Gedenk de vrijheid

10 mei 1940, morgen precies 65 jaar geleden, viel het Duitse leger Nederland binnen en was de oorlog hier ook een feit. Vijf dagen later gaven de Nederlandse troepen zich over. Rotterdam was gebombardeerd, koningin en ministers waren naar Engeland gevlucht en Nederland zou vijf jaar lang zijn vrijheid kwijt zijn. De bevrijding kwam, maar de prijs van de oorlog was verschrikkelijk. Het is goed om ook zestig jaar later nog de vrijheid volop te gedenken. Die is immers minder vanzelfsprekend dan ze lijkt. Vrijheid, zei de Amerikaanse president George W. Bush gisteren in Margraten, is het geboorterecht van de hele mensheid. Maar het is een recht dat ook na de bevrijding in '45 nog talloze malen is vervreemd – een praktijk die doorgaat tot op de dag van vandaag.

De woorden van Bush, van premier Balkenende – die in Margraten opriep het geschenk van vrede en vrijheid te koesteren en door te geven – en eerder de 5 mei-toespraak van kroonprins Willem-Alexander, stonden alle in het teken van het níet-vanzelfsprekende van vrijheid. Door daar op te wijzen, wordt de fakkel brandend gehouden en kan ze aan volgende generaties worden overgedragen. Niets is zo vergankelijk en misbruikt als de vrijheid. Zelfs bevrijders maken zich wel eens schuldig aan daden die de vrijheid schenden. Ook dat dient in een herdenkingstijd als de huidige herdacht te worden. Wie herinnert zich bijvoorbeeld nog de vele duizenden vrouwen in Berlijn die in mei 1945 door Russische soldaten werden verkracht? Zestig jaar later is deze schanddaad nog steeds een taboeonderwerp, door de schaamte en het verwarrende van het daderschap van de Duitsers dat in de ogen van velen niet strookt met de slachtofferrol die ze ook hadden.

Het siert Bush dat hij zich, indachtig zijn inauguratiespeech van 20 januari, onvermoeibaar blijft inzetten voor meer vrijheid in de wereld. Het is misschien niet helemaal terecht dat de Amerikanen her en der een rol opeisen in vrijheidsrevoltes – Oekraïne, Libanon, Kirgizië – maar dat de vrijheidsmantra van de Amerikaanse president een eigen dynamiek heeft, moge duidelijk zijn. Zijn roep om vrijheid is niet te negeren. In die zin is het jammer dat zijn toespraak in Margraten werd ontsierd door een verwijzing naar de actualiteit van Irak. De invasie van dat land, uitgevoerd met dubieuze argumenten en gevolgd door een lang en bloedig gevecht om rust en veiligheid, is niet bepaald een voorbeeld van een geslaagde bevrijding, hoezeer het ook is toe te juichen dat het dictatoriale bewind van Saddam Hussein is verdreven. Door Irak in één adem te noemen met de Tweede Wereldoorlog worden twee onvergelijkbare grootheden op een lijn gesteld.

Premier Balkenende kon het in zijn overigens rake toespraak op de Amerikaanse militaire begraafplaats in Zuid-Limburg ook niet laten om een onderwerp erbij te halen dat nú speelt: ratificatie van het Europese Grondwetsverdrag. Het is zonder meer een feit dat de grondleggers van de Europese Unie kort na de Tweede Wereldoorlog beseften dat samenwerking in Europa de beste waarborg voor vrede en vrijheid is. Maar door in Margraten zo nadrukkelijk de Grondwet ter sprake te brengen, wekte de premier de indruk dat bij niet-ratificatie daarvan (na een eventueel afwijzen bij volksstemming) oorlog op de loer ligt. Hoewel ook in Europa vrede niet vanzelfsprekend is, heeft een al dan niet geslaagde bekrachtiging van de constitutie niets met oorlog te maken, en alles met het vermogen van Europese politici om duidelijk aan te geven welke richting de EU op moet.