Geweld Irak doodt negen Amerikanen

Het doorgaand geweld in Irak heeft het afgelopen weekeinde onder anderen zeven Amerikaanse militairen het leven gekost.

Tegelijk heeft het parlement zes nieuwe ministers in het kabinet van premier Ibrahim Jaafari goedgekeurd. Een van hen, een sunniet, wees zijn post echter meteen af omdat hij naar zijn zeggen niet was geraadpleegd en alleen was benoemd omdat hij sunniet is. De sunnieten boycotten de verkiezingen, maar hebben toch verscheidene ministersposten gekregen om marginalisatie van de gemeenschap te voorkomen. De nieuwe minister van Defensie, Saadoun al-Dulaimi, is een sunniet. De enige post die nog vacant is, is die van vierde vice-premier, die aan een vrouw is toegedacht.

Meer dan 300 mensen zijn in Irak gedood in een golf van aanslagen sinds het – onvolledige – Iraakse kabinet op 28 april werd beëdigd. Drie van de Amerikaanse doden vielen gisteren bij aanslagen in Samarra, ten noorden van Bagdad, en Khaldiya, ten westen van de hoofdstad. Zaterdag werden vier Amerikanen gedood bij een gewapende botsing met rebellen bij Haditha in het westen van Irak.

Zaterdag vielen verder 22 doden bij een zelfmoordaanslag in het centrum van Bagdad. Onder de doden waren ook twee Amerikaanse burgers die in Irak werkten.

Het opgelaaide geweld in Irak heeft bezorgdheid gewekt in Washington. De Democratische senator Carl Levin merkte gisteren op dat niet meer dan een kwart van de 160.000 Iraakse militairen en politieagenten die tot dusverre door de Verenigde Staten zijn opgeleid en uitgerust ,,in staat en bereid is om de rebellen het hoofd te bieden'. De politieke machtsstrijd in Bagdad vormt volgens hem een even groot probleem, zei hij in een televisieprogramma. Levin zei dat Washington zijn verplichtingen aan het nieuwe Irak moet heroverwegen als Irak niet tegen begin volgend jaar een nieuwe grondwet heeft opgesteld, een nieuwe regering gekozen en betrouwbare veiligheidsdiensten ontwikkeld.

Na de verkiezingen van 30 januari hadden de overwinnaars, de alliantie van gelovige shi'ieten waaruit premier Jaafari afkomstig is en de Koerden, drie maanden nodig voor een compromis over een kabinet. Daardoor is twijfel ontstaan of het wel zal lukken om voor 15 augustus tot een nieuwe, definitieve grondwet te komen, zoals de interimgrondwet eist.

Jaafari zelf betoogde gisteren dat de drie maanden nodig waren om te verzekeren dat zijn ministers brede steun zouden genieten. Gisteren bleek echter dat die steun niet overhield. Minder dan de helft van het parlement kwam opdagen om de nieuwe ministers goed te keuren. De slechte opkomst onderstreepte de voortdurende spanningen tussen de etnische en religieuze gemenschappen.