarch!'' Net op dat moment komen twee zwervers gearmd langsgeschoven; ze dragen hetzelfde vale spijkerjasje, de een een rood petje, de ander een zwarte. Beiden ogen niet erg nieuw, en ze zijn ook niet bepaald im Anmarch. De blonde vrouw kijkt ze aan en vervolgt: ,,Der Neue Mensch ist noch nicht reif!'' De man met het rode petje wil zich eens krachtig met haar gaan bemoeien, maar de man met het zwarte petje trekt hem mee naar de roltrappen. Laat haar maar. Zij behoort tot de groep Nederlandse toneelspelers die door de vaste daklozen van het station een week lang welwillend wordt gedoogd.

Ongewild spelen de daklozen en de passagiers van het Oostenrijkse treinstation een hoofdrol in Fort Europa: Hohelied der Zersplitterung, het nieuwe toneelstuk van ZT Hollandia dat gisteravond in première ging op het festival Wiener Festwochen. Fort Europa is geschreven door Vlaamse schrijver Tom Lanoye, die vijf jaar geleden enige faam verwierf in het Duitse taalgebied met zijn toneelmarathon Schlachten!, bij ons bekend als Ten Oorlog! Regisseur Johan Simons is inmiddels stamgast hier. Fort Europa past in een lange en succesrijke reeks Duitstalige voorstellingen van zijn hand. Het is tevens de afscheidsvoorstelling van zijn groep ZT Hollandia. Nadat Fort Europa in juni zijn Nederlandse premiere heeft beleefd, vertrekt Simons naar Gent, en wordt zijn twintig jaar oude groep ontbonden.

Met Fort Europa zet Johan Simons een nieuwe stap in het lokatietheater, wat al twintig jaar zijn vaste stiel is. Eerder speelde hij stukken in autosloperijen, fabrieken, onder snelwegbruggen en in een hal van KLM Cargo. Nu hij in een Weens station staat, heeft hij besloten de stroom reizigers niet te onderbreken, maar deze dwars door zijn toneelstuk te laten lopen. Het geeft een wat rusteloze voorstelling, maar het levert hem wel een leger aan ongeleide, kleurrijke figuranten op, die de door hem verfoeide grens tussen theater en wereklijkheid wat diffuser maakt. De vertrekkende en aankomende treinen, het aanhoudende geratel van voorbijrijdende koffers, en de rondhangende zwervers geven Tom Lanoyes bespiegelingen over de Europese identiteit in ieder geval een flinke symbolische meerwaarde.

Omdat Lanoye het voor de hand liggend thema van de migranten die aan de poorten van Europa morrelen, wilde omdraaien, laat hij zeven Europeanen aan het woord die Europa juist de rug toe keren. In Lanoyes woorden: ,,De bouwers van het fort worden gek in het fort en willen het verlaten.'' De tekst van Lanoye vergt enige inspanning: het is geen lopend verhaal, het zijn zeven hoofdzakelijk beschouwende monologen van metaforische personages die ieder voor een aspect van de Europese cultuur staan. De Unternehmer (Fedja van Huét) claimt dat het hart van Europa kapitalistisch is. De Stamzellbiologin (Hadewych Minis) zegt dat het wezen van Europa de wetenschap is. Een Belgische soldaat (Servé Hermans) en een chassidische jood (Aus Greidanus jr.) roepen de bloedige Europese geschiedenis van de vorige eeuw in herinnering. Misschien is het wezen van Europa wel het nationalisme en de communistische en fascistische revoluties die volgens Lanoye honderd miljoen doden hebben gekost.

De chassidische jood hekelt verder de grenzen en de Blut und Boden-gedachte achter de Europese identiteit. Als vertegenwoordiger van een statenloos volk predikt hij de vrije Europese gedachte: Europa zit in het hoofd. Dat sluit goed aan bij hoe wij het liefste Europa zien: als een emotionele en artstieke eenheid die los staat van de grond en de politiek. Deze gedachte wordt vertolkt door de prachtige gezangen die in de voorstelling zitten, van Bach tot Messiaen.

Het tweede gedeelte is wat meer losgezongen van het Europese thema. Lanoye en Simons voeren drie gratiën op, drie oude hoeren (Betty Schuurman, Elsie de Brauw, Chris Nietvelt) die om uiteenlopende reden Europa willen verlaten: de een wil haar jonge lichaam terug, de ander wil op haar 68ste een kind, de derde wil dood. Zij verkondigen een van Lanoyes hoofdgedachtes: ,,Europa is een matriarchaat gekoloniseerd door drie patriarchale godsdiensten.'' De hoeren hekelen de mannen, die niet uit zijn op leven, maar op overleven, de mannen die leven vernietigen, terwijl de vrouwen leven geven. Verder zijn het deze hoeren die de ultieme grenzen verkennen: de grenzen van het lichaam.

Dit feministisch getinte manifest is een stuk minder prikkelend dan de eerste helft van de tekst, maar de enscenering is weer veel beter. De eerste helft van het stuk kregen de acteurs nogal wat concurrentie van de ruimte en van de figuranten. Simons liet zijn spelers veel rondlopen, waarschijnlijk om ze daardoor meer in de ruimte te laten opgaan. Maar het geeft een rusteloos beeld, waar de tekst van Lanoye onder lijdt. De tweede helft is veel rustiger van opzet, met de drie vrouwen op drie tafels verspreid over de hele breedte van de ruimte. Bovendien geeft het wulpse samenspel van de drie oude hoeren, geflankeerd door drie schaars geklede meisjes, de voorstelling wat menselijkheid en levendigheid.

Simons en Lanoye hebben het elkaar, en het publiek, niet gemakkelijk gemaakt: Fort Europa is een lastige tekst in een dwarse, veeleisende enscenering. Op de mooiste momenten profiteert Lanoye daarvan: zijn betoog krijgt leven ingeblazen door de omgeving. Op andere momenten eist de stroom passagiers de aandacht op, en gaat de tekst goeddeels het raam uit. De gewaagde radicaliteit van de voorstelling wekt echter bewondering op, en Fort Europa is hoe dan ook een grote belevenis.

De reizigers en daklozen gedragen zich rustig op de premiere: de meesten lopen gewoon door. Twee daklozen blijven hangen: een uitgezakte vrouw slentert rustig door de ruimte. Ze oogt als een Indiaanse squaw, volgens Simons is zij ,,verliefd op de centrale verwarming.'' Een uitgemergelde mannelijke zwerver heeft grotere pretenties: hij maakt zijn eigen show door langs te paraderen met iedere keer een ander voorwerp: een rode koffer (van wie is die?), een televisiepoot, of een grote zonnebril.

Maar zo mooi als tijdens een van de repetities krijgen we het niet. Toen kwamen volgens Simons een paar Skinheads langs, die de chassidische jood op zijn trappetje zagen staan en riepen: ,,Verdammte Scheissen Judentheater!'' Om ons er even aan te helpen herinneren dat we in Wenen zijn, een der bakermatten van de Europese cultuur, maar ook de antisemitische voedingsbodem waarop de jonge Hitler zijn Europese kruistocht uitbroedde.

Fort Europa t/m 12 mei Wiener Festwochen, Südbahnhof, Wenen. 2 t/m 18 juni Gebouw Sociale Dienst, Utrecht. Inl. 040-2460725 of www.zthollandia.nl.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Hoofdrol voor Weense daklozen (9 mei, pagina 9) staan enkele fouten in Duitse woorden. `Im Ammarch/Anmarch' moet zijn `Im Anmarsch', `Stamzellbiologin' moet zijn `Stammzellbiologin' en `Verdammte Scheissen Judentheater' moet zijn `Verdammtes Scheissjudentheater'.